Buitenbeentje werd Hollywoodheld

In zijn film ‘The Breakfast Club’ liet John Hughes de generatie van de jaren 80 hun eigen leven zien.

De films van John Hughes horen bij de jaren tachtig zoals beenwarmers, schoudervullingen en Michaels Jacksons Moondance. Een hele generatie heeft zich gewarmd aan de herkenning in tienerfilms als The Breakfast Club (1985) en Pretty in Pink (1986). Vergeleken met andere tienerfilms uit die tijd, zoals Porky’s Pikante Pretpark, waren die van Hughes wonderen van inlevingsvermogen en subtiliteit.

Hughes, die gisteren op 59-jarige leeftijd in New York overleed aan een hartaanval, wist de commerciële waarden van Hollywood – zoete verhalen met happy end – te verenigen met het gevoel van veel adolescenten door niemand te worden begrepen. De hoofdrolspelers van zijn ensemblefilms – Emilio Estevez en Molly Ringwald – groeiden uit tot sterren en haalden de cover van Time als de gezichten van een nieuwe generatie.

Huidige Amerikaanse regisseurs zoals Kevin Smith (Clerks) en Judd Apatow (Superbad) die met de films van Hughes opgroeiden, noemen zijn werk als inspiratiebron. Smith: „Hughes is de J.D. Salinger van onze generatie. Mijn films zijn gewoon John Hughes-films, waarin mag worden gevloekt.” Volgens Apatow is het aan Hughes te danken dat buitenbeentjes en verschoppelingen nu de helden kunnen zijn van Hollywoodcomedy’s. Maar van een serieuze aanval op de mainstream-waarden van de Amerikaanse samenleving, zoals Salinger doet in The Catcher in the Rye, is in de films van Hughes nauwelijks sprake.

Hughes brak door met Sixteen Candles (1984), de eerste film die hij zelf regisseerde, na zijn eerste stappen in film te hebben gezet als scenarioschrijver. Daarvoor werkte hij tien jaar als copywriter. Zijn bezeten werklust in de jaren tachtig had veel te maken met zijn vrees weer bij een reclamebureau zijn brood te moeten verdienen.

Hughes was niet altijd zelf de regisseur van ‘zijn’ films. Vaak nam hij genoegen met een rol als scenarioschrijver en producent. Alleen projecten die voor hem een uitgesproken persoonlijk karakter hadden, regisseerde hij zelf: The Breakfast Club en She’s having a baby (1988), over zijn ervaringen als jonge vader. Een van zijn grootste successen was Home Alone (1991) met de negenjarige Macaulay Culkin, waarvoor hij het scenario schreef. Met komedies als Ferris Buller’s Day Off (1986) en Planes, Trains and Automobiles (1988) leverde hij topvermaak af.

Waar bijna alles wat hij in de jaren tachtig aanraakte in goud veranderde, zo weinig lukte er meer in de jaren negentig. Zijn films flopten en Hughes verbrak meer en meer het contact met Hollywood. De laatste jaren leefde hij teruggetrokken op zijn landgoed bij Chicago, de stad waar zijn wortels lagen en waar zijn meest succesvolle films zijn gesitueerd. Hij liet er een berg aanleggen, zodat hij kon skiën in zijn achtertuin.

Fragmenten uit de films van Hughes op nrc.nl/kunst