Beweging maakt gelukkig

Het is bijna niet meer bij te houden, al die collega’s, buren en zelfs vrienden die dagelijks ‘rondjes’ gaan ‘lopen’ (versta: rennen) of zelfs voor hele en halve marathons trainen. Of die elke dag, voor en/of na hun werk, in de sportschool hangen. Krijgen ze stofjes van in hun hoofd, zeggen ze. Soms proberen ze je zelfs te bekeren. Heel irritant.

Toch hebben ze op een bepaalde manier wel gelijk: beweging is geluk. Niet perse vanwege die stofjes. In haar boek The How of Happiness haalt Sonja Lyubomirsky zelfs onderzoek aan waarin het bestaan van de runner’s high in twijfel wordt getrokken. Maar sporten geeft mensen daarnaast ook het prettige gevoel dat ze iets presteren. Ze worden fysiek fitter, wat goed voelt. Soms is het gezellig, want sociaal. Vaak kom je ervan in een flow, en/of in de natuur. In elk geval kom je uit je bankhangerige, bureaustoelzitterige routine. Want eerlijk is eerlijk: dat maakt suf, slap en somber.

Het goede nieuws is: je hoeft helemaal niet hárd te lopen om je vrolijk te lopen. Je kunt ook rustig wandelen. Of zwemmen, of een beetje fietsen – hoeft ook niet hard. Raakt je hoofd ook leeg van, en je lichaam vol met goed gevoel. Moet je wel die prestatiegerichte types mijden, die je ervan willen overtuigen dat alleen heftige sport goed is, ook voor jou. Maar dat is misschien sowieso een goed idee.

Ellen de Bruin

Ellen de Bruin schrijft over psychologie voor NRC Handelsblad en nrc.next