Met zwabberende stem

Zingt ze vals of zingt ze niet vals? Zangeres Roosbeef zaait verwarring. Er zijn meer popzangers met een onvaste stem en dat staat hun succes niet in de weg. Vals zingen kan heel effectief zijn.

Op ‘au’ van ‘auto’ klimt de stem omhoog. Hoog, nog hoger reikt hij, met een lichte hapering, alsof hij balanceert op een wiebelig krukje. De luisteraar houdt zijn adem in.

Gehaald. Loom zwenkt de stem van mineur naar majeur, van vibrato naar rechtuit. Maar het volgende waagstuk dient zich aan. De stem zet af, probeert een terts... en ja, zonder kleerscheuren geland.

De luisteraar leunt naar achter en droomt weg bij de klanken van piano en strijkers in het liedje Onder Invloed, gezongen door Roos Rebergen, alias Roosbeef. Zangeres Roosbeef zaait verwarring. Zingt ze vals of zingt ze niet vals? Roosbeef heeft een lijzige dictie en onvaste toonvoering, maar er zijn ook momenten dat ze scherp de tonen raakt. Haar stem is omstreden, maar ze is in goed gezelschap; de popmuziek kent meer zangers die kraken als grind of door het klankspectrum slingeren als een dronken automobilist. Toch groeiden ze uit tot wereldsterren. Bob Dylan, Neil Young, Thom Yorke, Leonard Cohen, Madonna, Lou Reed, David Byrne, Johnny Rotten – allemaal werden ze door critici afgedaan als te iel, te schril, te schel, te onvast, te nasaal. Maar later werd zoiets steevast als pluspunt omschreven.

Het afgelopen jaar was vals zingen een terugkerend onderwerp. Hiphoppers als Snoop Dogg en Kanye West, die wilden zingen in plaats van rappen, lieten met behulp van de audiosoftware ‘Auto Tune’, hun noten zuiveren. Vals moest door een ‘echte zanger’ kennelijk vermeden worden. De vraag blijft: wat is vals? En is het eigenlijk erg?

Claron McFadden zingt sopraan in opera en klassieke concerten. Ze komt uit Amerika, woont in Amsterdam, en groeide op met The Supremes en David Bowie. McFadden is ook zangcoach en hoofddocent aan het Conservatorium van Amsterdam. Zij weet wat vals is en wat niet. In haar woonkamer aan een Amsterdamse gracht zitten we achter haar computer en bekijken clips van Roosbeef, Lily Allen, Florence and The Machine en Lucky Fonz III op YouTube. McFadden luistert naar de toonvastheid. De score valt mee; Lucky Fonz III is de enige die ze soms vals vindt. „Zijn stem is niet stabiel, het klinkt nu en dan vals. Toch raakt hij me. Deze zanger heeft dringend iets te zeggen en doet dat. Dat geeft mij als luisteraar een gevoel van betrokkenheid.”

Veel popstemmen moeten het hebben van klankkleur, zegt McFadden. „Voor een bepaalde klankkleur spitsen je oren zich. Ik denk dat een klank resoneert met iets in jezelf. Dat kunnen allerlei klanken zijn: helder, melancholisch, morbide of schel... ze prikkelen, leiden tot een emotionele reactie bij de luisteraar. En daar gaat het om.”

Aan een werkelijk goede zangstem

worden andere eisen gesteld. De echte zanger heeft, wat McFadden noemt, de ‘vijfde versnelling’. Die openbaart zich als de stem omhoog gaat. „Dan krijgt hij vleugels. Als luisteraar krijg je het gevoel: deze stem houdt nooit op, die is altijd zuiver, kan eindeloos zingen, en zuurstof speelt geen rol. In Amerika noemen ze het ‘ping’. Een stem met ping heeft de kracht van een geconcentreerde bundel, als een laserstraal.”

Chaka Khan, Celine Dion, Aretha Franklin en Mick Hucknall (van Simply Red) hebben ping. Norah Jones heeft het niet, Amy Winehouse niet, Antony Hegarty niet, zegt McFadden. En oude helden als Mick Jagger of David Bowie? Zij kunnen allebei niet zingen, stelt ze. „Bij Mick Jagger vraag je je steeds af of hij de volgende noot zal halen. Bovendien zit zijn stem niet in het centrum van de toon, hij zwabbert er omheen. Dat hoeft niet erg te zijn: voor Bowie geldt hetzelfde en bij hem vind ik dat juist mooi. Omdat Bowie een mooie klankkleur heeft.”

Dus Jagger, Bowie en Lucky Fonz compenseren het gebrek aan tonale trefzekerheid met de klank van hun stem. „Ze worden niet tot de grote zangers gerekend. Maar ze bekoren met hun persoonlijke klank.”

