Amsterdamse expertise: van Ghana tot Sofia

Veel Nederlandse plaatsen hebben stedenbanden over de grens. Amsterdam doet het anders: gemeentelijke diensten gaan echt in ontwikkelingshulp.

De gemeente als exportproduct. Veertig gemeentelijke diensten en bedrijven van Amsterdam verlenen hand-en-spandiensten in dertien landen bij projecten in openbaar vervoer, woningbouw, brandweer, gezondheidszorg, inspraak, zelfs het erfpachtsysteem. Amsterdam besteedde er de laatste vier jaar meer dan 10 miljoen euro aan.

De export van ambtelijke expertise vindt plaats in het kader van het internationale samenwerkingsbeleid van de gemeente. In de jaren tachtig was dat beleid vooral gericht op politiek gekleurde projecten in vooral Nicaragua en Mozambique. Sinds 2001 richt het beleid zich op de belangrijkste herkomstlanden van Amsterdamse ‘migranten’: Turkije, Marokko, Ghana, Suriname, de Antillen én hoofdsteden van nieuwe EU-landen, zoals Boedapest en Sofia.

De meeste steden in Nederland beperken internationale samenwerking tot ‘stedenbanden’, meestal beleefdheidsbezoeken over en weer. „De Amsterdamse aanpak is daarom bijzonder”, zegt E. Hertogs van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. „Rotterdam is ook actief in het buitenland, maar vooral vanuit de doelstelling om de haven te promoten. Den Haag gebruikt zijn buitenlandse contacten om de stad te profileren als ‘stad voor recht en vrede’. En in Utrecht is budget beschikbaar voor burgerinitiatieven die zich richten op projecten in het buitenland. De gerichte ambtelijke aanpak van Amsterdam op de herkomstlanden kennen de meeste andere steden niet.”

Zo was een oud-directeur van het gemeentelijk vervoersbedrijf GVB betrokken bij de opzet van een nieuw staatsbusbedrijf in Ghana. Ghana kreeg daar subsidie van Den Haag voor, onder voorwaarde dat nieuwe bussen in Nederland werden gekocht en de Ghanese overheid voor de exploitatie een Nederlandse manager en een technisch directeur zou aantrekken. Inmiddels zijn er buslijnen in dertien grote steden en groeide het busbedrijf in twee jaar tijd van 500 naar bijna 3.000 werknemers.

De aanpak, waarvoor burgemeester Cohen zelf verantwoordelijk is, heeft brede politieke steun. Van SP tot VVD. Vorige week ontving de gemeenteraad de evaluatie over de afgelopen zeven jaar. „Amsterdam had de behoefte wildgroei aan stedenbanden te voorkomen en samenwerking structurele en controleerbare inhoud te geven”, zegt ambtenaar G. Pieters van Bureau Internationale Betrekkingen.

[Vervolg Gemeenten: pagina 2]

A’dam leert Sint Maarten organisatie staatsbezoek

[Vervolg Gemeenten van pagina 1]

Met een eigen budget van jaarlijks één euro per Amsterdammer (743.000 euro), plus rijks- en Europese subsidies en de ambtelijke capaciteit die gemeentelijke diensten beschikbaar stellen, zijn Amsterdamse ambtenaren inmiddels betrokken bij 178 projecten in 13 landen. „Geld hebben we nauwelijks in de aanbieding”, zegt gemeenteambtenaar Pieters. „Wel kennis en expertise én het commitment dat we langjarig bij de projecten betrokken blijven.” Zoals bij woningbouwprojecten in Suriname. „Amsterdam was al betrokken bij de bouw van sociale woningen. Maar bij plannen voor de bouw van een nieuwe satellietstad bij Paramaribo, Richelieu, bleek dat er ook behoefte was aan een eigen grondontwikkelingsbedrijf. Want Suriname heeft een tekort van 30 à 40.000 woningen in het midden- en sociale segment. Oud-wethouder Duco Stadig heeft eind 2006 de eerste plannen voor een grondontwikkelings bedrijf op Surinaamse leest geschoeid. De Dienst Ruimtelijke Ordening tekende voor een stedebouwkundig plan, dat binnen twee jaar tot stand kwam. Eind vorig jaar gingen de palen voor de eerste woningen de grond in.”

Samenwerking van psychiatrische instellingen en en de GGD met Surinaamse gezondheidsdiensten heeft volgens Pieters ook in Amsterdam zelf nut gehad. „In Suriname bleek dat in Nederland psychiatrische patiënten verkeerd gediagnosticeerd worden. En dus ook verkeerde medicijnen kregen. Artsen van het Psychiatrisch Centrum Suriname hebben in Amsterdam geholpen bij intakegesprekken. Complexe medische dossiers gaan bij langdurig verblijf in Suriname nu mee naar Paramaribo zodat terugval wordt voorkomen.”

Op Curaçao en Sint Maarten geven Amsterdamse ambtenaren onder meer integriteitscursussen aan de ambtelijke top van het eilandsbestuur en die van de politie. Sint Maarten, dat op termijn net als Curaçao, een zelfstandig land binnen het koninkrijk wordt, krijgt hulp bij de inrichting van haar bestuurskantoren, waarbij de Amsterdamse stadsdeelkantoren als voorbeeld dienen. „Maar we geven daar ook andere bestuurlijke adviezen, zoals een cursus protocol: hoe organiseer je een staatsbezoek en wat zijn dan de omgangsvormen, bijvoorbeeld”, aldus Pieters.

In het Turkse Izmit was Amsterdam betrokken bij de opzet van een sociale werkplaats, bedoeld voor de slachtoffers van de aardbeving in 1999. Pieters: „Dat is een instelling die daar onbekend was. Met behulp van Europese subsidies en medewerking van de gemeente Deventer is die sociale werkplaats van de grond gekomen en kan zich inmiddels zelfs financieel bedruipen. Ook bij dat project gold: we hebben geen bergen met geld, wel onze eigen expertise. Vanuit het Bureau Internationale Betrekkingen is geld beschikbaar voor reiskosten. De betrokken diensten leveren vanuit hun begroting de ambtenaren en de vervanging.”