Pavarotti doet pijn

DVD MUZIEKFILM

Verdi. Messa da requiem. Regie: Henri-Georges Clouzot. Met: Herbert von Karajan. € 9,99 ****

Zelfs voor de grootste muziekliefhebber, kan het een beproeving zijn om de registratie van een opera of een symfonie op televisie of dvd tot het einde uit te zitten. Muziek heeft de samengebalde concentratie nodig van het theater of de concertzaal. Zowel de lijfelijke aanwezigheid van de musici als het besef dat de muziek op een specifiek moment weerklinkt, is essentieel.

Om de intensiteit van een concert met filmische middelen te benaderen, is lastig, maar gelukkig niet onmogelijk voor een creatieve regisseur met ambities die verder reiken dan alleen het ‘registreren’ van de muziek. Regisseur Henri-Georges Clouzot, ook wel ‘de Franse Hitchcock’ genoemd vanwege beroemde thrillers als Le salaire de la peur (1953) en Les diaboliques (1955), deed in de jaren zestig een aantal boeiende experimenten in deze richting. Hij werkte daarbij samen met Herbert von Karajan; van de grote dirigenten van de vorige eeuw zonder twijfel de meest visueel bewuste. Tot de hoogtepunten van hun samenwerking behoort deze film van het Requiem van Verdi, opgenomen in de Scala van Milaan op 14 en 15 januari 1967 – met vijftien camera’s, zonder publiek en met absolute topzangers, onder wie een zeer jonge Pavarotti. Een van de meest bijzondere momenten van de film, is de vervoering die te lezen valt op het gezicht van Karajan als hij naar Pavarotti luistert. De dirigent geniet zo van zijn stem, dat het hem bijna pijn lijkt te doen. Vergeet het cliché van Karajan als de eenzelvige maestro die alleen maar uit was op een romige, volle orkestklank; hier maakt hij muziek op het scherp van de snede.

Meestal volgt de camera in een muziekfilm braaf de partituur. Clouzot volgt de partituur uiteraard ook, maar hij doet dat net even anders dan voor de hand zou liggen: hij beweegt zijn camera (soms schokkerig) waar de kijker zou verwachten dat hij zou snijden. Hij gaat iets vroeger naar een solist dan nodig is, een paar seconden voordat de zanger weer aan de beurt is, of juist later. Soms blijft de camera haken aan een detail dat er weinig toe doet, zoals de toehoorders in een concertzaal hun blik kunnen laten dwalen. Clouzot heeft ook een goed oog voor de schaarse momenten waarop er even iets mis dreigt te gaan: als Karajan kortstondig schrikt van een te harde inzet.

De film weet met al deze middelen de suggestie te wekken voor de ogen van de toeschouwer te ontstaan: in het moment zelf, eenmalig en onherhaalbaar, zoals de muziek. Veel dichter bij een concert kan een filmregistratie vermoedelijk niet komen.