BADMUTS

Vandaag gaan Rintje en Tobias bij Henriette spelen. De moeder van Henriette heeft een zwembad opgeblazen en in de tuin gezet.

„Dan kunnen jullie lekker afkoelen”, zegt ze.

„Wacht even, ik moet eerst iets halen”, zegt Henriette. Als ze terugkomt, geeft ze Rintje en Tobias iets aan. „Deze moeten we op als we gaan zwemmen.”

„Wat moet dit voorstellen?” vraagt Rintje.

„Ik zal het even laten zien”, zegt Henriette. Ze zet een rubberen muts op haar hoofd en trekt hem strak naar beneden. Op haar badmuts zitten roze bloemen.

„Je ziet er echt heel raar uit nu!” zegt Tobias.

Rintje kan bijna zijn lachen niet houden. „Je lijkt helemaal niet meer op jezelf”, zegt hij. „Je lijkt wel een ander soort hond!”

„Het is helemaal niet raar hoor”, zegt Henriette. „Als je zwemwedstrijden op de televisie ziet draagt iedereen een badmuts!”

„Nou, ik ga er gewoon zo in”, zegt Tobias. Maar voordat hij in het zwembad kan springen roept Henriette: „Ho! Je mag niet in mijn zwembad zonder muts!”

„Nou dan hoef ik niet te zwemmen!” zegt Rintje. „Ik ga echt niet zo’n gekke badmuts op mijn kop zetten!”

Henriette neemt een sprong en zit in het zwembad. „Heerlijk!” roept ze. „Zo heerlijk koel! Wat een lekker water!”

Rintje en Tobias halen hun schouders op.

„Ga jij maar lekker in je eentje in je zwembad zitten hoor!” zegt Tobias.

Maar na een hele tijd vinden Rintje en Tobias het toch wel moeilijk om op het gras te blijven zitten terwijl Henriette lekker in het water spartelt.

„Mogen we er echt niet in?” vraagt Rintje met zijn liefste stem. „Zonder badmuts niet!” zegt Henriette. „Het is mijn zwembad en ik ben de baas!”

„Maar als we de badmuts nou opzetten als we er in gaan”, vraagt Rintje. „Mogen we hem dan na een tijdje weer afzetten?”

Henriette moet even nadenken. Ze vindt het eigenlijk wel heel ongezellig in haar eentje in het zwembad. „Vooruit dan”, zegt ze uiteindelijk. „Maar wel eerst opzetten.”

Rintje en Tobias zetten de badmutsen op. Nu moet Henriette heel hard lachen.

„Jullie lijken helemaal niet meer op jezelf!” giechelt ze. „Jullie lijken eerder zeehonden!”

„Dat klopt!” roepen Rintje en Tobias. „En we springen nu in de zee!” Met een grote duik springen ze in het water. „Jullie lijken net echte zwemkampioenen zo!” zegt de moeder van Henriettte. „Ik zal een foto van jullie maken!”

„Maar nu mag die badmuts weer af”, zegt Rintje als de foto gemaakt is.

„Dan worden mijn oren tenminste ook lekker nat!” zegt Tobias.