Een mbo-opleiding is geen omweg

Emiel Willms, de voorzitter van het LAKS, schrijft dat de ambitieuze vmbo`er gefrustreerd wordt door de absurde ingangseisen van de havo-opleiding voor vmbo`ers (nrc.next, 3 augustus). Door die eisen zou de vmbo`er zich gedwongen voelen om uit te wijken naar het mbo.

Dat deze eisen de ambitieuze en theoretisch ingestelde leerling frustreren is zeer begrijpelijk. Maar het is ook belangrijk te vermelden dat het mbo geen ”omweg” is en al helemaal geen ”verspilling van talent”, zoals Willms stelt. Voor sommige leerlingen is juist de havo namelijk een bron van frustratie. De overgang van het ene niveau naar het andere, alsmede het hoge theoretische gehalte ten opzichte van het vmbo, zorgen vaak voor problemen. Volgens onderzoeksexpertisecentrum ECBO lukt het een derde van de oud-vmbo`ers dan ook niet om het havo-diploma binnen twee jaar te behalen.

Zulke leerlingen doen het vaak veel beter op het mbo. Hier kunnen ze een vakgebied uitkiezen dat ze aanspreekt en doen ze naast theoretische kennis ook praktijkervaring op. Als ze er uiteindelijk voor kiezen door te studeren op het hbo in het vakgebied waar ze op het mbo al mee waren begonnen, kunnen ze op bepaalde instellingen ook nog vrijstellingen krijgen waardoor de studie korter duurt. Op deze manier doen ze dus én veel praktijkervaring op én kunnen ze in bijna dezelfde tijd als via de havo een hbo-diploma behalen. Kortom: mbo is geen omweg en geen verspilling van talent, maar biedt juist veel mogelijkheden.