Kunst geëxposeerd naast de afwas in het droogrek

Achter vervallen gevels tref je er talloze galeries, ateliers en woon-werkruimtes. De Londense wijk Hackney telt het grootste aantal kunstenaars per hoofd van de bevolking ter wereld.

Een bezoeker bij een digitaal tweeluik van Tina Hage, te zien bij de groepstentoonstelling ‘Jamais Vu’ in Forman’s visfabriek.

Het stadsdeel met de hoogste kunstenaarsdichtheid ter wereld? Dat ligt niet in Berlijn of Parijs en zelfs niet in New York. Op een onooglijk lapje grond in het oosten van de Londense wijk Hackney, krap een vierkante mijl voornamelijk industrieel terrein, wonen en werken meer kunstenaars per hoofd van de bevolking dan waar ook ter wereld.

De wijk Hackney ligt in de schaduw van het nieuwe Olympisch stadion, aan alle kanten ingesloten door snelwegen en de rivier de Lea. Kunstenaars in Londen zijn geleidelijk aan steeds verder oostwaarts gedwongen, van Spitalfields naar Hoxton naar Vyner Street, om nu uit te zijn gekomen in Hackney Wick. Dat gaat al jaren via een vertrouwd patroon: kunstenaars komen af op de lage huren en grote ruimtes in onaantrekkelijke buurten en hun instroom maakt die buurten weer interessant voor projectontwikkelaars, waarop de huren stijgen en de kunst-scene verder trekt.

Op dit moment is Hackney Wick de grote hotspot: oude fabrieksgebouwen, loodsen, magazijnen zijn verbouwd tot ateliers, woon-werkruimtes en galeries, zodat volgens onderzoek van architectenbureau MUF nu één op de zeven mensen in de wijk kunstenaar is. MUF telde er 624 individuele atelierruimtes, plus een wisselend aantal galeries met een vaste kern waaronder de Elevator Gallery, Schwartz, Decima, Top & Tail, Residence, en de Mainyard Gallery.

Afgelopen weekeinde hield de buurt open huis tijdens het Hackney WickED festival, een mooie gelegenheid eens een kijkje te nemen achter de morsige industriële façades – bijna 500 kunstenaars werkten mee, er waren 19 galerieën, 17 open ateliergebouwen en tal van evenementen. De buurt oogt normaal weinig uitnodigend – je moet weten waar de kunst verstopt is. Nu hangen er overal vlaggetjes, lopen er hordes mensen, en begint de kunstenaarsbraderie al op straat buiten het station, waar iedereen een programma en plattegrondje in handen gedrukt krijgt. Desondanks blijft het een speurtocht over binnenplaatsen, via goederenliften, en langs lage deuropeningen waar je gebukt doorheen moet. Er blijken veel meer panden open te zijn dan in het programma staat aangegeven. De enkele uitzondering heeft een bordje voor het raam: ‘Just a home’. En overal gebeurt iets: cabaret, workshops, bands, theater, barbecues, een regatta op de rivier de Lea.

Pal tegenover het station zijn al minstens drie afzonderlijke tentoonstellingen in hetzelfde gebouwencomplex. Bij Lion Works hangen intrigerende foto’s van Cassandra Brayham, van droombeelden die ze heeft nagebouwd: een stoel en tafel met grote spijkers eruit stekend, een bed met groezelig plastic folie eroverheen.

De werken hangen in wat de bezemkast moet zijn: Lion Works blijkt de huiskamer van een woon-werk eenheid; alle meubels behalve het tafelvoetbal zijn opzijgeschoven. In de rest van de kamer al even sterk werk van een handjevol andere fotografen. Na buiten een paar krakkemikkige gietijzeren trappen te hebben getrotseerd sta je dan opeens in de Top and Tail Gallery, gevuld met installaties en tekeningen die te maken hebben met Victoriaanse gin-consumptie. Op een dakterras ertussenin worden hinkelspelletjes gehouden, en een deur verder bevindt zich de Liquid Studios.

Er zijn geen strikte scheidslijnen tussen het soms letterlijke ‘open huis’ van de ateliers en de tentoonstellingsruimtes – de officiële exposities zijn hooguit iets strakker ingericht en er staat geen afwas op het droogrek op het aanrecht. Maar de pop-up galeries hebben daardoor een charme die de kwaliteit van het werk des te verrassender maakt. Ruimtes zijn inventief benut, met bijvoorbeeld video-installaties in de badkamer.

De kunstenaars-scene in Hackney Wick is niet alleen maar van recente datum; bekende artiesten als YBA-kopstuk Gavin Turk (die het festival opende) hebben al jaren een atelier in de buurt, Rachel Whiteread maakte er haar ‘Demolished’ serie, en Bridget Riley richtte er al 40 jaar geleden het eerste betaalbare kunstenaarsatelier op: Space Studios. Van oudsher zijn er ook veel drukkerijen in de wijk gevestigd geweest. Maar die trekken de laatste jaren weg, vanwege de korte huurcontracten en andere onzekerheden die de bouw van het Olympisch dorp met zich meebrengt.

Die bouw blijkt een terugkerend thema. Joanna Hughes, stichter van Mother Studios en een van de zes festivaldirecteuren mag dan zeggen dat ze hoopt „nog lang door te gaan met dit festival nadat de Olympics zijn geweest”, veel kunstenaars in de wijk maken zich zorgen. In theorie zou de buurt er baat van moeten hebben. De praktijk wijst anders uit.

Één galerie heeft zich volledig gewijd aan dit serieuze thema: het ‘Museum of Hackney Wick’, in een leegstaand winkelpand. Hier vinden we een futuristische installatie van ‘archeologische artefacten’ die zouden zijn opgegraven op de locatie van het Olympisch stadion; foto’s van de bekende Wick-chroniqueur Stephen Gill; en een fascinerend docu-drieluik van videokunstenaar Gabriela Talavera. Talavera interviewde Dolly Barnes, een stokoude Eastender van het Trowbridge Estate, over de geschiedenis van Hackney Wick. Haar inmiddels overleden echtgenoot legde die vast in talloze olieverfschilderijen. Uit Barnes’ verhaal blijkt dat de buurtbewoners compleet buiten de besluitvorming over de Olympics zijn gehouden – ze kregen via de kerk te horen wat er zou gebeuren. Het grote geld wordt niet in Hackney Wick gepompt maar in de naburige borough van Newham, waar het stadion is.

Zoals Emma Hammar, een van de initiatiefnemers van het ‘Museum’, zegt: “De mensen in de buurt zijn bang geworden. Alles gaat zo snel. Vroeger duurde het twintig, dertig jaar voordat een wijk geregenereerd was. Nu moet het in vijf jaar.” En ondertussen stijgen de huren. Documentairemaakster Talavera zelf is, ironisch genoeg, om die reden al vertrokken.