'Luisteren gaat beter met je ogen dicht'

Violiste Frederieke Saeijs en fluitiste Felicia van den End maken als ‘Young Artist in Residence’ bij de Muziekzomer uitstapjes naar film en jazz.

Ja, ze kenden elkaar al langer, het ‘wereldje’ is immers klein. Maar nee, samenspelen is er nog steeds niet van gekomen. En dat terwijl violiste Frederieke Saeijs (30) en fluitiste Felicia van den End (23) samen ‘Young Artist in Residence’ zijn bij de Gelderse Muziekzomer, elk jaar georganiseerd door het NJO. Voor dit festival zijn ze beiden apart benaderd, en mochten ze hun programma grotendeels zelf samenstellen. Van elkaars aanwezigheid bij het NJO waren ze pas later op de hoogte, een samenwerking zal in de toekomst wellicht nog volgen. Maar het festivalthema ‘Leaving home’ bood wel mogelijkheden voor ongewone projecten.

Gisteravond mochten beide musici tijdens het openingsconcert in het voormalig zendstation Radio Kootwijk, ver afgelegen op de Gelderse hei, een voorproef geven van de concerten die zij de komende weken spelen. In de schaduw van het art-deco Rijksmonument (bijnaam: de Sfinx) vertelt Van den End over Towards the sea, een multi-media project met regisseur Frans Weisz. „Ik wilde graag iets met video doen. De titel is ontleend aan een stuk van de Japanse componist Toru Takemitsu (1930-1996), geschreven voor Greenpeace. Er komt ook nog muziek over een walvis in voor, en Debussy’s Syrinx. Dankzij de videoprojecties bevindt het publiek zich als het ware onder water. Ik had bij dit project een heel script geschreven, veel te bombastisch, maar met dank aan Weisz is dit tot een aantal sterke beelden teruggebracht.”

Ook Saeijs koos voor een niet strikt klassiek project; zij werkt samen met de Nederlandse jazzviolisten Oene van Geel en Jeffrey Bruinsma. „Zij spelen jazz, ik Bach”, nuanceert ze. „Maar daarna gaan we improviseren. Dat is mijn antwoord op de vraag wat mij zou uitdagen.”

Daarnaast soleert Saeijs in het Vioolconcert van Oliver Knussen, composer in residence. „Een heel kleurrijk stuk, ook voor het orkest. Vaak blijft moderne muziek op een afstand, maar dit raakt de mensen volgens mij. Bij componisten als Anton Webern of Alban Berg kan dat moeilijker gaan. Het Vioolconcert van Berg behoort tot mijn lievelingsmuziek, maar toen ik het in Rusland had uitgevoerd was het publiek al uitgeklapt vóór ik me had omgedraaid.”

Wat niet wil zeggen dat het traditionele concert geen toekomst heeft. Van den End: „Nee, muziek op zich zou genoeg moeten zijn. Beeld blijft buiten, terwijl klanken letterlijk via de oren je lichaam binnengaan. Die beleving is intens. Natuurlijk komt dat visuele wel van pas om jongeren te trekken. Maar er zou vooral meer reclame gemaakt moeten worden voor klassieke concerten.” Dat heeft het NJO goed aangepakt, inclusief een glossy fotoshoot.

Saeijs: „Hmm, hoge hakken zetten je knieën op slot, dat speelt niet prettig. Afgezien daarvan: luisteren gaat het beste met de ogen dicht.”

Van den End: „Als mensen vermaakt willen worden moeten ze naar een Van den Ende musical, met een leuk dansend verhaaltje. Een musicus kan een diepere beleving laten voelen.”

Saeijs: „Je komt niet altijd prettige emoties tegen bij een concert.”

Bang voor lege zalen zijn ze niet. Een publiek van vijf man is trouwens al de moeite waard, „al moeten we dan wel in de bijstand”. Is het makkelijker voor een violist om een solocarrière te maken? Saeijs: „Het is voor niemand makkelijk, ook niet voor Janine Jansen. Die moet óók keihard werken en voortdurend de hele wereld over.”

Van den End: „De fluit is minder bekend dan viool of piano en heeft relatief minder repertoire. Maar het belangrijkste is uiteindelijk dat je het instrument vergeet en alleen nog met muziek bezig bent.”

Ze is net terug uit Zürich, waar ze in een operaorkest met Nikolaus Harnoncourt werkte. „Al heb ik de creativiteit liever zelf in handen, dit was fantastisch. Ik voelde me heel nederig. Hopelijk kan ik heel veel solo en kamermuziek spelen met gelijkgestemden. Precies wat ik nu al doe.”

Saeijs heeft eenzelfde ambitie, en wordt daarnaast docent aan het conservatorium van Den Haag, waar ze ook is opgeleid. Ze zou graag eens iets samen doen met al die jonge Nederlandse violisten van twintig en dertig jaar oud, zegt ze. Zijn dat geen concurrenten? „Nee, het is meer een soort familie. We wonen in het zelfde land en zijn gedreven met hetzelfde bezig. Je bent vaak in elkaars gedachten. Het zou mooi zijn om een week lang ervaringen uit te wisselen en samen te spelen.”

Meer over de concerten op www.muziekzomer.nl