Zij zeggen: niet doen!

Maurice de Hond mag niet doen wat Natasja Froger wel was toegestaan: optreden in een reclamespot van een energiebedrijf. Dat blijkt uit een uitspraak van de Reclame Code Commissie na klachten die tegen de bewuste advertenties op televisie en in kranten waren ingediend.

De commissie baseert haar oordeel op artikel 11.2 van de Nederlandse Reclame Code. Daarin staat onder meer: „Het in reclame optreden van personen die krachtens hun deelname aan programma’s geacht kunnen worden gezag respectievelijk vertrouwen te hebben bij bepaalde publieksgroepen is verboden.”

Daar kunnen Wouke van Scherrenburg, Jan Mulder, Antoine Bodar, Martine Bijl, Joost Zwagerman, Jan Smit en Charles Groenhuijsen, om een lang niet volledig rijtje min of meer bekende Nederlanders op te sommen, het mee doen. Zij traden op in reclamespotjes of krantenadvertenties, maar de commissie vond hen blijkbaar niet gezaghebbend genoeg om dat te verbieden. Of er werd niet over geklaagd. Hetzelfde geldt voor Wim de Bie, Kees van Kooten, Ton van Duinhoven en Peer Mascini (spotjes kunnen ook leuk zijn). De aanvoerder van Ajax en de bondscoach van het Nederlands elftal, qualitate qua gezaghebbend, maken reclame voor een voetbalkanaal. Mag dat wel?

Het is een discutabele uitspraak die de commissie heeft gedaan. Zelf is zij van oordeel dat De Hond „in tegenstelling tot bijvoorbeeld Angela Groothuizen, en voormalig minister Van Boxtel kan worden geacht (nu nog) een zeker vertrouwen te genieten bij een belangrijk deel van het televisiekijkend publiek, in die zin dat hem op het gebied van onafhankelijk onderzoek een zekere deskundigheid wordt toegeschreven”.

Die laatste bijzin bevat de crux: De Hond is geen autoriteit op de energiemarkt, maar wel wordt hem, aldus de commissie, „op het gebied van onafhankelijk onderzoek een zekere deskundigheid toegeschreven”. Dat onderscheidt hem van Natasja Froger, die in een soortgelijke commercial optrad die zij net als De Hond afsloot met de woorden: „Ik zeg: doen!” De klacht over haar luidde dat zij hierin, als iemand die zich ook inzet voor de voedselbank en in een tv-programma voor weldoener speelde, „minderbedeelden” op het verkeerde been zette. Maar volgens de commissie stond hiermee niet vast dat „zij bij een bepaalde publieksgroep een zeker gezag of vertrouwen heeft”.

De vraag is in hoeverre gezag en vertrouwen meetbaar zijn, en of dat er veel toe doet. De zelf regulerende Stichting Reclame Code, onder wier vlag de commissie opereert, wil consumenten blijkbaar enigszins beschermen tegen bekende Nederlanders. Dat is nogal bevoogdend.

En wat betreft Maurice de Hond: hij heeft slechts gezag voorzover anderen – media, opdrachtgevers – hem dat toekennen. Juist door op te treden in een tv-commercial en in krantenadvertenties te staan, heeft hij zijn geloofwaardigheid als onafhankelijk onderzoeker ondergraven, en zo zelf zijn gezag aangetast. Hij is geschikt voor een reclamespotje.