Druk op Seoul om gevangen burgers

Zuid-Koreaanse en Japanse regeringsfunctionarissen hebben vandaag verklaard dat de Amerikaanse oud-president Bill Clinton tijdens zijn bliksembezoek deze week aan de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang ook het lot van Zuid-Koreaanse en Japanse burgers heeft besproken die gevangen worden gehouden in dat land.

De Zuid-Koreaanse president Lee Myung-bak heeft volgens een woordvoerder gezegd dat zijn land „al het mogelijke doet” om eigen burgers vrij te krijgen, nadat Clinton erin slaagde om twee Amerikaanse journalisten Euna Lee en Laura Ling vrij te krijgen. Volgens de woordvoerder heeft Clinton zijn missie gecoördineerd met Seoul.

Dit heeft geleid voor dringende oproepen aan de regering in Seoul om meer te doen voor de vrijlating van vijf Zuid-Koreaanse burgers die door het Noorden worden vastgehouden. Een van hen, een arbeider in fabriekscomplex van Hyundai op Noord-Koreaanse grondgebied, wordt sinds maart vastgehouden. Vier anderen zijn vissers die afgelopen week gevangen werden genomen omdat zij de territoriale wateren van Noord-Korea zouden zijn binnengevaren.

Omdat de relaties tussen Noord-Korea en Zuid-Korea op een historisch dieptepunt staan weigertPyongyang tot nu over de gevangenen te praten.

Japan maakt zich druk om de kwestie van de ontvoerde Japanse burgers die al tientallen jaren sleept. In 2002 gaf Noord-Korea toe 13 Japanners te hebben ontvoerd in de jaren zeventig en tachtig. Zij werden gebruikt om spionnen te trainen. Vijf van hen zijn teruggekeerd. Maar Tokio wil uitsluitsel over het lot van de overige acht. De Japanse hoogste kabinetssecretaris Takeo Kawamura zei tegen journalisten dat „Clinton (de Noord-Koreaanse leider) Kim Jong Il heeft gemaakt vorderingen te maken” in de kwestie van de ontvoerde Japanse burgers. Gisteren zei de woordvoeder van de Zuid-Koreaanse minister van Buitenlandse Zaken dat hij had gehoord dat Clinton Kim Jong il gevraagd heeft de Koreaanse gevangenen vrij te laten. (AP, Reuters)