Vergeet de burger, red de elite!

Na WO II zou Rusland doorstoten naar Nederland. De vraag was alleen: wanneer? De toenmalige noodscenario’s voor een Russische inval leveren verbijsterende onthullingen op.

Mark Traa: De Russen komen! Nederland in de Koude Oorlog. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 250 blz. € 18,50

Vlak na WO II maakte de Nederlandse regering plannen voor haar eigen Guantanamo Bay. Terwijl het land nog goed en wel aan de wederopbouw moest beginnen en er 60.000 Nederlandse militairen naar Indonesië waren uitgezonden om de koloniën voor het moederland te behouden, doemde er een nieuw angstbeeld op aan de horizon: de wereldwijde machtsgreep van het communisme. De kans dat Sovjet-legers, via een snelle doorstoot door Noord-Duitsland, Nederland zouden binnenvallen, werd uiterst serieus genomen. Helemaal nadat het democratische Tsjecho-Slowakije in 1948 door een Sovjet- staatsgreep een communistisch bewind had gekregen.

De Nederlandse communistische partij, de CPN, was juist in die naoorlogse jaren enorm gegroeid. Ze had 16 procent van de stemmen behaald in de gemeenteraadsverkiezingen van 1946. In Amsterdam was ze zelfs de grootste partij geworden. Met het gevaar van een Russische invasie op de loer, vreesden de veiligheidsdiensten dat CPN’ers van binnenuit de Sovjets aan de macht zouden helpen. De BVD stelde arrestatielijsten samen van potentiële landverraders die bij oorlogsdreiging preventief geïnterneerd zouden moeten worden. Codenaam: Operatie Diepvries. In 1948 telde die lijst zo’n 8.000 namen, voornamelijk van actieve communisten. Een adviescommissie opperde in datzelfde jaar zelfs ‘dat de belangrijkste communisten standrechtelijk moeten worden neergeschoten’.

Zoals de VS nu met de Guantánamo Bay-gedetineerden in hun maag zitten, zo zagen de ambtenaren van het Nederlandse Ministerie van Oorlog zich tijdens de jaren veertig en vijftig al bij voorbaat geconfronteerd met het locatieprobleem van duizenden communistische gevangenen. Moesten die in een interneringskamp in West-Brabant worden vastgezet, of naar Engeland of Canada worden overgebracht? En hoe zou een veilig vervoer geregeld moeten worden?

‘Wie mocht denken dat er begin jaren vijftig alleen in de Verenigde Staten (met name door senator Joseph McCarthy) wordt gejaagd op alles wat naar communisme riekt, heeft het dus mis’, schrijft HP/De Tijd-journalist Mark Traa in zijn boek De Russen komen! Daarin doet Traa verslag van de vele noodscenario’s die Nederlandse ambtenaren, commissies en militaire gezaghebbers maakten ter voorbereiding van een Russische aanval.

In zekere zin is De Russen komen! een boek over geschiedenis die nooit heeft plaatsgevonden. Maar de voorbereidingen op een eventueel nieuw conflict leveren evengoed interessante inzichten en ontdekkingen op over de houding van de Nederlandse regering tijdens de Koude Oorlog. Als eerste valt op hoezeer WO II nog doorwerkte.

Het verzet diende als model voor nieuwe ondergrondse diensten, die actief zouden moeten worden tijdens een Russische bezetting. Voor sommige diehards onder de verzetstrijders betekende dat ongetwijfeld een welkome voortzetting, maar helaas besteedt Traa verder geen aandacht aan de doorwerking van het verzet in de nieuwe organisaties van de Koude Oorlog. WO II diende ook als model voor de evacuatieplannen voor de regering en de koninklijke familie: wederom zou Engeland de bestemming worden. Totdat het duidelijk werd dat een nieuwe wereldoorlog niet met conventionele middelen zou worden uitgevochten en dat Londen een net zo makkelijk doelwit voor Russische raketten zou zijn als Nederland.

Select gezelschap

De vraag of de evacuatie van de regering nu werkelijk in het belang was van het land als geheel werd daarbij geen moment gesteld. Sterker nog, Traa komt op de proppen met een document waarin het toenmalige BVD-hoofd Louis Einthoven adviseert om ‘in plaats van ons land te verdedigen tegen de agressor, alles in te zetten om de evacuatie te doen slagen.’ De gehele land-, zee- en luchtmacht moest worden ingezet om een select gezelschap van de koninklijke familie, de ministers en de sleutelfiguren uit het bedrijfs- en bestuursleven uit Sovjethanden te redden.

