Achttien ontslagbrieven van twee regels

Een dorp als Deurne, met veel laagwaardige industrie, is gevoelig voor conjunctuurschommelingen. Hoe gaat het er nu, na een eerder bezoek in april?

Om kwart voor vier hebben we een bespreking op kantoor met al het personeel, zei de voorwerker op de vrijdagmiddag voor Pinksteren. Theo Kuijpers (36), sinds zijn zestiende lasser bij de gebroeders Nooyen in Deurne, wist niet wat hij moest denken. Er waren nooit besprekingen in de fabriek. Plaatwerker Chenton Janse (26) haalde zijn schouders op. Maar hoofd expeditie en trouw CDA-stemmer Peter de Rooij (49) kreeg de zenuwen.

Vijftig werknemers van het bedrijf, dat groot werd met de productie van roosters voor varkensstallen, stopten een kwartier eerder met werken. Op kantoor wachtten vier van de zes broers hen op. Arie Nooyen (58) nam het woord, want hij was de oudste nu Tonny in de VS zat. „We moeten reorganiseren”, zei hij.

De werknemers stelden vragen. Hoeveel mensen moeten er weg? Wie worden ontslagen? De broers gaven geen antwoord. Ze zeiden: „Vanavond krijgen jullie een brief waarin staat of jullie mogen blijven of moeten gaan.”

Begin dit jaar bezocht NRC Handelsblad Deurne, bij Helmond en Eindhoven, om te zien hoe de recessie neerslaat in een dorp met relatief laagwaardige industrie en relatief laagopgeleide mannen, waar in slechte tijden als eerste de klappen vallen. We kunnen het uitzingen tot de zomer, vertelden de trailerbouwer, de transporteur, de kozijnenmaker. Nu, aan het begin van de bouwvak in Zuid-Nederland, wachten die nog steeds met gekruiste vingers op het einde van de crisis. Alleen bij Nooyen zijn achttien mensen ontslagen. De eerste slachtoffers.

Op donderdag 23 juli vertellen de gebroeders aan de keukentafel van hun ouderlijk huis waarom ze voor het eerst in veertig jaar zo’n drastische maatregel moesten nemen. Elke werkdag komen ze er samen voor het middageten om te zorgen dat hun „neuzen dezelfde kant op blijven staan”. Hulp Karin (28), die pa verzorgde tot hij twee jaar geleden stierf, kookt.

Tonny, Jan (56), Arie, Wies (53) en de zoon van Arie, Gerben (30) schuiven vandaag aan. Theo (54) is in China om containers te controleren, Benjamin (47) naar Zwolle waar hij werk binnenhaalt.

Tonny neemt het woord. Hij ging vlak voor de reorganisatie met pensioen, noemt zichzelf nu senior advisor – „dat vind ik mooi” – en eet nog elke middag mee. „Heel ons leven hebben we alleen maar mensen aangenomen.” Hij pakt de fles rode wijn en schenkt zijn glas opnieuw vol.

„Eerst vroegen we deeltijd-WW aan. Die kregen we niet. We konden geen accountantsverklaring laten zien. Tijdverspilling. Dus eind mei vroegen we ontslag aan. De beschikking kwam gisteren. We verliezen dit jaar meer dan een miljoen.”

Jan: „Eet je soep eens op. Je zit alleen maar te praten.” Tonny eet. Puree, andijvie, worstjes. Arie: „Als het zomer wordt, hang je de winterkleding weg en draai je de gaskraan dicht. We hebben onze organisatie afgestemd op de markt. Onze klanten krijgen nu geen financiering voor nieuwe roosters.”

De broers hebben een hekel aan politici en ambtenaren sinds ze tijdens de varkenspest in 1997 tot tweemaal toe duizenden varkens moesten laten ruimen. Ze stemmen Wilders „voor de verandering”. Arie: „Waarom kun je beter kanker hebben dan ambtenaren? Bij kanker heb je nog de kans dat je er vanaf komt.”

