Muziek als lawine van een bergtop

‘De laatste beatniks’ noemen de bandleden van Kasabian zichzelf.

„Een bestaan in de rock-’n-roll is geen carrière, maar eerder een roeping.”

Hoe word je een succesvolle festivalband? Volgens Sergio Pizzorno, gitarist en voornaamste songschrijver van de Engelse band Kasabian, is het vooral een kwestie van hard werken.

„Toen we begonnen, waren we een stel schoolvrienden die fantaseerden over hoe we net zo groot konden worden als Oasis of de Stone Roses. Gewone jongens die het helemaal zouden gaan maken in de rock-’n-roll, zo zagen we onszelf het liefst. Maar het mocht niet alleen ouderwetse gitaarrock worden. Dance en elektronica hadden evengoed onze interesse. Op een oude computer maakten we onze eerste demo’s. Daarna viel alles op zijn plaats en veroverden we gaandeweg een publiek.”

Zelf is hij tamelijk verlegen, zegt Pizzorno op fluistersterkte door de telefoon. Live moet Kasabian het voor een belangrijk deel hebben van de performerskwaliteiten van zanger Tom Meighan. „Hij heeft de zendingsdrang om het hele publiek bij onze show te willen betrekken. Om daar een beetje goed in te zijn, moet je iets van een predikant in je hebben. Tom heeft dat: het enthousiasme en het charisma om een mensenmassa te bespelen. Het helpt dat we nooit hebben getwijfeld aan de kracht van onze muziek. De opwinding die we altijd in popmuziek gezocht hebben, veroorzaken we nu zelf.”

Aan zelfvertrouwen hoeft het Kasabian niet te ontbreken, nadat hun derde album West Ryder Pauper Lunatic Asylum bij verschijning in mei meteen doorstoomde naar de top van de Engelse albumlijst. In eigen land behoort de groep uit Leicester inmiddels tot de top van het livecircuit.

„Eerlijk gezegd spelen we het liefst voor een groot publiek,” zegt Pizzorno zonder valse bescheidenheid. „De eerste keer Glastonbury was een openbaring voor ons: zelfs om half elf ’s ochtends stonden er al duizenden mensen die bereid waren om zich door onze muziek te laten meeslepen. In zo’n mensenmassa wordt een popconcert een psychedelische ervaring; een evenement waarin je jezelf kunt verliezen.”

‘De laatste beatniks’ noemen Tom Meighan, Sergio Pizzorno, bassist Chris Edwards en drummer Ian Matthews zichzelf. Ze spiegelen zich graag aan de pre-hippiegeneratie van Jack Kerouac en Allen Ginsberg; visionaire kunstenaars die gedreven werden door de noodzaak van het scheppingsproces. Een bestaan in de rock-’n-roll is geen carrière, vindt Pizzorno, maar eerder een roeping.

West Ryder Pauper Lunatic Asylum weerspiegelt de gekte van hun bestaan. Het album werd genoemd naar een voormalige psychiatrische inrichting in de buurt van Leeds, gebouwd in de 19de eeuw. „Het zat er vol met onaangepaste arme sloebers”, zegt Sergio, „die het niet konden bolwerken in de gewone wereld. De analogie met het leven in een rockband is frappant.”

Pizzorno vergelijkt de manier waarop Kasabian muziek maakt met een besneeuwde bergtop waar zich lawines vormen. „Als we bij elkaar in een kamer zijn, rollen de ideeën over elkaar heen. Uiteindelijk ontstaan er songs die alles wat op hun pad komt, met zich meeslepen. De muziek is groter dan wijzelf. In de studio komt dan de fase waarin we alles in goede banen proberen te leiden.” Dan the Automator, eerder betrokken bij de muziek van Gorillaz en Endtroducing van DJ Shadow, werd als co-producer bij het nieuwe album betrokken. „Hij komt uit de hiphop en heeft een oorspronkelijke kijk op de klank van popmuziek, anders dan de meeste rockproducers. Als hij vindt dat een gitaar of stem helemaal naar voren gemixt moet worden voor extra impact, dan doet hij dat gewoon. Terwijl je bij een conventionele rockproductie eerder netjes binnen de lijntjes zou blijven. Onze plaat heeft daarom meer dansgevoel gekregen; een ritmische benadering die het moeilijk maakt om er stil bij te blijven zitten.”

Kasabian laat zich niet graag vastpinnen op één stijl. Het gospelgevoel van de single ‘Fire’, de noisegitaren van ‘Vlad the Impaler’ en psychedelica in de stijl van vroege Pink Floyd moeten allemaal kunnen, vindt Sergio, zo lang er maar een nu-gevoel uit de muziek spreekt. „Heel veel rockmuziek van tegenwoordig is retro. Daar doen wij niet aan mee. Onze muziek is een optelsom van al onze voorkeuren en invloeden, met de blik op de toekomst. Wat we er vooral uit willen laten spreken is het plezier dat wij beleven aan muziek maken. Ik zit in een band met mijn beste vrienden, we reizen de hele wereld rond en we spelen voor enthousiaste mensenmassa’s. Er is maar één manier om te waarborgen dat we daar alsmaar beter in worden. Elke avond gaan we tot op de bodem van wat we kunnen.”