McFadden klikt naar de clip van Roosbeefs Onder Invloed. Roos Rebergen fleemt en fluistert over loverboys, gouden kettingen en Xander de Buisonjé. Als de laatste klanken zijn weggestorven, lacht McFadden. „Zij is een echte zangeres, al laat ze het hier niet horen. Zij zou voluit, met eindeloze kracht, kunnen zingen. Ze heeft de vijfde versnelling.” Als Roosbeef vals zingt is dat geen onmacht maar een artistiek statement, meent McFadden. „Ook het lijzige dat je in haar stem hoort, is een keuze. Daarin verschilt ze van Mick Jagger, want hij heeft geen keus.”

McFadden klikt naar nieuwe liedjes van de Engelse Lily Allen: The fear en Fuck you. Allen klinkt verleidelijk als Lolita, onvast als een dronken straatmeid, krengerig als een schoolmeisje. Ze zingt met veel lucht, of juist venijnig in haar geacteerde Cockney-accent. McFadden: „Ook zij kan zingen, ze wisselt van stemgeluid zoals ze van schoenen wisselt.”

Uit deze steekproef blijkt: niet alleen is ‘goed zingen’ geen vereiste in popmuziek, zelfs degenen die het kunnen, komen er niet altijd voor uit. En vals zingen heeft een functie. Roosbeefs onvaste toonzettingen zijn manieren om een identiteit uit te drukken. Liever profileert Roosbeef zich als nonchalant poëet, dan dat ze pronkt met vakkundigheid. Waarschijnlijk omdat de rol van ‘underdog’ haar beter past dan die van winnaar – net zoals Roos Rebergen zich in de songteksten graag presenteert als versmaad en afgewezen.

Als popzangers met hun stem

een eigen identiteit kunnen kiezen, is de pophistorie ook te bezien als een reeks geslaagde rollen. Bob Dylan als snerpende priester, Kurt Cobain als koppig nihilist, Björk als kobold, David Byrne als stadse neuroot. Sommige zangers hebben zelfs meer mogelijkheden, bleek onlangs bij Alex Turner, de voorman van de Britse band Arctic Monkeys, die sinds 2005 succes heeft met opgewonden gitaarliedjes als I Bet You Look Good On The Dancefloor. Hij zingt hier alsof hij wordt achtervolgd door hooligans: razendsnel, buiten adem en met felle maar wankele noten. Nadat de Arctic Monkeys wereldberoemd waren geworden, richtte Turner samen met zijn vriend Miles Kane nog een groep op, The Last Shadow Puppets. Zoals te horen op de cd The Age Of The Understatement (2008), spelen ze liedjes met de metalige sound van de jaren zestig en weelderig orkestrale arrangementen. En, verrassing, Turner bleek ook te kunnen zingen als de idolen van weleer, als Engelbert Humperdinck en Gene Pitney, met een gracieuze dictie en bronstig vibrato.

Een vocale transformatie lag ook aan de basis van het succes van de Amerikaan Justin Vernon, alias Bon Iver. Bon Iver was een van de ontdekkingen van het afgelopen jaar, dankzij zijn debuut-cd For Emma, Forever Ago (2007). Het publiek viel voor Vernons hoge falsetstem die ijl door de akoestische liefdesliedjes zwierf. Toen Vernon een paar jaar eerder nog in een grunge-band zong, met gruizige stem, bleef het succes uit. Vervolgens liep zijn relatie stuk en trok Justin Vernon (28) zich terug op het platteland. In zijn eentje nam hij een aantal liedjes op. Die nummers zouden de basis worden voor For Emma, Forever Ago. Het verschil met de muziek die hij vroeger maakte, zei Vernon, was zijn manier van zingen: die was veranderd van diep en mannelijk in hoog en breekbaar. Die stem, van een man die een vrouw nadoet, in combinatie met de teksten over zijn gebroken hart, bracht de boodschap over: nu hij zijn geliefde niet meer had, probeerde hij haar vocaal te benaderen. Dit vergeefse streven bleek zo herkenbaar dat Vernon al gauw een ster was.

Zo gebruiken zangers hun stem als instrument om een gedaantewisseling te suggereren; wat Lady Gaga doet met kleding en kapsels, doen Bon Iver en Alex Turner met hun manier van zingen. Zangeressen met een vijfde versnelling, als Esmée Denters of Beyoncé, bereiken hoge plaatsen in de hitparade; op een festival als Lowlands zien we vooral zangers en zangeressen die met minder versnellingen uit de voeten kunnen. Daar staan ze, al klinkt hun stem nog zo vals of onvast, en moeten ze schreeuwen om boven de muziek uit te komen.

De muziek van Lily Allen, Alex Turner, Roosbeef en Bon Iver is kleurrijk en opwindend. En dat een zanger op deze manier zijn eigen signatuur kan bepalen, is een bevrijdende gedachte.