Vreedzame stap Rwanda en Congo

De presidenten van Congo en Rwanda hebben gisteren voor het eerst een officiële bilaterale ontmoeting gehad. Het uitzonderlijke treffen is een gevolg van de toenemende samenwerking tussen de buurlanden in de afgelopen maanden, na jaren van onderlinge conflicten die het hele Grote Merengebied destabiliseerden. De twee landen staan op het punt diplomatieke betrekkingen aan te knopen.

De Rwandese president Paul Kagame werd met militaire eer ontvangen in Goma, de hoofdstad van de Oost-Congolese provincie Noord-Kivu. Dit gebied is al jaren het toneel van gewelddadigheden, waarbij ook de legers van Congo en Rwanda betrokken zijn geweest.

Kagame sprak in Goma met zijn Congolese ambtgenoot Joseph Kabila. Kagame verklaarde tegen journalisten dat Rwanda „nooit meer betrokken zal zijn” bij enige activiteit die de relatie met Congo ondermijnt.

De officiële betrekkingen werden verbroken in 1998 toen Rwanda Congo binnenviel en een regionale oorlog uitbrak die enkele miljoenen levens kostte. Rwanda wilde af van Laurent Kabila, de Congolese president die een jaar eerder nog door Rwanda in het zadel was geholpen. Kabila werd in 2001 opgevolgd door zijn zoon Joseph, de huidige president. De oorlog eindigde in 2003.

Eerder dit jaar verrasten Congo en Rwanda de wereld met een gezamenlijk militaire offensief tegen de FDLR, een militie van extremistische Rwandese Hutu’s in Oost-Congo. Rwanda had Congo juist altijd beschuldigd van steun aan de FDLR. Tijdens het offensief pakten Rwandese soldaten Laurent Nkunda op, een Tutsi-krijgsheer die volgens Congo steun kreeg van Rwanda.

Mensenrechtenorganisaties wijzen erop dat het offensief tegen de FDLR van beperkt nut is geweest. Sinds het offensief dit voorjaar werd beëindigd, vallen militanten weer regelmatig burgers aan. Bovendien zijn Congo en Rwanda het oneens over het lot van Nkunda. Rwanda weigert hem uit te leveren, zoals Congo eist. (Reuters, AP, AFP)