Alles kan een wedstrijd zijn

Van de televisie kun je leren dat er bijna niets bestaat waarvan je geen wedstrijd kunt maken. Afvallen, je huis verbouwen, een bed and breakfast beginnen, de weg vinden, een dame worden -  je kunt altijd kijken wie het het snelste, het opvallendste of het goedkoopste kan. En wij thuis maar ademloos kijken - „Aah, zie je hoe snel dat muurtje wit wordt?”

Nu dacht ik dat al die wedstrijden voornamelijk bestonden omdat televisieprogrammamakers vaak niet barsten van de ideeën, om het eens vriendelijk te zeggen, en dus al snel denken: weet je wat, een wedstrijd. Maar in werkelijkheid willen de mensen niet per se weten wie van hen de meeste rare feitjes uit de Bijbel kent, in drie minuten een zesgangendiner op tafel kan zetten of een slechtlopend restaurant kan kopen. In werkelijkheid doe je gewoon wat er te doen is en sommigen zijn op onderdelen beter dan anderen. Je gaat geen garnalen pellen als wedstrijd,  je wiedt je tuin niet om het hardst en je kijkt niet naar vogels om De Beste Vogelkijker van het Jaar te worden.

Hoewel vogelaars soms wel de behoefte lijken te hebben om de beste te zijn. „Zag u die groenpootruiter daar links achter dat groepje bontebekplevieren?” „Ja zeker en achter dat riet zit een grote stern.” „O dank u: links daarvan juveniele bergeenden.”  „Mag ik u dan op mijn beurt op de eveneens juveniele baardmeesjes hier in het rietland attenderen?”

Na een poosje heb je toch als vanzelf in de gaten wie de beste is: degene die fijntjes opmerkt dat de zo kenmerkende oogstreep ontbreekt of dat we wel degelijk met een vrouwtje te maken hebben maar dat ze mogelijk tot verwarring aanleiding gevende resten van het zomerkleed vertoont.

Dus het had me helemaal niet hoeven te verbazen dat er ook een wereldkampioen barbecueën bestaat. Leerde ik ook alweer uit de  Delicious. ’t Is echt een leuk blad hoor. Ze citeerden ‘de voormalig barbecuewereldkampioen’ Peter de Clerq. Die zegt: „Barbecueën doe je eigenlijk met je neus.” Dat klinkt misschien even gek, maar nadat je het beeld van iemand die met zijn neus een hete worst op een grilrooster omdraait van je netvlies hebt verdreven, ga je begrijpen wat Peter de Clerq bedoelt: je ruikt hoe je eten gaat smaken. Graag niet naar rubberige rook, spiritus of verbrande onderdelen.
Leerde eveneens uit de Delicious. dat je heel goed een dunne bakplaat op de barbecue kunt leggen en dan kun je buiten sint-jakobsschelpen bakken.

Dat kan dan ook binnen, zullen sommigen misschien tegenwerpen. Dan zeg ik: inderdaad.

Sint-jakobsschelpen met groenetabascomayonaise (voor 4 personen)

  • 24 sint-jakobsschelpen
  • 2 el olijfolie
  • 2 el citroensap
  • 50 gr wittebroodkruim
  • 2 el fijngehakte peterselie
  • 1 el fijngehakte oregano
  • 8 houten satéspiesjes
    mayonaise
    groene tabasco

Marineer de schelpdieren een half uur in olie met citroensap, bestrooi ze met peper en zout en rijg ze aan spiesjes die een half uur in water geweekt zijn. Vermeng het broodkruim met de fijngehakte peterselie en oregano en rol daar de spiesjes één voor één door.  Maak de bakplaat op de barbecue heel heet, of zet een koekenpan op het gas, vet in met olie en bak de spiesjes 2 minuten aan elke kant, tot het broodkruim goudkleurig is - niet langer want dan worden ze gaar en saai. Maak mayonaise met citroensap en 2 tl groene tabasco, of neem echt goede mayonaise uit een pot (Belze majoneis bijv.) en roer daar de tabasco door.