Een nieuwe naam voor Deventer. Ik zeg: doen!

‘De Hond te veel gezag voor een tv-spot’, stond gisteren in deze krant. Op zichzelf is dat al een bericht om je vrolijk over te maken. Maurice de Hond, de opiniepeiler die geen dag met dezelfde cijfers komt, te veel gezag! Meer dan Hanneke Groenteman die een bank aanbeveelt die zich niet met kwade zaken beweert bezig te houden en ook meer dan voormalig politiek verslaggever Wouke van Scherrenburg die hypotheken aanbeveelt. Gezaghebbender dan Jeroen van Koningsbruggen die eerst een automerk en daarna benzine aanprijst, maar, hém kennen we vooral als komiek.

De Hond kennen we van politieke peilingen die veranderlijker zijn dan het weer. En met de Deventer moordzaak heeft hij zich zó belachelijk heeft gemaakt dat hij zijn mening hierover niet meer mag herhalen zonder een schadevergoeding te moeten betalen.

Het zal ermee te maken hebben waarvóór hij reclame maakt: een energiebedrijf. De staatjes die hij trots aanwijst lijken veel op potentiële indelingen van de Tweede Kamer (Verdonk van 30 zetels naar 0) – en zelfs al dicteren de spelregels van de reclame dat iemand die in een spotje zegt dat je iets moet ‘doen!’ daar vooral zélf geld mee opstrijkt, toch achtte de Reclame Code Commissie de ruimte voor misverstand te groot.

Dat reclamemensen niet te vertrouwen zijn, is een topos in de hedendaagse literatuur – en boeken waarin de reclamewereld als een hedendaags sodom en gomorra wordt neergezet, zijn bepaald niet zeldzaam. Interessanter wordt het wanneer zo’n reclameman opeens een geweten krijgt, zoals in Colson Whiteheads voorlaatste roman Apex Hides the Hurt. Daarin krijgt een briljante reclameman de opdracht om een nieuwe plaatsnaam te verzinnen voor een Amerikaans dorpje dat afstand wil nemen van zijn verleden. Winthrop heet het dorp, naar een van de stichters – een groot man, maar dan naar de maatstaven van vóór de politieke correctheid. En iets te prominent aanwezig in de omgeving: ‘Hij lag in de Winthrop-suite van hotel Winthrop in Winthrop Street bij Winthrop Square in het stadje Winthrop in Winthrop County’. Het zijn de vrouwelijke burgemeester die met haar dorp graag de nieuwe eeuw in wil, en Lucky Aberdeen, de vertegenwoordiger van het nieuwe geld.

Ze huren een vakman in, de bedenker van de slogan ‘Apex is een pleister op de wonde’: voor een pleister die meekleurt met de huid van degene die hem opgeplakt krijgt. Dat is symbolisch natuurlijk zwaar aangezet: of de wond nu in een blanke of zwarte huid zit, er is een pleister die hem bedekt zonder dat je die ziet zitten. Dát is het soort vinding dat dit dorpje nodig heeft: een pleister die zonder te discrimineren de wonden geneest en ze tijdens het proces nog onzichtbaar maakt ook. Zijn opdracht is duidelijk genoeg. ‘Confluence, Kentucky; Friendship, Louisiana; Superior, Colorado; Commerce Oklahoma; Plush, Oregon; Hope, Arkansas’: zoiets. De man neemt de klus dankbaar aan, maar raakt steeds meer betrokken bij de geschiedenis van het dorp, en vooral de rol die de zwarte gemeenschap erin speelt. En het is even schrikken wanneer hij met zijn voorstel komt. ‘Struggle’.

Goed, als Maurice de Hond even eerlijk was over de energieprijzen als deze man over de Amerikaanse geschiedenis, had hij ons niet vanaf elk bushokje aangewezen. Misschien kan hij de gemeente Deventer een dienst bewijzen door een andere naam te bedenken voor de moordzaak die dankzij hem de plaatsnaam al zo lang door het slijk haalt. Ik zeg: doen!

Toef Jaeger

In deze rubriek elke week de koppeling tussen het actuele en fictie.