Zwarte hoogleraar was overgevoelig

De arrestatie van een zwarte Harvard-professor zou het racismedebat in de VS een impuls kunnen geven. Maar te vrezen valt dat dit op een foute manier gebeurt, zegt Ian Buruma.

Op de middag van 16 juli leken twee mannen in te breken bij een fraai huis in een dure wijk van Cambridge in Massachusetts. Gealarmeerd door een telefoontje arriveerde vlot een politieagent. Hij zag in het huis een zwarte man staan en verzocht hem naar buiten te komen. De man weigerde. Had hij een legitimatiebewijs? De man weigerde nog steeds naar buiten te komen, zei dat hij hoogleraar aan Harvard was, liet zijn legitimatie zien en waarschuwde de agent niet met hem te sollen. Hij riep iets over zwarte mannen die er altijd werden uitgepikt in Amerika en vroeg de blanke agent om zijn naam en legitimatie. Samen met enkele collega’s arresteerde de agent de professor wegens wangedrag.

Inmiddels weten we dat de professor met behulp van zijn chauffeur had ingebroken in zijn eigen huis, omdat de deur klem zat.

Het harde optreden van de agent was niet verbazingwekkend. De meeste mensen in de VS weten dat de politie heel snel heel vervelend wordt als je een grote mond opzet. Misschien greep de agent nog sneller naar zijn handboeien dan hij normaal al had gedaan omdat de man zwart was. Ook dat zou niet ongebruikelijk zijn geweest, maar het hóéft niet per se.

Wat dit geval bijzonder maakte, was dat Henry Louis ‘Skip’ Gates een van de beroemdste professoren van het land is, bekend van zijn boeken, zijn artikelen en tal van televisieoptredens. Hij is een geweldenaar, niet weg te denken in de academische wereld en de media, een vriend van president Obama. Daarom waarschuwde hij agent James Crowly, een oudgediende bij de politie van Cambridge, om niet met hem te sollen.

Klasse en huidskleur lopen in de VS in elkaar over. Dit geval was extra ingewikkeld. Gates, een specialist op het gebied van rassenverhoudingen in zijn land, ging er instinctief vanuit dat hij de dupe was van racisme. Evenzeer was hij blijkens zijn woorden ook gepikeerd dat hij als vooraanstaand hoogleraar van Harvard en mediaberoemdheid niet de vereiste eerbied kreeg die hem toekwam. Zoals hij het verwoordde in een gesprek met zijn dochter dat online is gezet: „[Crowley] had gewoon tegen me moeten zeggen: ‘Neem me niet kwalijk, meneer, het beste dan maar. Genoten van uw laatste televisieprogramma – ik kom nog wel even bij u kijken!’”

Helaas had agent Crowley nog nooit van professor Gates gehoord. Crowly werkt net als al zijn broers zijn hele leven bij de plaatselijke politie, hij is sportliefhebber en amateur-basketbalcoach en hij beweegt zich niet in dezelfde sociale kringen als Gates.

Overigens werd de aanklacht snel ingetrokken en daar had de kous mee af kunnen zijn als president Obama, moe en teleurgesteld na een wekenlang gevecht voor zijn wet op de gezondheidszorg, niet voor zijn ‘vriend’ Gates in de bres was gesprongen en de politie ‘stom’ had genoemd. Vervolgens begonnen Gates en hij allebei over ‘lessen’ die konden worden getrokken uit het voorval. Misschien gaat Gates zelfs een tv-documentaire maken over racial profiling – de vooropgezette mening bij politie of andere autoriteiten op grond van iemands huidskleur. En inmiddels hebben de drie heren, op uitnodiging van Obama, een biertje gedronken in de tuin van het Witte Huis.

Eén les die moet worden getrokken, voor zover we dit nog niet wisten, is hoe dicht onder de oppervlakte van het Amerikaanse leven de gevoeligheden over huidskleur liggen, ondanks de verkiezing van een zwarte president. Het complex van zwarte woede, blank schuldgevoel en zwarte en blanke angst is zo’n netelige kwestie dat de meeste Amerikanen er maar liever helemaal niet over praten. Een van de grote prestaties van president Obama is dat hij het, dankzij het vernuft en de fijngevoeligheid van zijn retoriek, bespreekbaar heeft gemaakt.

En er blijft nog genoeg te bespreken over: het onevenredige aantal zwarte mannen in Amerikaanse gevangenissen; het gebrek aan opleidingsmogelijkheden in de arme, voornamelijk zwarte wijken; de onthutsende gezondheidszorg; en het zeer reële geweld van de politie tegen zwarten die niet het voorrecht van een Harvard-ID hebben. Veel blanke politieagenten, ook al zijn ze – zoals agent Crowly – opgeleid om racial profiling te vermijden, moeten er waarschijnlijk inderdaad van worden overtuigd dat in een van de fraaiere huizen van Cambridge – of van elke andere Amerikaanse stad – ook een zwarte man kan wonen.

Maar is de zaak-Gates nu de juiste manier om deze discussie aan te gaan? Er is veel voor te zeggen. Als professor Gates er niet over kan beginnen, wie dan wel? Juist als grand seigneur is hij in de positie om nationale aandacht voor een serieus probleem te vragen. Zou hetzelfde een onbekende man in Harlem zijn overkomen, of in een andere arme of overwegend zwarte wijk, dan had niemand er ooit over gehoord. Omdat het toevallig een hoogleraar in Cambridge overkwam, is iedereen bij de les.

Maar het zou ook juist averechts kunnen werken. Omdat Gates een olifant van zo’n betrekkelijk kleine mug heeft gemaakt, zou hem weleens kunnen worden verweten dat hij veel ergere gevallen daarmee bagatelliseert. We weten zelfs niet zeker of zijn geval iets met ras te maken had. Crowley heeft geen woord over Gates’ huidskleur gezegd. Er is geen geweld gebruikt. Aan weerskanten, bij hoogleraar en agent, was er sprake van een overgevoeligheid voor elke zweem van gebrek aan respect. Maar verontwaardiging over een Harvard-professor met wie niet gesold mag worden, is niet de beste aanzet tot een discussie over het lot van talloze arme, naamloze mensen aan wie de meesten van ons maar al te gemakkelijk voorbijgaan.

Ian Buruma is een Brits-Nederlandse schrijver. Hij studeerde Chinese literatuur aan de Universiteit Leiden.