ik@nrc.nl

Opa is dood. Mijn 4-jarige drieling gaat er ieder op eigen wijze mee om.

Saskia knipt vlinders om mee te vliegen in de kist. Nadia knuffelt iedereen die er zielig uitziet. Hugo wil precies weten hoe het zit.

„Is zijn kop er af?” „Nee schat, hij had een tumor.”

„Gaan wij hem begraven?” “Nee, wij gaan hem verbranden in een oven.”

„Moeten we hem dan opeten?”

De volgende ochtend is opa nog steeds dood.

Hugo komt vol praatjes aan mijn bed. „Weet je mamma, als je een dinosaurus wilt doden, dan kun je een pistool pakken, of een bom gooien, maar je kunt ook een tumor kopen. En dan is hij echt dood!”

Karin Plokker