Hoofdstuk 3

De operatie van Theunis was voorspoedig verlopen. Dokter Huis en zijn team hadden het zendertje zonder problemen uit de buik van de grutto gehaald.

Theunis werd spraakzamer na de operatie. Samen bespraken we de theorie van dokter Huis dat de mens bezig is alle vogels vol te stoppen met apparatuur, om maar alles van ons te weten. Maar dat leek ons vergezocht. Typisch complotdenken, waar wij vrije vogels niet aan meededen. Theunis begon te vertellen over de weidse Friese graslanden. En dijken. En hoe hij hield van de Waddeneilanden en de zee. Dat zijn vrouw en kinderen nu al wel op Ameland zouden zitten. Hij wilde snel ook gaan.

„Ben jij er ooit geweest?” vroeg Theunis. „Ik ben een kauw, Theunis, geen grutto”, zei ik. Ik moest toegeven dat ik nog nooit de zee had gezien. En ik voelde me nu ook niet in de stemming. „Juist daarom!” zei de grutto. „Jij moet er echt eens uit! Vindt u ook niet, dokter”, zei Theunis, tegen dokter Huis die ziekenzaal binnentrad. Die had een vette made bij zich, voor mij. „Ja, Jack, hij is bitter, het is even slikken, maar deze made is het beste medicijn tegen jouw soa.’’ Wij vogels spreken daar vrij openlijk over.

Theunis herhaalde dat ik, als kauw in de rouw, er nodig even tussenuit moest, naar zee. Tot mijn schrik knikte de manke mus. „Je hebt niet alleen een soa’tje, Jack”, zei mijn arts. „Die is zo verholpen. Maar je hebt ook iets anders. Je zit klem. Je moet er uit. Je hebt zeekoorts, zoals de dichter dat noemt.” „Zeekoorts?” vroeg ik verbaasd.

„Ja, hoe zei de dichter het ook weer?” De mus schraapte zijn keel en begon uit het hoofd te citeren: „Zeekoorts… ehm… Ik moet weer op zee aan, want…kom…want, uhm, oh ja… Want de roep van de rollende branding, brekende op de kust,/ Dreunt diep in het land in mijn oren en laat mij nergens rust,/ ’t Is stil hier, ’k verlang een stormdag, met witte jagende wolken/ En hoogopspattend schuim en meeuwen om kronk’lende kolken… Etcetera. Slauerhoff, Jack, ook een arts. Hij kon het weten”, zei dokter Huis. „Wat jij nodig hebt, is a walk on the wilde side. Weekje frisse zeelucht.”

„Ik ben geen meeuw”, monkelde ik. „Ik ben een stadskauw.” „Onzin”, zei de manke mus. „Jij moet uitwaaien. De vrijheid opzoeken.” „Maar ik voel me slapjes”, sputterde ik tegen.

„Texel ligt dichtbij. Daar ben je zo, nietwaar, Theunis?” zei de arts. „Zeker”, zei de grutto. „Je kunt gewoon met de boot meevliegen, doen die meeuwen ook de hele tijd.”

Ze waren het erg eens samen. Over mij.

Wordt vervolgd

Muziek en filmpje van grutto met zender bij deze en vorige afleveringen: nrc.nl/achterpagina

Frits Abrahams hervat zijn rubriek 17 augustus