De beste skeeleraars zie je in 't noorden en oosten

De oorsprong van het skeeleren in Nederland ligt op de Veluwe.

De sport wordt ook in de rest van het land populairder. In België zijn nu de EK.

De Nederlandse skeelerploeg bij de mannen heeft meer weg van de Overijsselse selectie. De oostelijke provincie is deze week met vijf skeeleraars, in een nationale ploeg die in totaal negen man telt, zeer goed vertegenwoordigd bij de EK skeeleren in het Belgische Zandvoorde. „Wij hebben mooie skeelerbaantjes, dus het is niet zo gek dat daar veel rijders vandaan komen”, lacht Ronald Mulder (23) uit Zwolle, die eerder deze week een zilveren medaille won op de 500 meter.

Topschaatsers zijn er genoeg voortgekomen uit het noorden en oosten. Zoals Erben Wennemars, Mark Tuitert, Gretha Smit (alle drie uit Overijssel), Falko Zandstra, Ids Postma, Rintje Ritsma en Sven Kramer (allen uit Friesland). Ook bij het skeeleren komen er opvallend veel goede rijders uit dat deel van het land.

Waar het wielrennen vooral populair is in het zuiden, is skeeleren net als en schaatsen een sport die vooral leeft in het noorden en oosten. En dat zie je terug in de jeugdselecties en de Nederlandse skeelertop. De provincies Friesland, Groningen en Drenthe leveren samen met Overijssel twaalf van de vijftien skeeleraars (mannen en vrouwen samen) voor het nationale team. Tot en met morgen komen zij uit op de EK in het skeelergekke dorp Zandvoorde, dichtbij Oostende.

Topsportcoördinator van de Skate Bond Nederland (SBN) Harry Oosterhuis, zelf Zwollenaar, beaamt dat de topskeeleraars grotendeels uit het noorden en oosten komen. Op het terras voor het ‘Holland Huis’, nabij de skeelerpiste en het stratencircuit, legt hij uit dat de oorsprong van het skeeleren in Nederland ligt in de Veluwe, midden jaren ’80. Tien jaar later volgden de eerste skeelerbanen in Vriezenveen en Oldebroek. Snel daarna werden er goede skeelerclubs opgericht, zoals in Staphorst, Haulerwijk, Heerde, Rijssen en Groningen. „Als er een vereniging is die goed draait en ze zetten er een paar trainers op dan komen er van zo’n club opeens mensen in de nationale selectie”, vertelt Oosterhuis, die aangeeft dat er ongeveer vijftig skeelerclubs in Nederland zijn en ruim 3.000 leden.

Een van de vele talenten uit het noorden is Anniek ter Haar (21). Sport en studie dwongen haar vier jaar geleden te verhuizen van het Overijsselse Dedemsvaart naar Groningen. In het hotel in Oostende vertelt ze tijdens haar lunch dat in het noorden en oosten veel samen wordt getraind. „Dat werkt motiverend en je kan veel van elkaar leren. In de rest van het land heb je dat niet.” Ook ziet ze dat veel skeeleraars naar haar club in Groningen komen vanwege de goede faciliteiten en trainers.

„In het zuiden heb je bijna geen wedstrijden”, zegt Crispijn Ariëns (20), die zondag derde werd bij de 10 kilometer puntenafvalkoers op de piste. Hij komt uit Boxtel (Noord-Brabant), maar verhuisde dit jaar naar Heerenveen, waar hij traint met de nationale selectie. „Het leeft veel meer in het noorden en oosten, en er zijn meer clubs en betere banen.”

Wel breidt het skeeleren zich uit over het land. Oosterhuis, van de bond: „Dat gaat vrij snel.” Zo rijden in Vlaanderen acht skeeleraars (junioren meegeteld) van skeelervereniging Radboud uit Medemblik, Noord-Holland. De ‘motor’ achter deze club is Piet Schipper. „Hij woont naast de skeelerbaan en regelt heel veel”, vertelt Sjoerd Huisman (23), die traint bij Radboud. „Ook motiveert hij schaatsers om te gaan skeeleren.”

Dat er nu successen worden behaald met de club uit de kop van Noord-Holland heeft volgens Huisman, afgelopen winter Nederlands kampioen marathonschaatsen op natuurijs, vooral met de promotie van de sport te maken. „Noord-Holland heeft veel goede schaatsers. Maar het moet goed gepromoot worden voordat je ze op skeelers ziet. Dat gebeurt nu.”

Topsportcoördinator Oosterhuis sluit zich aan bij Huisman. „De talenten komen nu uit de plaatsen waar geskeelerd en geschaatst wordt. Oftewel: er moeten er nog veel meer zijn in de rest van het land.”