Dat een plotselinge vlucht van ’s lands elite bij een atoomcrisis niet zo’n beste indruk zou maken op de bevolking, werd daarbij ingezien. De legertop waarschuwde voor uitbarstingen van ‘volkswoede’ en meende zelfs aanwijzingen te hebben dat Rotterdamse havenarbeiders de vlucht per boot zouden willen tegenhouden. Jarenlang lagen er overigens daadwerkelijk schepen klaar – inclusief constant ververst noodrantsoen – om de top van het bedrijfsleven te evacueren. Toen deze plannen bekend werden bij vakbondsleiders, VARA-voorzitter Jaap Burger en de directeur van de Arbeiderspers, Johan van de Kieft, reageerden die niet verontwaardigd. In plaats van bekendmaking in de media verzochten zij om een plek voor henzelf op de evacuatielijsten.

Dit soort onthullingen in De Russen komen! geven een ontluisterend beeld van een zelfingenomen bestuurselite in het Nederland van de jaren veertig en vijftig. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen plannen werden gemaakt om de bevolking te beschermen. Enorme schuilkelders, bijvoorbeeld onder de grond in Amsterdam en Rotterdam en gigantische evacuatie-scenario’s voor de grote en middelgrote steden werden ontwikkeld. Maar hoe gedetailleerder men zich in de gevolgen van een nucleaire aanval verdiepte, hoe scherper men inzag dat alle denkbare maatregelen dramatisch tekort zouden schieten. Er was bij lange na niet genoeg capaciteit op de uitvalswegen en in de ziekenhuizen om de stroom van vluchtelingen en gewonden te kunnen opvangen.

Traa doet uitgebreid verslag van alle noodscenario’s die hij in de archieven heeft gevonden. En dat wordt wel wat veel van het goede. Na een paar bladzijden snap je het idee van een maatregel wel, maar dan volgen er nog tientallen pagina’s over soortgelijke evacuatieplannen en schuilkelderontwerpen. Als lezer ga je je op een gegeven moment afvragen wat Traa ons hiermee wil duidelijk maken: was de Nederlandse regering knullig en onvoorbereid op een eventuele nucleaire aanval, of juist overdreven secuur en zelfs paranoia in haar preventieve maatregelen?

Traa lijkt op beide interpretaties aan te sturen. Op het ene moment doet hij wat spottend over de ‘onwaarschijnlijke hoeveelheid manuren’ die verloren gingen in de ambtelijke voorbereidingen op een oorlog die nooit komen zou. Maar elders is zijn toon haast verontwaardigd over de ontoereikendheid van de plannen. Dat laatste verwijt is eigenlijk misplaatst. Geen enkel land was – en is – in staat om alle noodzakelijk voorzieningen voor een atoomaanval te treffen. Als De Russen komen! één ding duidelijk maakt, is het wel hoe enorm en onafzienbaar de gevolgen van een atoombom zijn. Tienduizenden doden, even zoveel gewonden, en daarnaast de radioactieve straling van de fall-out. Daar valt niet tegenop te regelen.

Sporadisch inzicht

In plaats van deze quasi-kritische hetzerigheid was wat meer historische context beter op zijn plaats geweest. Nu biedt De Russen komen! slechts sporadisch inzicht in de ontwikkelingen van de binnenlandse en buitenlandse politieke en militaire verhoudingen. Pas in zijn epiloog vertelt Traa wat die Russische plannen inhielden voor een invasie van Nederland: het Poolse leger zou via Duitsland binnentrekken en tegelijkertijd zouden er atoombommen op de grote steden worden afgevuurd.

Maar over het geheel genomen biedt Traa geen helder inzicht in hoe al die noodscenario’s zich verhielden tot het grotere geheel. Was er invloed van de politiek op de koers van het veiligheidsbeleid? Waren de meningen verdeeld? Waren er verschillende kampen; van haviken en duiven? En wie waren het eigenlijk, de centrale spelers in de veiligheidsdiensten, de legertop en de verschillende adviescommissies? Wat waren hun belangen? Traa heeft niet eens de moeite genomen om dit soort vragen te stellen.

Een groter manco is dat er geen chronologie in De Russen komen! zit. Rampscenario’s en adviezen uit de jaren veertig tot en met zeventig lopen dwars door elkaar heen, en maar sporadisch wijst Traa summier op hun specifieke context. Daardoor komen de veiligheidsbeslommeringen van de regering op zichzelf te staan, en word je als lezer uiteindelijk onverschillig. Een poging aan het eind van het boek om een link te leggen met het huidige anti-terreurbeleid verandert daar niets aan.

Anders dan de ondertitel beweert biedt De Russen komen! geen geschiedenis van Nederland in de Koude Oorlog. Daarvoor is het een te willekeurige opsomming van gevonden documenten, waar tussen – dat moet wel gezegd – een aantal intrigerende onthullingen zitten.