Op de vrijdagmiddag voor Pinksteren brachten de zes gebroeders Nooyen, hun vrouwen en hun kinderen vijftig brieven rond. Om zeven uur wist hoofd expeditie Peter van Rooij waar hij aan toe was. „Ik heb de brief een keer of vijf moeten lezen voor ik het geloofde.” Er stond: je bent niet meer verplicht te komen werken, we hebben ontslag voor je aangevraagd. „Twee regels. Meer niet.” Hij werkte ruim 25 jaar bij Nooyen. „Ik stond dag in dag uit voor ze klaar. In één keer aan de kant geschoven. Ze hadden het op een menselijker manier kunnen brengen.”

De gebroeders Nooyen geven geen namen en nummers van ontslagen medewerkers. Arie: „We zijn bang voor cowboyverhalen. Die mensen moeten van die ambtenaren op het UWV hun ontslag aanvechten. Zo wordt een goeie medewerker een goeie tegenwerker.” Het plaatselijke uitzendbureau bleek hulpvaardiger.

De afspraak met de ontslagen lasser Theo Kuijpers is op vrijdagmiddag 31 juli om twee uur. Maar de vorige avond was er een barbecue en heeft hij zo veel gedronken dat zijn stiefmoeder – hij woont bij haar – hem niet wakker krijgt.

Dus vertelt Kuijpers – 1 meter 90 en zo’n 170 kilo – de maandag erop aan de donkere eikenhouten tafel in zijn ouderlijk huis dat hij direct na zijn metaalopleiding aan de lts bij Nooyen aan de slag kon. Bijna negentien jaar laste hij varkensroosters, spanten voor bedrijfshallen, opduwtafels, fietsenstallingen voor de NS. „Ik had er graag nog twintig jaar gewerkt.”

Hij had het ontslag niet aan zien komen. „De uitzendkrachten waren vertrokken, de Polen waren weg, maar voor ons was er nog genoeg werk.” Hij denkt dat de Nooyens de crisis gebruiken om van hun vaste mensen af te komen. Dan kunnen ze straks alleen met Polen werken.

Toen NRC Handelsblad begin dit jaar de recessie in Deurne beschreef, maakte nrc.tv opnames van de gebroeders Nooyen die tijdens hun middagmaal over de crisis spraken. Kuijpers: „Dat filmpje vergeet ik nooit. Daarin vertellen ze hoe lekker flexibel de Polen zijn. Dat je zo van ze af kunt als je wilt.” Wat zegt Arie Nooyen nu? Dat ze na de crisis met Belgen willen gaan werken. En met Polen. „We zullen voorzichtig zijn met het aannemen van vaste mensen. Je kunt er moeilijk weer vanaf.”

„Kut!”, dacht plaatwerker Chenton Janse, toen hij de brief las waarin stond dat hij werd ontslagen. „Nooit hebben ze ons laten weten dat de zaken er slecht voorstonden. Alles gebeurde achter onze rug.” Hij was kwaad en ook bang. „Ik heb een jaar geleden een huis gekocht en dat van onder tot boven verbouwd.”

Maar binnen een week had hij ander werk in een fabriek waar hekken en voerbakken voor varkensstallen worden gemaakt. „Al die mensen die thuis zitten en zeggen dat ze niet aan werk komen, zijn gewoon lui. Die willen niet werken. Zo is het toch?”

Janse stemt nooit, maar als hij het zou doen, dan zou het op Wilders zijn. „Dat vind ik een mooi mens.” Ook Theo Kuijpers – hij vond een nieuwe baan in de zelfde fabriek als Janse – zou Wilders stemmen. „Vroeger stemde ik PvdA. Nu wil ik wat anders. Meer vrijheid. Minder beperkingen.”

Hij komt overeind, loopt naar de schuur om zijn motor te laten zien, „een Honda CBR 1000”. Hij gaat er deze bouwvak tochtjes op maken. Zijn visvakantie in Noorwegen zegde hij af toen hij hoorde dat hij bij Nooyen moest vertrekken.

Terug in huis wijst hij naar een kaartje op het prikbord. Daarop staat het nummer van Peter van Rooij, voormalig hoofd expeditie bij Nooyen. „Die moet je maar eens bellen. Die man zit er heel erg mee. Hij is in een depressie geschoten.”