Afghanistan tergt het Britse geduld

De oorlog in Afghanistan noopt de Britse strijdkrachten tot een fundamentele herbezinning op hun ambities in de wereld.

De Britse pelotonscommandant Mark Evison laat in zijn dagboek zijn woede zo nu en dan de vrije loop. Op 21 april van dit jaar beklaagt hij zich over de karige middelen waarmee zijn peloton op pad wordt gestuurd in het onherbergzame zuiden van Afghanistan.

„Het is schandelijk een peloton naar een heel gevaarlijk gebied te sturen met water en voedsel voor twee weken en één medisch pakket voor het hele team”, noteert hij. „Er zullen gewonden vallen, die ik niet kan behandelen en er kunnen doden vallen die te vermijden waren geweest. We dansen op een koord en zoals het er nu uitziet zullen we er waarschijnlijk vanaf vallen tenzij er drastische maatregelen worden genomen.”

Nog geen drie weken later, op 9 mei, werd Evison zelf in de schouder getroffen. Hij wist zijn manschappen terug naar hun basis te loodsen maar verloor toen door bloedverlies het bewustzijn. Hij overleed drie dagen later in een ziekenhuis in Birmingham.

Luitenant Evison is een van de 58 Britse militairen die dit jaar zijn gesneuveld in Afghanistan. Dat zijn er al meer dan in heel 2008. Duizenden mensen betuigden de strijdkrachten vorige maand hun respect, toen een stoet van acht lijkwagens langs de schilderachtige hoofdstraat van het plaatsje Wootton Bassett (dichtbij luchtmachtbasis Lyneham) naar een mortuarium in Oxford reed.

De dodelijke gevolgen van de oorlog in Afghanistan leiden ook tot pijnlijke vragen aan het adres van de regering van premier Gordon Brown. Zijn de militairen wel voldoende uitgerust? En nog fundamenteler: waarom moeten Britse jongens eigenlijk hun leven wagen in Afghanistan. En is er, mede gelet op rampzalige Britse expedities in Afghanistan in een verder verleden, enige kans op succes?

Het geduld van de bevolking én de volksvertegenwoordigers is niet oneindig. „Er is nu nog steun, maar er is ook intense druk om binnen een jaar met resultaten te komen”, zegt Malcolm Chalmers, verbonden aan de militaire denktank Royal United Services Institute en hoogleraar aan het Londense King’s College.

De regering lijkt zich niet goed raad meer te weten met het taaie conflict, waarop ze hoe dan ook weinig greep heeft. Ze is immers – net als Nederland – sterk afhankelijk van de strategie, die haar dominante Amerikaanse bondgenoot uitstippelt, maar die niet altijd even consistent is.

Een groot offensief met de Amerikanen, operatie Panterklauw, dat mede debet was aan een toenemend aantal gesneuvelden, werd vorige week uitgeroepen tot een succes. Het resulteerde in enige terreinwinst, maar ook na ruim drie jaar en een verdubbeling van het aantal manschappen is de zuidelijke provincie Helmand, waar de meeste Britten zitten, nog lang niet onder controle.

Het kabinet verdedigt de missie door te stellen dat die Groot-Brittannië helpt vrijwaren van nieuwe terreuraanslagen. „Maar bij veel Britten gaat dat er niet in”, constateert Hew Strachan, hoogleraar militaire geschiedenis aan All Souls College in Oxford. „Er is ook weinig bewijs voor.” De vraag is bovendien waarom de Britten in dat geval in Afghanistan zitten en niet in Pakistan, waar op het moment meer terroristen actief zijn.

De regering houdt vol dat de troepen in Afghanistan voldoende materieel hebben. Maar critici wijzen op tekorten aan goed gepantserde voertuigen en apparatuur om bermbommen op te sporen. Ook signaleren ze een chronisch gebrek aan helikopters. Met meer helikopters zou minder over land hoeven te worden gereisd en zouden minder slachtoffers vallen bij explosies langs de weg.

