Turkije als regionale grootmacht

Nieuwsanalyse

Premier Poetin stelt het Russische belang veilig met een energiedeal met Turkije. Ook Ankara boekt een strategische winst.

Hoogstpersoonlijk stelde premier Vladimir Poetin gisteren opnieuw het Russische belang veilig.

In Ankara ondertekende hij samen met de Turkse premier Tayyip Erdogan een overeenkomst waarin Turkije Rusland toestemming geeft om een pijpleiding te bouwen voor de Turkse kust. Die leiding moet gas vervoeren van de Russische Zwarte Zeekust naar Europa en wordt algemeen gezien als een middel om het continent aan het infuus te houden van het Russische energiemonopolie – opdat Moskou verzekerd blijft van een continue stroom inkomsten.

Bovendien kan Rusland met deze leiding Oekraïne omzeilen, waarlangs het merendeel van het Russische aardgas voor Europa nu wordt vervoerd. Rusland heeft in drie jaar twee keer de gaskraan naar dat land dichtgedraaid in een conflict over prijzen. Maar het kan dat niet blijven doen zonder ruzie te krijgen met Europese afnemers aan het eind van de pijpleidingen.

De deal was hard nodig. Vorige maand kreeg een alternatieve, door de Europese Unie gesponsorde pijpleiding (Nabucco) nieuw momentum toen de betrokken landen na jaren van moeizame onderhandelingen eindelijk besloten het project door te zetten. Nabucco moet een einde maken aan Europa’s afhankelijkheid van Russisch gas. En wordt daarom door Moskou gezien als bedreiging.

Maar ook Turkije boekt strategische winst met de deal. Het zet daarmee een forse stap in de richting van de regionale grootmacht (op het gebied van energietransport) die het graag wil zijn.

Op het eerste gezicht lijkt Turkije weinig te winnen bij South Stream: het kan er zelf geen gas van betrekken. Maar Poetin deed een paar aantrekkelijke toezeggingen om Turkijes goedkeuring voor de pijpleiding te krijgen.

Een daarvan is dat Rusland gaat helpen met de bouw van een oliepijpleiding door Anatolië, van de Zwarte Zee naar de Middellandse Zee. Daarnaast herbevestigde Moskou zijn steun voor uitbreiding van Blue Stream, de pijpleiding die gas vervoert van Rusland naar Turkije. Met een verlenging kunnen ook Israël en Libanon worden bediend. Voor Turkije betekent dat transitinkomsten.

Turkije speelt zo een interessant spel. Bij het akkoord vorige maand over Nabucco speelde het ook een sleutelrol: zonder Turkije kon de leiding niet worden gebouwd. Nabucco moet aardgas halen uit het Kaspische Zeegebied, en daarbij Russische grondgebied mijden, maar zonder Turkije is dat onmogelijk. Pas na maanden van onderhandelingen stemde Turkije, dat EU-lid wil worden, ermee in.

Na de doorslag te hebben gegeven bij Europa’s pogingen om minder afhankelijk te worden van Rusland, geeft Turkije nu dus ook zijn zegen aan een nieuwe Russische pijpleiding die die afhankelijkheid alleen maar vergroot. Maar Turkije ziet geen problemen. Erdogan zei gisteren dat, zelfs als beide leidingen zijn gebouwd, die „niet voldoende” zijn om in de toekomstige gasbehoefte van Europa te voorzien.

Feit is niettemin dat Rusland de Nabucco-pijpleiding op diverse fronten al heeft ondermijnd. Moskou heeft met een aantal van de belangrijkste landen die Nabucco van gas moeten voorzien (Azerbajdzjan, Turkmenistan) contracten gesloten om grote hoeveelheden aardgas op te kopen. De vraag is dan ook of er straks wel genoeg gas is voor de Europese pijpleiding.

Turkije lijkt zich daar niet om te bekommeren. Als er grote belangen op het spel staan, dan bestaan vrienden niet. Alleen partners, zoals een columnist van de Britse krant Financial Times vanochtend schreef.