Mooi wonen aan de rafelhavens

Hoe ziet havenstad Rotterdam er in 2040 uit? Bedrijven zitten op de Tweede Maasvlakte en aan de stadshavens wonen, werken en recreëren hoogopgeleiden.

Hoogopgeleiden brengen ’s ochtends hun kinderen met de boot naar school, werken en recreëren overdag op het water en schuiven ’s avonds aan in een van de drijvende restaurants op de Nieuwe Maas. Jeroen Steens glimlacht instemmend bij die gedachte. „Klinkt misschien ver weg, maar die werkelijkheid is dichterbij dan menigeen denkt.”

Steens (46) is hoofd havenexploitatie bij het Havenbedrijf Rotterdam. Met de komst van de Tweede Maasvlakte schuift de haven steeds verder op naar het westen. Gevolg: oude, vervallen loodsen en terreinen in en nabij het stadscentrum komen leeg te staan. „Doen we niets, dan dreigen de rafelranden van de stad te verloederen”, waarschuwt Steens.

Met alle gevolgen van dien voor het toch al kwetsbare Rotterdam, met zijn relatief smalle bovenlaag en grote aantal laagopgeleiden en werklozen. Verdere sociaal-economische uitholling kan funest uitpakken voor de tweede stad van Nederland (587.000 inwoners), beseffen beleidsmakers. Hoe meer mensen bovendien de havenstad de rug toekeren, hoe groter de kans dat bedrijven dat voorbeeld volgen. „Onze concurrentiepositie is dus in het geding”, zegt Steens. Voor het stadsbestuur telt vooral ‘het feit’ dat Rotterdam zich niet nog meer koopkrachtverlies kan permitteren. Vroeg of laat moet de braindrain gestopt worden. In het stadhuis wordt die boodschap met enige regelmaat verkondigd.

Plannen voor een herinrichting van de zogeheten Stadshavens bestaan al geruime tijd. Maar pas drie jaar geleden kwamen stad en haven tot het besef dat zij gemeenschappelijke belangen hebben. Tot die tijd was het geregeld „ieder voor zich”, erkent Steens. De inschikkelijke houding van het Havenbedrijf is deels te verklaren uit de – ondanks de economische crisis – toenemende vraag naar gekwalificeerd personeel. De vergrijzing slaat de komende jaren hard toe in de haven, blijkt uit alle rapportages. Steens: „Goede krachten vind je alleen als je ze, behalve een baan, ook een aantrekkelijk woonmilieu kunt bieden.”

Of door die toekomstige werknemers zelf op te leiden. Een van de eerste tastbare resultaten van het monsterproject Stadshavens opende begin dit jaar de deuren: de RDM Campus. In de machinehal van de voormalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij volgen studenten van de Hogeschool Rotterdam (hbo) en het Albeda Collega (mbo) praktijkgericht technisch onderwijs. Innovatie staat daarbij centraal. RDM staat anno 2009 dan ook voor Research, Design & Manufacturing. In totaal moeten hier duizend studenten worden klaargestoomd voor een baan in de haven.

Of beter: voor een baan in wat algemeen wordt beschouwd als de motor van ‘de nieuwe economie’, de duurzaamheidsindustrie. Rotterdam denkt met Stadshavens een sterke troef in handen te hebben om innovatieve bedrijven te verleiden om zich aan de boorden van de Nieuwe Maas te vestigen. Vooral wegens de strategische ligging aan het water zou ‘de toegangspoort tot Europa’ moeten kunnen uitgroeien tot het mondiale centrum voor energietransitie en watertechnologie. Het projectbureau Stadshavens draagt die boodschap met verve uit in het gerenoveerde RDM-hoofdkantoor op de kop van tuindorp Heijplaat.

Aan de ruimte zal het in elk geval niet liggen. Rotterdam heeft maar liefst 1.600 hectare in de aanbieding, verspreid over zes aanlegplaatsen: de Rijn-, Maas-, Waal- en Eemhaven ‘op’ Zuid, en het Vierhavensgebied en de Merwehaven op de noordoever. Geen stad in Europa die met zoveel binnenstedelijke ruimte kan pronken. Maar daarin schuilt volgens critici ook meteen de zwakte van het miljardenproject. Rotterdam beschikt nu al niet over de vereiste kritische massa (mensen en bedrijven) om alle witte vlekken weg te werken. Waarom straks dan wel? Steens onderkent de valkuil. „Maar we praten hier over een gefaseerde oplevering, uitgesmeerd over tientallen jaren. Bovendien neemt de stad dit deel van het havengebied niet over. Dat doen we samen, stad én haven.” Zo is de Zuidelijke Waalhaven het beoogde maritieme knooppunt waar verschillende reders inmiddels al een (regionaal) hoofdkantoor hebben gevestigd.

Maar „een katalysator” zou welkom zijn, erkent Steens. Al was het maar om niet te verzanden „in allerlei stroperige regelgeving waar we in Nederland patent op lijken te hebben”. Londen is daarbij het lichtende voorbeeld. De Britse hoofdstad organiseert over drie jaar de Olympische Spelen en grijpt dit feit aan om in versneld tempo het verloederde East End te revitaliseren. Nederland koestert ook olympische aspiraties. Rotterdam zou in 2028 met gemak onderdak kunnen bieden aan het olympisch dorp.

Zowel het Havenbedrijf als het projectbureau Stadshavens noemt die optie „een prikkelende gedachte”. Maar het is pas aan de orde in 2016, als kabinet en sportkoepel NOC*NSF beslissen of Nederland zich kandideert. Steens zegt bovendien meerdere ijzers in het vuur te hebben. „Met een Wereldtentoonstelling breng je alles ook in een stroomversnelling. Dat evenement is wat eenvoudiger te verkrijgen.”

Lees de eerdere afleveringen van deze serie op nrc.nl/binnenland