De grens smelt

Waar: Posthoorn – Assenede – Boekhoute. ‘Posthoornroute’ ontleend aan www.toerismevlaanderen.nl

Afstand: 14 km

In een warme wind en onder wolken van vlieseline, lopen we langs de grens. Links liggen doffe Nederlandse korenakkers. Rechts, in België, staan vergeelde koeien. Het zou net zo goed andersom kunnen zijn, en toch voel ik de grens. Denk ik. Een grens is een muur van botsende lucht; een corridor die beduidt: hier is het anders dan daar. Ik zie grenspalen. Ze zitten in het nauw, klem tegen een kippengazen hek, of belaagd door brandnetels. Ze doen mee voor spek en bonen. Maar hun grijze verf is onderhouden en op hun bast glanst zwart een gekroond wapen. Iemand zorgt voor ze.

„Een grens blijft iets magisch”, zeg ik.

Man kijkt bevreemd. „Die grens bestaat al niet meer sinds het opheffen van de botersmokkel”, zegt hij.

Boter. Het koren wordt goud; de koeien roomgeel; de grens smelt.

Het geurt hier zoet, vooral langs de uienvelden en hun dorrende look.

De wegen en wegjes zijn van asfalt of van beton, of bedekt met klinkers. Soms passeert er een auto, en dan denkt de wandelaar: bàh. Dendert er een tractor langs, een vervaarlijk monster, dan stapt de wandelaar gedwee opzij. Want die tractor hoort bij deze grond, vinden wandelaars, en die auto niet. Onzin, natuurlijk. Maar ach, laat ons nou maar.

De wandelroute voert langs diepe, in het land uitgehouwen kreken, die beduiden dat dit land niet voor niets zo vlak is. We lopen door eeuwenoud poldergebied, eigenlijk is dit de bodem van de zee. Hier groeiden geen uien en bieten maar wier en zeekraal. De kreken zijn nu beminnelijke plassen tussen het riet, maar ze ontstonden bij watersnood. En altijd staat er wel een boom in hun water, zijn takken ‘not waving but drowning’ – in de woorden van de Engelse dichter Stevie Smith, meesteres van de nonchalante tragiek die ook dit land kenschetst.

Dit is het gebied van de rijen hoge populieren aan weerszijden van de wegen. In het landbouwlandschap onthullen ze het slingeren van de dijken. De wandelaar tussen hun rechte gladde stammen krijgt alvast te zien hoe zijn pad zal verlopen, of er een bocht komt, of juist niet. We bewandelen een smal dijkpad. Boven ons steken de populieren de toppen bij elkaar. Ze ruisen een zeemanslied.

Het wordt nog warmer. De zon duwt de wolken opzij en hitst de wind op. Er tintelt iets, het kietelt de lucht. Ik geloof dat ik de herfst ruik.

Joyce Roodnat

Informatie, routekaartje, gps-punten en foto’s op www.nrc.nl/wandel