Met vijftig man tot je middel door het water waden

3,9 miljoen Nederlanders brengen dit jaar hun zomervakantie in eigen land door, 100.000 meer dan vorig jaar. Wat gaan ze doen? Wadlopen, als de slikvorming niet te groot is.

De paarden die over de buitendijkse kwelders galopperen houden halt bij de grens tussen land en zee, maar de vijftig wandelaars stappen door. Eerst ploegend door het slik, later wadend door heupdiep water.

De oversteek van Lauwersoog naar Schier staat bekend als een zware route. Lang niet zo zwaar als de tocht naar het Duitse waddeneiland Borkum, de Mount Everest van het wadlopen, maar toch pittig voor ongetrainde wadlopers.

De vijftig wandelaars – allemaal Nederlanders, veel vaders met hun tienerzonen, veel veertigers, een paar jonge stellen, geen allochtonen – hebben er voor vertrek zin in. Vrolijk grappen ze over hun schoeisel. Bijna iedereen draagt goedkope stoffen gympies of surflaarsjes. Niet echt ideaal om 16 kilometer op te lopen, maar gympen veranderen tenminste niet in een loden last als ze nat zijn. „Nu zijn ze nog zo mooi schoon”, zegt een meisje. „En wij nog droog, fris en fruitig”, grapt een vader tegen zijn zoon.

Dat duurt niet lang meer. Om de diepste vaargeul aan het eind van de route veilig over te kunnen steken, vertrekt de tocht een paar uur voor laag water. Na een kwartier lopen, waden de vijftig tot hun middel door het water.

Er moet een verraderlijk slikveld getrotseerd worden. Zonder waarschuwing zakken wandelaars weg. Een vrouw slaakt een gil, half van plezier, half van schrik. Het is niet gevaarlijk, maar toch schiet er een kleine schok door je ruggengraat als je zonder waarschuwing door de bodem zakt en het warme slik langs je been voelt glijden.

Met een gelijkmatige tred en een motoriek die ervaring verraadt, loopt Menno de Leeuw (39) achterin de groep. Doordeweeks is hij leraar Engels, maar in het weekeinde gidst hij tochten over het wad voor Wadloopcentrum Fryslân. Hij pakt de nautische kaart en legt uit hoe wadlopen werkt.

Schiermonnikoog ligt in het noorden, het vasteland in het zuiden. In het oosten en westen lopen twee systemen van geulen en prielen, fijnmazige geultjes, waardoor het water bij eb wegvloeit en bij vloed toestroomt. „Waar de systemen samenkomen, loopt een richel van de kust naar het eiland. Deze strook valt het eerste droog en stroomt het laatst vol. Daar lopen we over.”

Na veel geploeter rust de groep uit bij een zandbank vol pokdalige mossels en half-open Japanse oesters. „Het is veel zwaarder dan ik had verwacht”, zegt Remco Schrijver (49) uit Utrecht. Hij is op pad met zijn 16-jarige zoon, drie van zijn klasgenoten en hun vaders. Ze lopen naar Schier, blijven daar een nachtje slapen en gaan de volgende dag terug. „Misschien lopen we”, zegt Marc van der Hoeven (47), een andere vader. De jongens fronsen. „Of we nemen de boot”, zegt Van der Hoeven.

Het weekendje Wadden is een aanvulling op hun zomervakantie, zeker geen vervanging. „Lekker naar Italië”, zegt Schrijver. „Daar is de grond tenminste stevig.” Na een kwartiertje zit iedereen muurvast in het slik.

Een kwal zo doorzichtig als glas met een sierlijke turquoise streep zwemt in een geul langs wuivend zeewier. „De Wadden zijn net door Unesco uitgeroepen tot werelderfgoed”, zegt Ciryl van Poppel (32) uit Tilburg. „Dat moet je gezien hebben.” Hij zou wel overwegen zijn buitenlandse vakantie in te ruilen voor een weekje op de Wadden. „Klets niet man”, zegt zijn vriendin Sandra de Mol (26). „Oké, misschien nu nog niet. Maar later als we kinderen hebben wel”, geeft Van Poppel toe.

Als de veerhaven van Schier opdoemt, nemen de gidsen afscheid van de groep. De 16 kilometer is afgelegd in 5 uur en 42 minuten, een recordtijd – nog nooit heeft de tocht zo lang geduurd. Door de toegenomen slikvorming is de tocht voor de komende tijd te zwaar geworden en daarom zal die dit jaar niet meer doorgaan, besluit Wadloopcentrum Fryslân nog hetzelfde weekend. Enkele wandelaars moesten met een bootje halverwege opgepikt worden. Ze hadden de tocht ernstig onderschat en konden niet verder, ook niet als de gids ze met een wandelstok voorttrekt.

Door de vertraging moet de groep snel aan wal om om te kleden, maant een van de gidsen. De laatste boot vertrekt om half zeven en wacht echt niet.

„Zijn er douches”, vraagt een vrouw met zwarte slikbenen.

„Nee”, zegt de gids.

„Maar hoe moeten we ons dan opfrissen?”

„Met een natte onderbroek.”