De mens is zijn eigen verhaal

Wat maakt de mens uniek? In de zomer van het Darwinjaar zoekt de redactie wetenschap naar antwoorden. Deze week: verhalen vertellen.

De mens is zijn eigen verhaal. Beeld Frank Dam Dam, Frank

Wij mensen zijn verhalen. En o wee, als we dat niet zijn. Wie geen verhaal maakt van zijn leven, komt in problemen. Vertellen, vertellen – dat is de beste therapie, het liefst in een dagboekje, dat weet iedere psycholoog.

En luister eens naar wát mensen om je heen de hele dag zeggen. Heel veel verhalen vertellen ze, kleine en grote. Over een hoofdpersoon, een gebeurtenis, een ontwikkeling. En over hoe het afliep.

“Een verhaal is hoogstwaarschijnlijk de gemakkelijkste en meest natuurlijke manier om onze ervaringen en onze kennis te ordenen”, zei ooit de inmiddels stokoude psycholoog Jerome Bruner (geboren in 1915).

Zonder een verhaal dringt informatie meestal niet eens door in het mensenhoofd. Wat is bijvoorbeeld een goed ezelsbruggetje anders dan een (extreem kort) verhaal? Mijnheer Van Dale Wacht Op Antwoord, het is een verhaal in notendop. En een paar jaar geleden is inderdaad ontdekt dat kinderen die op driejarige leeftijd graag verhalen vertellen, later veel beter kunnen rekenen. De informatie valt beter op zijn plaats.

Maar hoe zit het bij de dieren?

Zonder taal valt weinig te vertellen, dat is duidelijk. De mens blijft uniek in zijn verhaalverslaafdheid. Maar er zijn wel aanzetten. Behavioral prenarrativity, heet dat in het wetenschappelijke jargon.

De altijd creatieve onderzoekster van kunstmatige intelligentie Kerstin Dautenhahn (University of Hertfordshire) spreekt in haar artikel The Lemur’s Tale – Storytelling in Primates and Other Socially Intelligent Agents (in het boek Narrative Intelligence, 2003) het vermoeden uit dat verhalen vertellen nauw verbonden is met het menselijk vermogen zich te verplaatsen in een ander, dat nauw verbonden is met het sociale gevoel. En hebben niet ook veel apen een sterk gevoel voor sociale verhoudingen en het voorspelbare gedrag van anderen? Ze vergelijkt het mentale leven van apen met de manier waarop ook kleine kinderen (en wie eigenlijk niet?) hun dag ervaren als een opeenvolging van scripts en routines, die structuur geven aan de dag. Die mentale scripts zijn geen verhaal, maar vormen wel het skelet ervan – in essentie is een verhaal een bekende routine waarin iets onverwachts gebeurt.

Maar of al die informatie bij dieren (en mogelijk ooit robots) in het hoofd wordt opgeslagen in de vorm van verhalen, weet ook Dautenhahn niet. Maar ze sluit het niet uit: “Want de manier waarop mensen verhalen vertellen, is waarschijnlijk maar een van de vele mogelijke ‘verhalen vertellende breinen’.”

In ieder geval communiceren de dieren voortdurend, legt primatoloog Jan van Hooff uit, emeritus hoogleraar ethologie. “Vooral over hun opstelling ten opzichte van hun soortgenoten en van hun leefgenoten. Ze tonen: ‘ik mag jou niet’ of ‘ik wil met je samen zitten.’ Vooral sociale dieren laten de emoties zien die ze voelen over hun omgeving.” En die emotie is besmettelijk. Van Hooff: “Als een dier ziet dat een ander relaxed is, zal hij dat ook eerder worden. Want waarom zou hij zich dan zorgen maken? Met angst en woede werkt dat precies zo.” En nee, zegt ook Van Hooff, dat is geen verhaal vertellen. “Maar het is wel de overdracht van een opvatting van het ene dierenkoppie naar het andere.”

En daarover weet Van Hooff nog wel een ander verhaal. Over mantelbavianen in de kale berghoogvlaktes van Ethiopië. “Die leggen overdag grote afstanden af, in kleine haremgroepjes van mannetjes met een of meer vrouwtjes. Maar ‘s nachts komen ze in zeer grote groepen bij elkaar, op grote klifwanden. Dat is veiliger. ‘s Ochtends, voordat de haremgroepjes vertrekken, komen de haremleiders bij elkaar aan de voet van de klif. De mannen groeten elkaar. Dan loopt er eentje weg. Hij kijkt om, en komt weer terug. Nu loopt een ander een andere kant uit. En zo gaat dat verder. Totdat er een ander meeloopt. En nog een. Als dat er genoeg zijn, is het afgelopen. Dan gaan de haremgroepjes hun eigen weg. De primatoloog Stolba liep een keer in de richting die als laatste aangegeven was. Na een uurtje kwam hij bij een poeltje. En ja hoor, rond het middaguur zag hij daar dezelfde haremgroepjes samenkomen. Dat hadden ze dus onderaan die klif afgesproken. De dieren hadden kennelijk voorstellen gedaan en overeenstemming bereikt.” Een echt verhaal? “Nou ja, een soort verhaaltje, van ‘wat ik een goed plan vind’.”