Sprankje hoop voor beleggers in private-equityfondsen

Nu moeten beleggers op de aandeelmarkten de private-equitysector te hulp schieten. Vorig jaar daalden de waarden van opkoopfondsen minder dan die van aandelen – op papier althans. Maar de ‘limited partners’ (commanditaire vennoten die slechts aansprakelijk zijn tot het bedrag van hun kapitaaldeelneming) in private-equityfirma’s willen meer zekerheid, en ook een deel van hun geld terugzien. Dat betekent dat de bedrijvenopkopers bezittingen moeten verkopen. Een heropleving van de belangstelling van beleggers voor beursintroducties zou ze daarbij kunnen helpen.

De waarde van bedrijven die in handen zijn van private-equityfirma’s, is in 2008 met 27,6 procent gedaald, aldus onderzoeksbureau Preqin. Dat is veel slechter dan de voorgaande zwakste prestatie van de sector sinds Preqin deze cijfers begon bij te houden – een daling van de waarde met 9,1 procent in 2002. Maar de bedrijvenopkopers hebben het in de afgelopen periode toch nog steeds beter gedaan dan de beursindexen. De S&P 500 is met 38 procent gekelderd en de MSCI Europe met maar liefst 48 procent.

Dat is een heel klein beetje goed nieuws voor de beleggers in private-equityfondsen. Maar die waarderingen worden berekend door fondsbeheerders. ‘Limited partners’ willen meer dan dat ter rechtvaardiging van de forse vergoedingen die zij betalen. Dat komt doordat sommige beleggers bezorgd zijn dat private-equityfirma’s bezittingen kunnen waarderen met behulp van methoden als de zogenoemde ‘discounted cash flow’ (waarbij toekomstige inkomsten worden omgezet in geld van vandaag), die subjectief en niet altijd realistisch zijn. Ondanks het feit dat ze moeten worden gecontroleerd door accountants.

Bovendien hebben beleggers in private-equityfondsen contant geld nodig – soms ter dekking van andere verplichtingen in dezelfde sector. Bedrijvenopkopers hebben van oudsher met een zekere regelmaat bedrijven verkocht en beleggers hun geld teruggegeven, Maar de laatste tijd zijn ze daartoe niet zo goed in staat geweest.

Nu zou de markt voor beursintroducties weer open kunnen gaan. Sommige firma’s overwegen al daarvan te profiteren. Kohlberg Kravis Roberts wil bijvoorbeeld proberen onder meer de Amerikaanse winkelketen Dollar General naar de beurs te brengen. Het zou wel eens lastig kunnen zijn om daarbij veel winst te boeken, omdat de aandelenmarkten – die gewoonlijk de waardering van beursgangkandidaten bepalen – zoveel van hun waarde hebben verloren sinds de bedrijvenopkopers deze firma’s hebben gekocht. Maar beter bestuurde voorbeelden kunnen wél winst opleveren, als hun eigenaren genoeg hebben gedaan om de omzet te verhogen, te bezuinigen, of allebei.

Toch zouden een paar succesvolle beursintroducties de waarderingen een steuntje in de rug kunnen geven en wat geld in het laatje kunnen brengen. De belangstelling van beleggers op de open markt zou wel eens verrassend groot kunnen zijn. Dat zou beleggers in private-equityfirma’s een riem onder het hart steken. Het is geen perfecte uitkomst, want er zullen waarschijnlijk ook verliezers voorkomen in de diverse bedrijvenportefeuilles. Maar in dit klimaat is alle hulp welkom.

Lauren Silva Laughlin