De Polkedot

De Duitse kunstenaar Sigmar Polke is een tovenaar, alles wat hij aanraakt wordt beeld. In zijn grafiek neemt de rasterpunt vele gedaantes aan.

Op de allereerste televisiebeelden die ik me herinner, loopt een vrouw met een grote kinderwagen door een park. Het is eind jaren vijftig, ik was een jaar of vier. De vrouw had kort donker haar en ze droeg een jurk met een wijde rok, licht van kleur, net als de kinderwagen. Jurk en kinderwagen staken af tegen de donkere struiken op de achtergrond. Er viel zonlicht door het gebladerte op het gras. Het trillerige beeld bestond helemaal uit licht en schaduw, in tonen van grijs. Het was ongelofelijk mooi.

Die beelden kwamen terug toen ik op de tentoonstelling van Sigmar Polke voor foto’s van een tafelvoetbalspel stond. Vier identieke zwart-wit foto’s, afgedrukt op vier vellen lichtgemarmerd papier van 63,8 bij 84 centimeter in verschillende grijstinten: echt grijs, geelachtig, groenig en blauwig grijs. De foto is van bovenaf genomen, je kijkt op twee staven met voetballers die zwarte schaduwen werpen op de bodem van de bak. De staven lopen verticaal door het beeld, net als de witte middenlijn. Licht en donker, horizontalen en verticalen, en een cirkel van de bal, meer niet.

Het beeld is onscherp en zit vol met strepen en krassen. Polke maakte van de oorspronkelijke foto een afdruk op papier, verfrommelde het papier en streek het met de hand weer glad. Dit fotografeerde hij vervolgens, en liet de foto in offset afdrukken op gemarmerd papier. De kreukels zijn vooral goed te zien in de lichtreflecties op de zwarte, rechtopstaande rand van de bak.

De herinnering aan de oude, flikkerende televisiebeelden werd ongetwijfeld opgeroepen door de wazigheid van de foto, de grove korrel van de druk, het vlekkerige patroon van het papier, de schaduwen en de vele grijstonen. En door de geheimzinnigheid van de foto, waarvan de betekenis onduidelijk is. De titel las ik pas later: Fernsehbild (Kicker) I (1971), ‘televisiebeeld’, maar ook ‘beeld dat uit de verte wordt gezien’. Een Tischkicker is een tafelvoetbalspeler.

In het grafische werk van Polke (1941, Oels, Silezië) is de werkelijkheid nog wel te herkennen, maar als het ware op afstand. De fotografische opname die er aan ten grondslag ligt, is in zoveel achtereenvolgende stadia bewerkt en gekopieerd dat het beeld van zijn oorsprong verwijderd is. De afbeelding toont een andere en ongekende werkelijkheid. Polke is bezeten van het produceren, reproduceren en vermenigvuldigen van beelden. Hij is een tovenaar, alles wat hij aanraakt, wordt beeld. Het is een spel dat geen einde kent en dat hij met een enorme lust en virtuositeit speelt.

Hoewel Polke in de eerste plaats

bekend is als schilder, is de grafiek in zijn oeuvre geen bijzaak. De twee disciplines liggen in elkaars verlengde. In beide gevallen gaat het hem om de relatie tussen afdruk en origineel, en tussen beeld en vermenigvuldiging. Het gegeven van de technische reproduceerbaarheid zélf is wat hem interesseert. Ook in zijn schilderijen past Polke reproductietechnieken toe, bijvoorbeeld met sjablonen en stempels. En motieven uit het grafische werk herneemt hij in zijn schilderijen, en andersom. Misschien is de grafiek van Polke zelfs interessanter dan zijn schilderkunst. De grafische technieken laten hem veel vrijheid tot experimenteren, de manier van werken is speelser en het resultaat dus ook.

Polkes edities, ongeveer 150 over een periode van ruim veertig jaar, zijn nu te zien in Museum Ludwig in Keulen. Er kunnen allerlei aanleidingen zijn voor het maken van een editie: er zijn bijvoorbeeld jaaruitgaven van museumverenigingen bij, oplagen voor galeries of voor Edition Staeck, of bijlagen bij kunsttijdschriften als Parkett. De oplagen variëren van tien tot tienduizenden. Er zijn ook unica, met de hand ingekleurd of bij het ontwikkelen net op een andere manier behandeld.

