Aan de regels voor abortus verandert niets

Volgens Elsbeth Etty wil dit kabinet het gebruik van de abortuspil inperken.

Dat is onjuist. De bestaande praktijk wordt vastgelegd.

Aan de regels voor abortus verandert niets. Illustratie Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

Verschillende publicaties over de overtijdbehandeling van de afgelopen week – waaronder die van Elsbeth Etty in nrc.next op 29 juli – wekken de indruk dat dit kabinet de huidige abortuspraktijk wil beperken. Ik vind het jammer dat de discussie wordt gevoerd op grond van onjuiste veronderstellingen. Ik zet graag uiteen wat we wel en – vooral ook – wat we niet doen. De abortuspraktijk verandert niet.

De stichting Women on Waves stelt dat zij abortuspillen mag voorschrijven op basis van een uitspraak van de Hoge Raad uit 1995 en een brief van toenmalig minister van Volksgezondheid Els Borst uit 2002. Het kabinet zou daar nu afbreuk aan willen doen. Dit is onjuist.

De Hoge Raad deed in 1995 een juridische uitspraak – op grond van de toenmalige stand van de medische wetenschap – die stelde dat de overtijdbehandeling niet als afbreking van de zwangerschap mag worden aangemerkt in de zin van de Wet afbreking zwangerschap (Waz). Volgens Etty betekent dit dat er voor de abortuspil „geen vergunning nodig is” en dat „huisartsen hem zouden kunnen voorschrijven”.

De abortuspil staat in Nederland echter sinds 1999 geregistreerd als abortusmiddel en valt daarmee wel degelijk onder de Waz. Het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat een zwangerschap of een vermoeden daarvan alleen mag worden afgebroken in een kliniek of ziekenhuis met een vergunning op grond van de Waz. De abortuspil kan daardoor uitsluitend in vergunninghoudende klinieken of ziekenhuizen worden voorgeschreven.

Huisartsen hebben de abortuspil in Nederland nooit mogen voorschrijven, omdat zij niet aan de wettelijke eisen kunnen en konden voldoen. Ook in het buitenland wordt de abortuspil – anders dan Etty suggereert – voornamelijk in klinieken of ziekenhuizen voorgeschreven.

In 2005 werd de Waz in opdracht van onderzoeksinstituut ZonMW geëvalueerd. Uit de evaluatie bleek dat er in feite geen sprake meer kan zijn van een ‘overtijdbehandeling’, omdat tegenwoordig met een echo en test kan worden vastgesteld of én hoe lang een vrouw zwanger is. Zodra vastgesteld is dat een vrouw zwanger is, is iedere zwangerschapsafbreking per definitie een abortus. Het advies van de evaluatiecommissie was dan ook om de overtijdbehandeling onder te brengen bij de Waz. Tevens adviseerde de commissie de bedenktijd van vijf dagen bij abortus om te zetten in een flexibele bedenktijd.

Het vorige kabinet heeft aangegeven het advies om de overtijdbehandeling onder de Waz te brengen op te willen volgen, maar wilde, in tegenstelling tot het advies, voor de overtijdbehandeling een vijfdaagse bedenktijd invoeren. De brief daarover van de toenmalige staatssecretaris van Volksgezondheid is destijds mede door het demissionair worden van het vorige kabinet teruggenomen.

Het huidige kabinet heeft, zoals in het coalitieakkoord is vastgelegd, besloten de overtijdbehandeling onder de Waz te brengen, maar – in tegenstelling tot het vorige kabinet – aan de huidige, flexibele bedenktijd voor de overtijdbehandeling vast te houden. De wijziging van het Besluit afbreking zwangerschap in mei, die zo veel controverse heeft veroorzaakt, legt de huidige, zorgvuldige praktijk dus vast. Er is geen sprake van beperking, noch van verruiming. Dat er niets verandert, bevestigen reacties uit de abortushulpverlening.

In het gesprek met Elsbeth Etty – waaraan zij refereert in haar artikel van 29 juli – heb ik aangegeven dat er geen verandering in de praktijk zou komen. Deze toezegging ben ik nagekomen. Voor Women on Waves geldt dat zij hun werk in buitenterritoriale wateren onverminderd kunnen voortzetten,mits zij hun vergunninghoudende behandelunit meenemen op hun reizen. Daarmee kunnen zij in feite overal de medicamenteuze (abortuspil) en instrumentele abortus uitvoeren. Het onderbrengen van de overtijdbehandeling onder de Waz leidt niet tot een beperking van hun activiteiten.

Onderzoekgegevens onderbouwen de stelling van de Landelijke Huisartsenvereniging (De Telegraaf, 3 augustus) dat „vrouwen in klinieken naar de zuigcurettage worden gepraat” niet. Europees onderzoek laat zien dat 22 procent van de vrouwen kiest voor de pil; 78 procent kiest voor curettage, omdat dit minder belastend zou zijn voor de vrouw. De abortuspil kan (hevig en langdurig) bloedverlies en andere klachten tot gevolg hebben en er moet – in tegenstelling tot de curettage – meerdere malen een bezoek worden gebracht aan de kliniek.

Er zijn geen signalen die bevestigen dat er een hoge drempel zou zijn voor vrouwen en jonge meisjes om naar een kliniek te gaan, zoals Etty suggereert.

Alles bij elkaar hebben we in Nederland een zorgvuldige abortuspraktijk opgebouwd, waarin de vrouw in overleg met de arts de keus maakt of en hoe een ongewenste zwangerschap wordt afgebroken, en waarin kwaliteit en goede medische zorg centraal staan. Die praktijk wil ik ook in de toekomst garanderen.

Jet Bussemaker (PvdA) is staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport