Wiet

Twee mannen komen in het duister op me toelopen. Dichterbij gekomen zie ik dat het eigenlijk nog jongens zijn. Hun muziek klinkt op dit late uur erg hard in mijn loods.

Ik ben naar buiten gelopen om ze daarop aan te spreken. Ze verontschuldigen zich. Ze wisten niet dat het zo hard klonk.

Ze vragen wat ik doe, waarop de oudste zegt dat ik veel beter wiet kan verbouwen. Brengt veel meer op.

Ik zeg iets over veertigers die ik zombies had zien worden.

Nou, dan had ik het toch niet goed begrepen. Je moet het niet gebruiken. Je moet het verkopen.

Jan de Smidt