John en Dick

Opnieuw is John Dillinger de held van een film, Public Enemies van Michael Mann, met Johnny Depp en Christian Bale in de hoofdrollen. Als u niet meteen wist wie Dillinger is, valt u dat niet kwalijk te nemen. De gangster heeft zijn triomfen en tragisch einde beleefd aan het begin van de jaren dertig (v.d.v.e.) Toen was hij behalve Publieke Vijand nummer één ook een volksheld, een soort Robin Hood, een legende. Later heeft hij Alfred Mazure nog tot een avontuur van Dick Bos geïnspireerd, Chicago, verschenen in 1941. En nu dus weer een film.

Wie zich goed wil voorbereiden, raad ik aan even op YouTube te kijken naar een meeslepende documentaire van David Flitton e.a. Die duurt ongeveer een kwartier, is opgebouwd uit filmfragmenten uit die tijd, wordt begeleid door een zakelijk gesproken verklarende tekst en af en toe melancholieke muziek, blues. Daar gaat de wereld van de jaren dertig open, de eerste jaren van de Grote Depressie. Alles is in zwart-wit. Je ziet J. Edgar Hoover, hoofd van de FBI, een persconferentie geven. Er wordt flink met machinegeweren geschoten. De mannen dragen gleufhoeden, het straatbeeld met de elektriciteitsmasten, de gevelrijen, de auto’s, de krantenkoppen met het sensationele nieuws waarop af en toe wordt ingezoomd, alles is achterhaald en toch is het ook nog herkenbaar, voelbaar dichtbij.

In gangsterfilms is het de bedoeling dat na een lange worsteling het Goede wint. Dat is officieel de politie, die recht en orde verdedigt, in het belang van de fatsoenlijke maatschappij. En de gangsters van de jaren twintig en dertig, de bootleggers en de hijackers, de dranksmokkelaars en degenen die in de tijd van het alcoholverbod de smokkelaars weer overvielen, waren meedogenloze boeven. De bankrovers idem. Al Capone, Ma Baker en haar familie, je zou ze niet als buren willen hebben.

Hoe komt het dan dat ze, na hun gerechte straf te hebben gekregen of – zoals in het geval van John Dillinger – tientallen jaren na hun dood, telkens weer als helden in populaire films kunnen optreden? Misschien omdat in ieder ordelievend mens een rebel schuilt, iemand die er genoeg van heeft vijf dagen per week van negen tot vijf te werken, dan aan het warme eten te gaan en ten slotte een beetje televisie te kijken? Lees het Roverslied van Woutertje Pieterse erop na. Dat liegt er niet om. Is er een kans dat Woutertje zich tot een gangster zou hebben ontwikkeld? Ik denk het niet. Multatuli was de vleesgeworden rechtvaardigheid.

Maar de sympathie voor de rebel blijft, ook als hij het pad van de misdaad kiest. Lang terug in de vorige eeuw opereerde in Nederland een ‘meesterkraker’, Aage M., die bij het openen van andermans brandkasten een thermische lans gebruikte, een soort snijbrander. Ook daardoor werd Aage legendarisch. Ten slotte werd hij gearresteerd. De Telegraaf wijdde er een hoofdartikeltje aan waaruit ik me deze zin herinner. ‘Ondanks alles kunnen wij hem een zekere bewondering niet ontzeggen.’

Dick Bos is de uitzondering. Onbetwijfelbaar staat hij aan de kant van de orde en de deugdzaamheid. Maar hoe. Hij stoort zich aan geen enkele regel. Jiujitsuend, met karateslagen, een machinegeweer, in een raceauto, op alle bovenmenselijke manieren weet hij zich te handhaven en het Kwaad te verslaan. Bos is de complete rebel in dienst van de deugd. Tot nu toe de enige.