Veilig internetten

Vandaag kwam ik eindelijk toe aan het verzoek van minister Hirsch Ballin om veilig te leren surfen. “Dat heb je zelf in de hand”, meldt zijn site Veiliginternetten.nl.

Update je software, installeer een virusscanner, controleer of je niet op een nagemaakte banksite transacties doet, open nooit ‘zomaar’ bestanden en sta niet aan iedereen je persoonsgegevens af. Handige tips, die al sinds 1995 of eerder algemeen bekend zijn en op ieder verjaardagsfeestje besproken worden - maar blijkbaar nog steeds niet tussen de oren zitten.

Gelukkig is er ook aandacht voor netwerksites. Soms flauw. “En die foto’s van jou op dat feest”, schrijft Justitie. “Wil je dat je toekomstige baas die kan bekijken?” Soms serieus. “Want ook kwaadwillenden kunnen vriend met je worden op sociale netwerksites en kunnen zo bijvoorbeeld je berichtje zien over je geplande vakantie.” Dat advies heeft Hirsch Ballins collega Jack de Vries rap opgevolgd, getuige zijn tweet.

Wat dat betreft ben ik ongehoorzaam. Als ik op vakantie ga, zet ik mijn afwezigheidsassistent aan. Wie mijn huis wil plunderen, hoeft dus alleen maar even een mailtje te sturen. Het zij zo. Waar ik me meer zorgen om maak is dit: is het veilig om in een internetcafé mijn Gmail te openen? Kan ik onbezorgd de bluetooth-functie van mijn laptop of Iphone aan laten staan in de trein? Wat moet ik doen als mijn computer gestolen wordt - zijn mijn gegevens voldoende beschermd met een Windows-wachtwoord?

De campagne lijkt meer rekening te houden met de twitterende flapuit en de vrijetijds internetter, dan met de burger die internetdiensten gebruikt voor het dagelijks leven. Zij die al hun documenten in Google Docs plaatsen, vier jaar correspondentie in Gmail hebben staan - inclusief inlogcodes en creditcard-, burgerservice- en paspoortnummers.

Google nodigt uit om al je gegevens centraal te beheren in één account. Dat is handig. Maar wie toegang heeft tot zo’n account hoeft alleen maar op ‘wachtwoord’ of ‘creditcard’ te zoeken om veel leed te veroorzaken. En om daar toegang tot te krijgen, hoef je als crimineel helemaal geen nerd te zijn: je berooft gewoon iemand van zijn internettelefoon of laptop terwijl ‘ie er mee bezig is. In de trein, op straat, op het terras, thuis of op kantoor.

Ik weet nu hoe ik veilig moet bankieren en Hyven. Maar mijn online bestaan kan vanavond nog uit mijn handen gegrist worden. Wat is daar aan te doen, minister?