Verhalen zeggen meer over het leven dan tabellen

Vanaf 1937 is onderzocht hoe het een groep van ruim 200 veelbelovende Harvard-studenten is vergaan. John F. Kennedy was één van hen. Zijn dossier is geheim tot 2040.

Ze hadden de beste kaarten. Ze waren jong, slim, gezond, mentaal stabiel, man en blank. Ze studeerden aan de prestigieuze universiteit Harvard en stonden aan het begin van een glansrijke loopbaan. En hoe verging het hun? De een werd president, de ander viel dronken dood van de trap. „Het leven is maar beperkt voorspelbaar”, zegt de Amerikaanse psychiater George Vaillant, die de levens van de mannen 42 jaar lang volgde.

In 1937 selecteerde een team van artsen en psychiaters 268 veelbelovende studenten op goede academische resultaten en mentale en lichamelijke gezondheid. Ze werden het Grant Cohort genoemd, naar warenhuismagnaat en geldschieter William T. Grant, en stemden in met deelname aan de ‘Harvard Study of Adult Development’, dat het langstlopende onderzoek naar psychische en fysieke gezondheid zou worden. Slechts twintig stapten eruit. Alle anderen lieten zich hun leven lang volgen, door ziekte, werk, oorlog, vaderschap, succes, echtscheiding, verslaving en verlies heen.

George Vaillant, een inmiddels 74 jaar oude psychiater, nam het onderzoek in 1967 over, vertelt hij aan de telefoon vanuit het Brigham and Women’s Hospital in Boston, deel van de Harvard Medical School. „Van het cohort leeft 30 procent nog, 20 procent is al boven de negentig.”

Vaillant probeert uit de levens te destilleren wat nu eigenlijk bepaalt waar iemand uitkomt. Dat sociale klasse niet alles bepaalt, is duidelijk. Op vijftigjarige leeftijd hadden 80 van de 248 ooit zo veelbelovende mannen weleens voldaan aan één van Vaillants criteria voor psychische ziekte, zoals depressie of verslaving. Van die 80 was de helft voor zijn 75ste dood. Van de 111 mensen die nooit psychisch ziek waren geweest, stierven er maar 12 voor hun 75ste.

Voor zulke verschillen is een scala aan oorzaken aan te wijzen. Vaillant heeft ruim 140 artikelen gepubliceerd over gunstig en minder gunstig gedrag en dito omstandigheden – van het effect van alcohol tot de gevolgen van een slechte jeugd – in gerenommeerde tijdschriften als Science en de New England Journal of Medicine.

Maar in zijn latere boeken vertelt Vaillant vooral levensverhalen. Want het leven blijkt grillig en de rijkdom van de data moeilijk in tabellen te vangen. Neem John F. Kennedy, ook een lid van de Grant Study. Hoewel hij vaak geveld werd door ziekte, steeg Kennedy het snelst van allemaal. Maar juist diegene die het hoogst op de ladder klom, werd neergeschoten. Zijn dossier is overigens tot 2040 verzegeld en opgeborgen.

Of kijk naar de man die Vaillant aanduidt in zijn boek Aging Well (2002) met het alias ‘Ted Merton’. Als jongetje had ‘Merton’ een zenuwachtige, beschermende moeder en at hij tot zijn zesde alle maaltijden alleen, in zijn speelkamer. De onderzoekers deelden hem in de categorie loveless in, liefdeloos dus, voor de deelnemers met de beroerdste jeugd. ‘Merton’ werd hypochonder, deed een zelfmoordpoging. De dood van zijn zus en moeder lieten hem onverschillig. Op zijn 33ste kreeg hij ook nog tuberculose en lag een jaar in een ziekenhuis.

In dat jaar veranderde alles. Het kwam doordat hij voelde dat iemand die hij „someone with a capital ‘S’’’ noemde, hem werkelijk verzorgde. ‘Merton’ schreef aan de onderzoekers: „Het zorgde er een tijdje voor dat ik me stapelgek voelde, maar in de katholieke kerk staat het bekend als genade.” Na dat jaar, schrijft Vaillant in Aging Well, rees ‘Merton’ als een Lazarus van zijn ziekbed. Hij werd arts, trouwde, werd een verantwoordelijke vader en leider van een kliniek.

Langlopende studies als de Grant Study worden nauwelijks gedaan, zegt Vaillant. „Het is ontzettend moeilijk om er fondsen voor te werven. Uit de eerste twintig jaar kwamen nauwelijks interessante resultaten.”

Wat hij nu na al die jaren concludeert is dat niet de hoeveelheid ellende die iemand tegenkomt bepaalt of hij of zij „goed oud” wordt, maar hoe diegene er (al dan niet bewust) op reageert. Slechte reacties op akelige gebeurtenissen zijn: paranoia, passieve agressie of hypochondrie. Beter is het om problemen te rationaliseren, of intense emoties te onderdrukken. Nog gezonder is humor, vooruit kijken, of je inzetten voor anderen. Wie dan ook nog goed onderwijs geniet, gelukkig getrouwd is, niet rookt of te veel drinkt en op gewicht blijft, heeft een redelijke kans om goed oud te worden.

In ieder geval betekent een slechte jeugd niet dat je ellendig moet eindigen, zegt Vaillant, wiens vader zich door de mond schoot toen hij elf jaar was. Het is met een slechte jeugd als met een gebroken been, zegt Vaillant. „Je komt eroverheen.” Op hun 53ste waren de mannen met een slechte jeugd nog wel veel vaker chronisch ziek, of al dood. Op hun 75ste hadden de cherished, de ‘gekoesterden’ met een goede jeugd en de loveless een even grote kans om goed oud te worden.

Maar wat is dat, goed oud? Proefpersoon no. 47, die Vaillant ‘Alan Poe’ noemde, vroeg het zich ook af. „Wat zijn tegenwoordig uw criteria voor ‘aangepaste’ mensen?”, schreef hij Vaillant. „Gelukkig? Tevreden? Hoopvol? Als mensen aangepast zijn aan een maatschappij die zichzelf met alle geweld wil vernietigen in de volgende decennia, wat bewijst dat dan precies over die mensen?” ‘Alan Poe’, als student omschreven als „bruisend en levendig, met een heerlijk gevoel voor humor” viel op zijn 64ste van de trap met een hoog promillage alcohol in zijn bloed en stierf.

De mannen zijn allemaal bijna dood, zegt Vaillant, maar het onderzoek gaat nog door. De dochters worden nu geïnterviewd over de relatie met hun vader. De dagelijkse leiding is overgenomen door psychiater Robert Waldinger, die genetisch materiaal onderzoekt en hersenscans maakt van de nog levenden.

Wat vindt Vaillant, nu zelf oud, belangrijk om aan mensen mee te geven over zijn onderzoek? In het cohort zat een arts die honderd dankbare brieven van zijn patiënten had gekregen voor zijn zeventigste verjaardag, vertelt hij. Dat had zijn vrouw als verrassing geregeld. Acht jaar later zaten de brieven nog steeds dicht. Hij durfde ze niet open te maken. „Je hebt moed nodig om jezelf te laten liefhebben”, zegt Vaillant. „Neem altijd liefde aan wanneer het je geboden wordt.”