Proletarisch winkelen

Een kaartje voor een popconcert is de laatste jaren drie keer zo duur geworden. Dat is niet voor niets. Waren die concerten vroeger vooral bedoeld als reclame voor een nieuw album, nu moeten ze de musici brood op de plank bezorgen. Want hun cd’s worden gratis afgehaald op het wereldwijde web, via internetgebruikers die ze illegaal uploaden, dat wil zeggen zonder zich te bekommeren om auteursrechten. Speelfilms treft hetzelfde lot, soms nog voor ze de bioscoop hebben bereikt.

‘Delen’ is de tedere term die de internetgemeenschap hanteert voor het up- en downloaden. Alsof het om lief en leed gaat, niet om het doorschuiven van gestolen waar. Want de grote bedragen die er worden verdiend, worden echt niet gedeeld met hen wier geestelijk kapitaal geplunderd wordt: de makers zonder wie de films en songs niet bestaan.

Vorige week bepaalde de Nederlandse rechter dat The Pirate Bay, de immens populaire Zweedse ‘torrent-site’, die de weg wijst naar grote hoeveelheden gratis te downloaden films en muziek, Nederlandse internetters moet weren van zijn servers. Eerder al legde de Zweedse rechter het bedrijf een hoge boete en voorwaardelijke gevangenisstraf op. Een van de oprichters heeft aangekondigd zich terug te trekken, wat een veeg teken lijkt.

Gaat The Pirate Bay echt uit de lucht? Nee. De site zal zich niets aantrekken van de vonnissen, denkt men in internetkringen. Gebeurt het wel, geen nood. Er zijn genoeg manieren om de nu rechterlijk afgedwongen filters anoniem te omzeilen. „Betalen is voor losers”, smaalde eerder al een van de eigenaars van een Nederlandse torrent-site.

De naam The Pirate Bay wekt de romantische suggestie van vrijbuiters die de rijken beroven om de armen te geven wat ze tekortkomen. Maar die naam verhult dat illegaal downloaden uit krenterigheid gebeurt en niet uit armoede. Legaal downloaden is goedkoop. De prijzen liggen ver onder de bedragen die winkels en theaters rekenen.

De eigenaars van de torrent-sites tamboereren op de vrije uitwisseling van informatie. Dat klinkt nobel, maar dat geldt niet voor films, songs of teksten. Dat zijn creaties die een ervaring aanbieden. Wie op zo’n aanbod ingaat, neemt een initiatief en moet niet vreemd opkijken als dat iets kost.

Tegenargument is dat er in de muziek- en filmindustrie onevenredig veel geld verdiend wordt. Dat de directies daar krampachtig vasthouden aan achterhaalde principes en zodoende het publiek benadelen. Dat is een punt. Daartegen kan worden geageerd. Maar niet door dan maar proletarisch te winkelen. Ook omdat het contraproductief is.

Wie een cd koopt, mag dan een stumper zijn. Het duurdere kaartje voor het popconcert word daarentegen grif betaald. Maar bovenal: wat gratis wordt verkregen, is waarde-loos. Het talent dat films en muziek voortbrengt, verleent ze per definitie waarde voor de kijker en luisteraar.

Het is goed als iedereen die van die waarde wil genieten, zich dat realiseert en bereid is dat besef ook uit te drukken.