Verzuurde melkmarkt

Hoe moet het verder met de melk? De verruiming van de melkquota door de EU, die in 2015 moet leiden tot een vrije markt zonder productiebeperkingen, kan door de recente lage melkprijs rekenen op steeds luidere kritiek uit de agrarische sector. Zo automatisch als de critici denken, is de koppeling tussen liberalisering en lage prijzen echter niet. Dat de prijzen nu kelderen, is zuur. Maar het zijn de prijsschommelingen, meer dan de prijsniveaus, die de boeren parten lijken te spelen.

Het landbouwbeleid heeft een gecompliceerde geschiedenis in Europa. Dat komt vooral doordat de sector onderhevig is aan tegenstrijdige belangen. Landbouw is een nationale markt, een Europese markt en een wereldmarkt. Wie ontwikkelingslanden een kans wil geven, maakt die markt vrij. Liberalisering van de landbouw is bovendien het wisselgeld in de multilaterale onderhandelingen over het verder vrijmaken van de markten in industriële producten en diensten, waar industrielanden zelf het grootste belang bij hebben.

Maar landbouw voorziet ook in een eerste levensbehoefte, voedsel, en dat is een strategische overweging. Mondialisering strijdt voortdurend met een streven naar (gedeeltelijke) zelfvoorziening. En dus wordt de boer heen en weer geslingerd tussen maatregelen die hem enerzijds aan de markt overleveren en hem anderzijds wel moeten laten overleven. Want men weet maar nooit of de wereld ook in een verdere toekomst zo vrij is als nu.

Boeren zelf zijn ook ambivalent. Zij zien zichzelf als ondernemers. Inkomenssubsidies zijn strijdig met dat zelfbeeld, en die hebben ze doorgaans ook afgewezen. Tegelijk wil de sector wel bescherming tegen concurrentie van buitenaf, of compensatie als de prijzen onder druk komen.

Zo is de geschiedenis van het Europese landbouwbeleid samen te vatten als het nastreven van een prijsniveau waarin de boerenstand overleeft maar wel de prikkel krijgt om te rationaliseren, en als pogingen om tegelijkertijd grote prijsschommelingen te mitigeren. Sinds 1957 is een fanfare langs getrokken van schaalvergroting, productsubsidies, importheffingen, exportsteun, prijsgaranties, ingekochte melkplassen en maximale quota. Allemaal niet ideaal. Is het vrijgeven van bijvoorbeeld de melkmarkt dat dan wel?

Uiteindelijk gaat het erom de boer de ondernemer te maken die hij wil zijn, en hem tevens zelf meer grip te geven op de prijzen. Een termijnmarkt voor melk, waar veehouders hun product op termijn tegen een vaste prijs kunnen verkopen of zich kunnen indekken tegen prijsdalingen, zou een antwoord kunnen zijn. Er zijn plannen voor, maar die werken alleen als zo’n markt groot, serieus en liquide genoeg is. En als boeren zich durven te bevrijden van de coöperaties die zij kennelijk als een juk ervaren.

Als de Europese Unie er slechts een fractie van het geld en de energie in zou steken die traditioneel naar het landbouwbeleid gaan, zou de termijnhandel voor melk weleens het ei van Columbus kunnen zijn.