De favoriete druktechniek van Amerikaanse pop-artkunstenaars was de zeefdruk. Polke, die begin jaren zestig op de kunstacademie van Düsseldorf zat, koos vanaf het begin voor offset. Zeefdrukken doet hij alleen bij kleine oplagen. Offset is de goedkoopste techniek bij grotere oplagen en geldt daarom als een ‘democratische’ manier van kunst produceren. Grafiek van Polke was in principe voor iedereen bereikbaar. Nu levert zijn oudere grafiek veel geld op.

Freundinnen I en Freundinnen II (1967, beide zo’n 50 bij 60 cm) horen tot de vroegste offsetdrukken, de ene in zwart-wit, de andere ingekleurd met waterverf. Het is een uitvergrote modefoto van twee modellen in polkadot bikini. Het puntraster hangt over het beeld als een voile waaruit de twee vriendinnen opdoemen. Prachtig hoe de stippen van de bikini’s en het raster op elkaar inwerken. Het beeld is, net als Fernsehbild, helemaal licht en schaduw, in het ene geval met een beetje kleur.

De stip van het puntraster is zo’n beetje Polkes handelsmerk geworden. Polkedot zou je kunnen zeggen. Zijn hele oeuvre draait om de fotografische techniek. Offset is fotografische reproductie. Het omzetten van de foto in offsetdruk is bij Polke een betoverende transformatie. De drager, dat wil zeggen de ondergrond met structuur en patroon van papier, het raster, de korrel van de foto – alles is even belangrijk als de afbeelding. Net als bij een schilder die de verf zelf goed zichtbaar wil laten zijn.

Polke gebruikt de rasterpunt zoals

de schilder zijn kwast: de punt brengt het beeld voort. Een mooi voorbeeld is de bijlage in vierkleurendruk voor het Magazin van de Süddeutsche Zeitung van 17 november 1995, 33 bladzijden met 17 afbeeldingen, getiteld Kugelsichere Ferien, Kogelvrije Vakantie. Alle mogelijkheden om het raster te manipuleren, zijn benut: uit elkaar getrokken, samengeperst, verdraaid, gespiegeld, of gesleept zodat lange vegen ontstaan. En de punten nemen veel gedaantes aan, van abstracte motieven tot slangenhuid, van ronde kogels tot citroenen en braadworsten. Ook een recent werk, Eisberg, laat zien hoe briljant Polke is in het technisch manipuleren van het raster.

Polke houdt van de mythe van het kunstenaarschap. Op allerlei manieren ironiseert of ondermijnt hij die mythe. Door een banale productiemethode als offset te kiezen. Of door het idee van inspiratie te relativeren. Polke houdt er ook van om als alchemist op te treden. Zijn atelier – met telescoop, microscoop, donkere kamer, fotokopieerapparaten, videocamera’s, dia-apparaten en wat al niet – is het laboratorium waar hij zijn experimenten uitvoert. Jarenlang had hij een assistente in dienst die chemicus was en Polke hielp bij het ontwikkelen van fotografische technieken. De alchemisten zochten naar een verbinding van zwavel en mercurius die het geheim van de schepping zou ontsluieren. Polke probeert beelden van een andere, occulte wereld te vangen op de gevoelige filmemulsie. Als het zo uitkomt met behulp van LSD en andere geestverruimende middelen, zoals sommige psychedelisch aandoende werken laten zien. Magische praktijken, chemische experimenten, pseudowetenschap: alles stelt Polke in het werk om beelden te genereren. Zijn honger is onstilbaar.

Ieder onderwerp dat Polke kiest, is aanleiding tot een spel van metamorfose, transformatie, transpositie, tot over de grenzen van het zintuiglijk waarneembare heen. Hij is zo getalenteerd dat zijn werk alle kanten uitvliegt, ongrijpbaar blijft en toch betekenissen oproept. In 2000 maakte hij een stempel met de tekst: Das kann doch kein Motiv sein, met daaronder een amoebe-achtige vlek met rare sliertjes. Ja, bij Polke kan ook dat een motief zijn.

Sigmar Polke, ‘De edities’. Museum Ludwig, Heinrich-Böll-Platz, Keulen. Tot 27 sept. Di t/m zo 10-19 u, eerste do van de maand tot 22 u. Inl. www.museenkoeln.de