Zelfs als de regering nieuwe helikopters stuurt, is er een probleem. „Er is een schrijnend tekort aan getrainde helikopterpiloten”, zegt Strachan. „Zo’n training kost al gauw een jaar. Je kunt je afvragen waarom we zoveel piloten hebben voor gevechtsvliegtuigen, terwijl we veeleer helikopterpiloten nodig hebben.”

Generaal Richard Dannatt, de legerchef die deze zomer met pensioen gaat, drong in maart bij de regering aan op 2.000 man extra, maar kreeg nul op het rekest. In een toespraak zei Dannatt vorige week dat het tijd wordt dat Groot-Brittannië de oorlog in Afghanistan serieuzer neemt. „We moeten ons opstellen alsof we in staat van oorlog zijn”, zei hij. „Het is zeer in ons nationale belang dat te doen.”

De regering werd deze week overladen met kritiek door de Lagerhuiscommissie voor buitenlandse zaken. Die beschuldigde haar van „onrealistische planning”. Ze concludeerde dat de missie in Afghanistan niet is geslaagd omdat de regering de militairen steeds opzadelt met nieuwe taken.

Zo veranderde de operatie die was bedoeld om terroristen te verdrijven uit enkele enclaves, in een missie gericht op goed bestuur, hulp en wederopbouw. Bovendien moesten ze de papaverteelt helpen uitroeien. De nadruk moet volgens de commissie meer liggen op het zuivere militaire werk.

Voor de militairen staat er in Afghanistan veel op het spel. „Ze moeten laten zien dat het inzetten van militairen tot succes kan leiden”, aldus Strachan. „Anders dreigen ze het slachtoffer te worden van harde bezuinigingen.”

Aan bezuinigingen ontkomt Defensie waarschijnlijk toch niet. Het Britse begrotingstekort loopt naar verwachting op tot 14 procent in 2010. Deskundigen menen dat ook Defensie de komende jaren 10 à 15 procent moet inleveren van de 36 miljard pond (42,1 miljard euro) van nu. Schadelijk voor Defensie is ook dat het volgens een nieuw rapport zo’n 2,5 miljard pond per jaar verspilt door wanbeleid bij de aanschaf van materieel.

Chalmers signaleerde vorige maand nog een belangrijke verschuiving. De Britse politieke elite heeft na de omstreden deelname aan ‘Irak’ en ‘Afghanistan’ zijn bekomst van het liberale interventionisme uit de tijd van premier Tony Blair (1997-2007). Chalmers voorziet een behoedzamer benadering, waarbij selectiever aan geldverslindende oorlogen wordt deelgenomen dan voorheen.

Gegeven de beperkte middelen staat de regering voor de keuze: voortzetting en mogelijk zelfs uitbreiding van de operatie in Afghanistan (kosten dit jaar begroot op 2,5 miljard pond) en bezuinigen op grote nieuwe projecten voor de langere termijn? Of afbouwen in Afghanistan en meer nadruk op mogelijke toekomstige bedreigingen dichter bij huis?

Bezuinigd zou kunnen worden op de modernisering van de nucleaire Trident-onderzeeërs, de bouw van twee nieuwe vliegdekschepen met bijbehorende F-35-gevechtsvliegtuigen (Joint Strike Fighter). De regering lijkt te neigen naar uitstel van de vliegdekschepen. Strachan acht dat een goede keuze: „De aanschaf daarvan valt volgens mij nu niet te rechtvaardigen. Wat moeten we ook met al die extra vliegtuigen voor zulke schepen?”

De Tories die na verkiezingen (uiterlijk volgend voorjaar) heel wel aan het bewind kunnen komen, hebben nog niet aangegeven waar zij willen schrappen. Maar voor het Conservatieve Lagerhuislid Patrick Mercer, zelf ex-militair, staat de keus al vast. „We moeten eerst middelen vrijmaken voor de missie in Afghanistan, want daar sneuvelen nu Britse soldaten.”