Alleen doodknuffelen is gevaarlijk

Waar winden stedelingen zich over op? In Rotterdam klagen bewoners en ondernemers in het centrum over duivenoverlast. Maar vergassen mag niet van de gemeenteraad.

Een slechtvalk en een paar sperwertjes. Dat is wat Rotterdam nodig heeft in de strijd tegen de duivenoverlast. Aldus Leefbaar-fractievoorzitter Ronald Sørensen, vorige maand in de raadszaal. Hij kan het weten; hij is de enige biologiedocent onder de Rotterdamse volksvertegenwoordigers. „Een stompzinnig en typisch populistisch voorstel”, sneert zijn collega Arno Bonte van GroenLinks. „Dan wemelt de stad van de afgekloven kadavers. Dat trekt pas echt ongedierte aan.”

Rotterdam is de duivenoverlast beu. Of beter: een meerderheid van de bewoners en de ondernemers in het centrum is de ‘vliegende ratten’ liever kwijt dan rijk. „Afknallen of aan het gas, want we worden gek van die smerige beesten”, foetert Danny Blanken van de fruit- en groentenkraam op het Binnenwegplein. „Ze jatten onze bessen en schijten de boel helemaal onder.” Het aantal duiven valt mee deze woensdagmiddag, maar dat zegt niets, weet Blanken. „Het is warm vandaag, dat scheelt. Op sommige dagen scharrelen hier wel honderd tot tweehonderd van die rotvogels rond.” Om zijn relaas kracht bij te zetten, knikt hij nog eens. „Echt waar.”

Mede op aandringen van bewoners en ondernemers schakelde de stadsmarinier, een ambtenaar met vergaande bevoegdheden, onlangs de stadsreinigingsdienst Roteb in. Met het verzoek duiven te vangen en deze vervolgens met CO2 te laten inslapen.

GroenLinks-raadslid Bonte kwam onmiddellijk in actie. Hij diende – met succes – een motie in tegen deze „inhumane en ineffectieve bestrijdingsmethode”. Uit alle onderzoeken blijkt het vangen en het doden van duiven contraproductief te werken, stelt Bonte. „In no time is de populatie weer op peil, omdat de oorzaak – een overdaad aan voedsel – niet is weggenomen.”

Een korte rondgang door het centrum leert dat vooral de snackkramen van de Rotterdamse patatkoning Bram Ladage grote aantrekkingskracht uitoefenen op het gevogelte in de havenstad. Meeuwen vormen daarbij de grootste plaag. Rotterdam herbergt exemplaren die niet alleen onheilspellend groot, maar vooral ook brutaal (kunnen) zijn. Iedere bezoeker van de markt op de Binnenrotte weet dat hij zijn patatje niet al te opzichtig moet verorberen. Of zou dat moeten weten. Vanuit de lucht loert het gevaar.

Stadsecoloog Niels de Zwarte van het Bureau Stadsnatuur kan daarover meepraten. Hij maakt deelt uit van een commissie die de gemeenteraad volgende maand moet informeren over het dierenwelzijn in de stad. Met kromme tenen volgde hij onlangs het raadsdebat. „Zonder enige kennis van zaken roept men maar wat.” Zo beweerde Leefbaar-raadslid en marktkoopman Hennie van Schaik dat Rotterdam maar liefst 70.000 duiven telt. Bonte hield het op een bescheiden 950. De waarheid ligt vermoedelijk in het midden, zegt De Zwarte. „Recente tellingen ontbreken, maar ik schat het aantal duiven, verspreid over de gehele stad, op een kleine zevenduizend.”

Rotterdam had zes jaar geleden de landelijke primeur van de eerste stad met een duiventil. Bovenop het dak van een woningcorporatie, middenin het centrum, stond een hypermoderne broedkist, waar vrijwilligers de eieren verwisselden voor gipsen exemplaren. Doel: geboortebeperking. Amsterdam en Zutphen volgden het voorbeeld.

Hoewel „uiterst succesvol”, bestaat volgens Bonte de duiventil niet meer. „Medewerkers van de woningcorporatie werden een beetje moe van dat op-en-neer-rennen naar het dak.” Hij zou graag zien dat de gemeente de til zo snel mogelijk herintroduceert. „Genoeg gemeentelijke daken in het centrum, dus ruimte kan het probleem niet zijn.”

Toch lijkt het erop dat Bonte vorige maand een schijnoverwinning heeft behaald. De Roteb mag dan voorlopig geen duiven meer vangen en vergassen, de ‘duivenmarkt’ telt meerdere verdelgers, zegt een woordvoerder van de gemeentelijke schoonmaakdienst. „Die kan je gewoon vinden in het telefoonboek of op internet.”

Bonte zegt geen signalen te hebben dat commerciële partijen worden ingeschakeld door particulieren. „En als dat wel zo mocht zijn, dan stellen we een algeheel duivenvangverbod in.”

Duiven vormen een bedreiging van de volksgezondheid, zeggen voorstanders van het vangen en doden van de dieren. Stadsecoloog De Zwarte lacht dat argument weg. „Je zou zo’n duif bijna letterlijk dood moeten knuffelen, wil je besmet raken met wat voor bacterie dan ook.”

Volgens hem is de beste remedie tegen de overlast in één woord samen te vatten: voorlichting. Bonte deelt die mening. „Ga langs bij de bejaardentehuizen en vertel dat het niet zo verstandig is om dagelijks complete broden over Rotterdam uit te strooien.” Zelf woont hij op het Kruisplein, vlakbij CS – ook een berucht duivengebied. Om zijn balkon schoon te houden heeft hij „een glanzend cd-rommetje” opgehangen. „Hoe het kan, weet ik ook niet. Ik heb het ooit ergens gelezen en het werkt! Duiven mijden mijn balkon.”