'De griep is een relatief probleem'

Terwijl de Mexicaanse griep om zich heen grijpt, is directeur-generaal van het RIVM Marc Sprenger een van de vijf kandidaten voor een hoge post bij de WHO.

Marc Sprenger (47)

Marc Sprenger, directeur-generaal van het RIVM, heeft het druk. Logisch, nu de Mexicaanse griep om zich heen grijpt. Maar nee, dat is het niet. De bestrijding van de griepepidemie is in goede handen bij collega Roel Coutinho, directeur infectieziekten bij het RIVM. Sprenger zelf is druk met zijn verkiezingscampagne.

De 47-jarige RIVM-directeur is een van de vijf overgebleven kandidaten voor een hoge post bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarvoor hij door de Nederlandse regering is voorgedragen. Op 15 september hoopt hij door vertegenwoordigers van 53 landen uit Europa en Centraal Azië gekozen te worden tot directeur van de WHO Regio Europa.

Is dit geen gek moment voor een verkiezingscampagne?

„Dat lijkt maar zo. Het is een functie die eens in de vijf jaar vrij komt. Ik ben naast mijn gewone werk al sinds het begin van het jaar bezig met deze campagne. Bovendien ben ik op dit moment niet het gezicht van het RIVM. Dat is Roel Coutinho. Ik ben formeel wel de baas, maar mijn functie is toch vooral dienend en ondersteunend. Ik moet zorgen dat Coutinho en zijn collega’s hun werk goed kunnen doen.”

U bent kandidaat voor regionaal directeur van de WHO in Europa. Wat voor functie is dat?

„De WHO is binnen de Verenigde Naties dé autoriteit voor volksgezondheid maar heeft geen formele macht. Het is een adviserende organisatie die het moet hebben van haar geloofwaardigheid. Een regionaal kantoor van de WHO inventariseert data en problemen en adviseert en ondersteunt landen op het gebied van volksgezondheid.”

Wat betekent dat concreet?

„Beleid voor volksgezondheid houdt niet op bij de landsgrenzen. Neem de griepepidemie van nu. Om de gevolgen daarvan voor Nederland te kunnen inschatten, moet je weten wat er gebeurt. In Nederland, maar ook daarbuiten. Hoeveel mensen worden ziek? Wat zijn de symptomen? Wie zijn er kwetsbaar? Daarvoor heb je een systeem van diagnose en registratie nodig. Je kunt het in Nederland goed voor elkaar hebben, maar als in een van de landen in onze regio geen goed werkend laboratorium aanwezig is, hebben ook wij een probleem. Neem tuberculose. In Nederland was tbc vrijwel uitgebannen en toch zien we nu dat de resistente variant van deze bacterie ook bij ons weer aan een opmars bezig is. Dat komt vooral door reizigers en migranten uit bijvoorbeeld Oost-Europa waar veel minder geld en aandacht besteed kan worden aan de bestrijding van tbc.”

Wat heeft de Nederlandse kandidaat de WHO te bieden?

„Ik ben arts en epidemioloog. Dat is relevante kennis. Daarnaast beschik ik over ruime ervaring met het besturen van een organisaties die verantwoordelijk is voor volksgezondheidsvraagstukken. En ik heb internationale ervaring als voorzitter van het bestuur van het Europese centrum voor ziektepreventie en controle. Bovendien vertegenwoordig ik als Nederlander een beleid dat gericht is op internationale samenwerking en solidariteit met ontwikkelingslanden. Niet onbelangrijk is dat Nederland een goed zorgstelsel en volksgezondheidsbeleid heeft. Dat telt in het buitenland.”

U bent gepromoveerd op influenza. Is dat nu in uw voordeel?

„Dat hangt er vanaf waar je komt. In Engeland hebben ze op dit moment veel problemen met de Mexicaanse griep. Dus ja, daar kan ik nu goed op inspelen. Maar er zijn landen waar de griepcrisis op dit moment ondergeschikt is aan de financiële crisis. Zo was ik onlangs in Riga, de hoofdstad van Letland. Daar is wegens geldproblemen een groot stadsziekenhuis gesloten. Dan is de griep plotseling een relatief probleem. ”

Hoe goed zijn de West-Europese landen voorbereid op de griep?

„Dat hangt ervan af hoe je er naar kijkt. Sommige landen vinden dat je een handboek griep moet hebben van duizend pagina’s dik, terwijl andere landen beleid maken op het moment dat het nodig is. Dat zien wij als improviseren, maar daar is niks op tegen als het goed werkt.”

Is het niet tekenend voor de moeizame internationale samenwerking dat zelfs de landen binnen de Europese Unie niet gezamenlijk een vaccin tegen de Mexicaanse griep hebben besteld? Nu zijn de overheden tegen elkaar uitgespeeld door de vaccinproducenten en dat heeft veel geld gekost.

„Dat klopt. Vanuit het perspectief van de internationale volksgezondheid had dat beter gekund. De 27 Europese lidstaten hebben gezondheidszorg in eigen hand gehouden. Dat is ook tekenend voor de anti-Europese stemming die er heerst. Wat zou er in Nederland gebeurd zijn als iemand in Brussel had besloten wie er als eerste mag worden ingeënt tegen de Mexicaanse griep? Niemand wil afhankelijk zijn van andere landen; dat geldt niet alleen in Nederland. Tegelijkertijd laat de Mexicaanse griep zien hoe belangrijk internationale samenwerking is. Die ogenschijnlijke tegenstelling tussen onafhankelijkheid en samenwerking wil ik overbruggen.”