Komt goed!

Mensen houden van kordaatheid. Stel, je komt met het volgende probleem: „Het kraantje bij de wc drupt de hele tijd. Kun jij er misschien even naar kijken?” Dan wil je niet dat degene tegen wie je dat zegt begint met: „Ehm, ja, in zoverre, ik kán er wel even naar kijken, alleen het ligt er maar helemaal aan of de hoofdkraan ook afgesloten kan worden, het wordt trouwens waarschijnlijk toch pas in de loop van volgende week dat ik eraan toekom…” Vooral dat ‘in de loop van volgende week’ is om gek van te worden. Wanneer begint ‘de loop’? Wanneer is ‘de loop’ afgelopen?

Je wilt natuurlijk dat de ander meteen de waterpomptang tevoorschijn tovert en zich op het kraantje bij de wc stort.

Er zijn dus mensen die vaag lullen, en er zijn mensen die aanpakken.

Maar er is nog een derde type mens. Dat is het „Komt goed!”-type. Het „Komt goed!”-type roept op elk opgeworpen probleem „Komt goed!”. Of, om zichzelf extra kracht bij te zetten: „Gaat helemaal goed komen!”

Met het „Komt goed!”-type is het moeilijk omgaan. Afgaande op de kordate taal zou je verwachten dat het iemand is die binnen de kortste keren dingen met de waterpomptang aan het doen is.

Maar de ervaring met dit type mens leert: er gaat helemaal niets gebeuren. En juist daarom wordt er zo hard ‘komt goed’ geroepen. Bij het „Komt goed!”-type kun je niets terugzeggen, want alles wat je zegt maakt je tot een suffe trut („Maar wanneer komt het dan precies goed?” – hè bah, wat een sfeerverpestend vraagje).

Het enige waar bij het „Komt goed!”-type ruimte voor is, is een opgestoken duim en een joviaal „Hee bedankt man”. Om vervolgens zelf op zoek te gaan naar de gereedschapskist.

Paulien Cornelisse