'Ana Frank' houdt Chávez in de gaten

Het verhaal van Anne Frank en van de Argentijnse dictatuur ondergebracht in één museum in Buenos Aires. Logisch, vindt een van de bedenkers.

Superí is een rustige straat in Belgrano, een elegante buitenwijk in de hoofdstad van Argentinië. Op nummer 2647 staat een mooi, geel huis, Europese stijl. Een huis met geschiedenis.

Ooit woonde hier een familie die tijdens de dictatuur (1976-1983) onderdak bood aan Argentijnen op de vlucht voor het wrede militaire regime. Met gevaar voor eigen leven. Superí 2647 was een adres voor onderduikers.

Het is toeval, maar het gele huis is gebouwd in het geboortejaar van Anne Frank, 1929. Dit jaar, tachtig jaar later, is er een permanente Anne Frank expositie geopend, gekoppeld aan een tentoonstelling over de Argentijnse dictatuur. Een deel van het achterhuis is losjes nagebouwd in het statige pand dat nu het Centro Ana Frank Argentina heet.

Op het eerste gezicht is het een opmerkelijke combinatie onder één dak. Maar, zo zegt Silvina Chemen, een van de initiatiefnemers van het project, het verhaal van Anne Frank en dat van de Argentijnse dictatuur gaan allebei over mensenrechten, vrijheid van meningsuiting. Zo vreemd, vindt Chemen, is de connectie tussen de militaire dictatuur en de Shoah daarom niet. „Het begint allemaal met discriminatie.”

Juist dezer dagen is een onderwerp als uitsluiting zeer relevant, vindt Chemen. Door de economische crisis, die ook Argentinië teistert, zijn immigranten weer vaker het doelwit van discriminatie. Zij zegt: „Het gaat slecht met de economie. Dus zijn bijvoorbeeld Boliviaanse en Paraguayaanse immigranten, die hier zijn vanwege werk, nu de pineut.”

Chemen is een van de negen vrouwelijke rabbijnen in Latijns-Amerika. In Argentinië wonen zo’n 250.000 Joden. Hoewel de geschiedenis van het land periodes van antisemitisme heeft gekend, is daar volgens de rabbijn nu geen sprake van. Sinds 1988 kent Argentinië bovendien een wet die racisme en antisemitisme verbiedt.

Wat wel boven de Joodse gemeenschap in Argentinië is blijven hangen, zo bevestigt Chemen, is de aanslag op de Joodse sociale vereniging AIMA in 1994. De bomontploffing eiste 85 levens. Hoewel vermoed wordt dat de fundamentalistisch-shi’itische beweging Hezbollah achter de aanslag zit, onder invloed van Iran, is de zaak tot onvrede van de Joodse gemeenschap in Argentinië nooit opgelost.

Maar sinds kort zit er weer wat schot in de zaak. In juni is door het Federale Gerechtshof gevraagd om een internationaal arrestatiebevel tegen ene Samuel Salman El Reda, een 43-jarige Colombiaan. El Reda is volgens het Openbaar Ministerie destijds verantwoordelijk geweest voor de coördinatie van de lokale Hezbollah-cel in Argentinië.

Zorgelijk zijn volgens Chemen de antisemitische ontwikkelingen in Venezuela, waar zo’n 12.000 Joden wonen. Op 30 januari vielen daar ongeveer vijftien personen de Tiferet Israel synagoge in de hoofdstad Caracas binnen. De inbrekers lieten een spoor van vernielingen na.

De actie volgde op een verbale aanval van president Chávez van Venezuela op Israël. Hij beschuldigde Israël van genocide in verband met de oorlog in de Gazastrook en stuurde de Israëlische ambassadeur het land uit. In juli werd dezelfde synagoge beklad met hakenkruizen en teksten als „Zionisten verlaat ons land”.

Ondanks Chávez’ ontkenning dat hij antisemitisme propageert, is het klimaat er voor de Joodse gemeenschap de afgelopen tijd niet beter op geworden. „Wat in Venezuela gebeurt, baart ons grote zorgen. Hoewel onze president (Cristina Kirchner) er van op de hoogte is, zwijgt zij tegenover Chávez. Natuurlijk, Argentinië doet zaken met Venezuela, krijgt olie: wellicht dat dat een rol speelt.”

Positief is het daarom dat vanuit andere Latijns-Amerikaanse landen veel interesse is getoond in de activiteiten van het Centro Ana Frank. Chemen: „Dat is inspirerend. De boodschap van de tentoonstelling is toch: nooit weer. Dat kan niet vaak genoeg verteld worden.”