Athene schrikt van nieuw terrorisme

Grieken zijn tolerant ten opzichte van gewelddadig protest, maar in de jongste terreurgolf is iedereen doelwit. ,,De afwezigheid van ideologie is gevaarlijk.”

Aan het kantoor van de centrum-rechtse regeringspartij Nieuwe Democratie (ND) in Athene is een paar uur later al niet meer te zien dat het in de vroege ochtend doelwit was van een aanslag. Met een tot bom verbouwd klein campinggas werd een gat in de deur geblazen, maar de rest van het gebouw bleef onaangetast. De scheur in het naambord zat er al.

„Het werk van jongeren die ons kennelijk iets duidelijk willen maken, maar ik heb geen flauw idee wat”, zegt Natalia Kasoulydy, die in het pand tegenover het ND-kantoor woont, in een wijk aan de voet van de Acropolis. Ze tilt de wandelwagen een paar traptreden op en lacht de aanslag van die nacht weg. „Ik ben er niet eens wakker van geworden.”

Binnen een half uur gingen ook bij zes andere kantoren van politieke partijen explosieven af. Het Lichtend Pad der Solidariteit, een van de vele groepen die sinds december vorig jaar actief is geworden, eist in een verklaring op internet de aanslag op.

Grieken zijn sinds het omverwerpen van de militaire junta in 1973 tolerant ten opzichte van gewelddadig protest. Een week zonder confrontatie met de politie of uitgebrande auto’s in de linkse studentenwijk Exárchia is een uitzondering. Tijdens demonstraties gaat het er hard aan toe.

De gemiddelde Griek kijkt niet op of om van een gasbommetje op een pinautomaat. Wie in een risicowijk woont verzekert zijn auto tegen aanslagen met Molotovcocktails en brandstichting. Maar na grote politieoperaties in de aanloop naar de Olympische Spelen in Athene in 2004, leken dodelijke aanslagen door de grote terreurbewegingen 17 november en Epanastikos Lasikos Agonas (Revolutionaire Volksstrijd of ELA) tot het verleden te behoren.

Die relatieve rust is voorbij. Sinds de rellen in december, nadat een politieman een 15-jarige jongen doodschoot, heeft de Griekse stadsguerrilla een nieuwe en grimmige dynamiek. Half juni werd een politieman die een belangrijke getuige in een terrorismezaak bewaakte, doorzeefd met kogels. Het was de vierde gewapende aanval op de politie in een paar maanden tijd. Een bomaanslag op het hoofdkantoor van Citibank in Athene werd na een telefonische waarschuwing verhinderd, maar de aangetroffen hoeveelheid explosieven had een halve wijk in puin kunnen leggen. Vlak voor Pasen lagen tijdbommen bij een aantal orthodoxe kerken. Op 3 juli ging een bom af in een McDonald’s in de hoofdstad.

Bij de zwaardere aanslagen keren twee namen altijd terug: de Revolutionaire Strijd en de Revolutionaire Sekte. In hun proclamaties, die in Griekse dagbladen worden afgedrukt, worden in bloeddorstige bewoordingen nieuwe aanslagen aangekondigd. Iedereen die zich niet tegen ‘het systeem’ verzet is er onderdeel van en daarmee een potentieel doelwit.

„Dat is een groot verschil met de vroegere terreurorganisaties 17 November en ELA,” zegt Mary Bossi, professor Internationale Veiligheid van de universiteit van Piraeus. Hun aanslagen hebben in 30 jaar 25 levens geëist, maar ze kozen hun slachtoffers zorgvuldig en ideologisch gemotiveerd. De rijken en machtigen moesten eraan. „Daar konden mensen zich eigenlijk wel in vinden. Nu ben je al in gevaar als ze het gewoon niet met je eens zijn.”

Bossi, vaak op tv gevraagd om terreurbewegingen te duiden, ziet nu criminele structuren met een minachting voor „gewone mensen met hun kantoorbaantjes”. Ze is zelf terughoudender geworden met mediaoptredens. „De moderne terroristen hebben connecties met de georganiseerde misdaad. De afwezigheid van ideologie is erg gevaarlijk.”

De professor ziet de heropleving als een bewijs dat met name ELA niet onschadelijk is gemaakt. De inmiddels oudere leiders hebben sinds december veel jonge enthousiastelingen kunnen werven onder kwade werkloze jongeren en tweede generatie immigranten. „Dat was de vonk, nieuw momentum voor massarekrutering.”

Veel van de kleinere aanslagen lijken een open sollicitatie om met de zware jongens mee te mogen doen. „Een klein gasbommetje in deze buurt is als het achterlaten van je cv”, zegt Nektarios Kartsakis, een ernstig kijkende karatetrainer. Hij zit tijdens lunchtijd in een café in de zakenbuurt Kolonaki, grenzend aan de anarchistische studentenwijk Exárchia. De overgang tussen de wijken is vooral merkbaar door de hoeveelheid anarchistische en marxistische graffiti op de muren en omdat rondom Exárchia op iedere straathoek politie staat.

Kartsakis heeft begrip voor kleinere aanslagen, zolang er geen doden vallen. „Het is beter je onvrede te laten blijken dan niets te doen.” Maar hij vreest dat de regering de aanslagen aangrijpt om burgerrechten in te perken. Onlangs is het dragen van helmen en bivakmutsen tijdens demonstraties verboden. De minister van Justitie wil bovendien de 300 beveiligingscamera’s van tijdens de Olympische Spelen in 2004 weer inschakelen.

Dat de jongste groep Griekse terroristen nog niet is opgerold komt volgens Michalis Chrysochoïdis van de sociaal-democratische PASOK puur door onkunde bij de politie. Hij was in 2002 als minister van Openbare Orde zelf verantwoordelijk voor het ontmantelen van 17 november en ELA. „Dat is hard werken”, zegt het huidige oppositielied Chrysochoïdis, die vindt dat zijn opvolgers zijn nalatenschap hebben verkwanseld. Zijn mensen werden toen de regering van kleur wisselde vervangen, ervaring lekte weg, de aandacht verslapte.

„Deze regering heeft de fout gemaakt de terreurgroepjes die in hun voetsporen traden te onderschatten. Terwijl die hun activiteiten opvoerden, liet de staat het politie apparaat in elkaar klappen”, meent Chrysochoïdis. De jacht op terroristen is nu daardoor vooral een praktisch probleem. Een groep „slimme, brutale en goed georganiseerde” aanslagplegers staat tegenover een „ongeloofwaardige staat” zonder plan, opleiding en zelfvertrouwen bij de politie. „Het land betaalt daarvoor nu de prijs.”