'Verkrachting mag geen mooi drama zijn'

De makers van Millennium. Mannen die vrouwen haten wilden een harde film maken. „Ik genoot als mijn personage haar innerlijke monster loslaat.”

Je moet actrice en rol niet door elkaar halen, maar in het geval van de Zweedse actrice Noomi Rapace (29) valt dat beslist niet mee. Zij praat schel, en onderbreekt regelmatig haar Deense regisseur Niels Arden Oplev (48), snoert hem soms de mond, maakt zich breed. Je wacht er bijna op tot ze hem van de loungebank duwt op de strandpier van Cannes, waar we het duo spreken.

Met eenzelfde verbeten, nerveuze energie speelt Rapace de rol van Lisbeth Salander in verfilming van het eerste deel van de misdaadtrilogie Millennium. Lisbeth, een getraumatiseerd, gewelddadig punkmeisje en een virtuoze computerhacker helpt de bedaagde onderzoeksjournalist Mikael Blomkvist moorden op te lossen. Of helpen: Blomkvist loopt al snel achter haar aan.

Aan het eind van de pier poseren soapacteurs in badpak voor paparazzi, maar Rapace en Oplev willen het op deze zonnige lentedag alleen over verkrachten hebben. Want daar draait het om in de misdaadroman Mannen die vrouwen haten van de linkse onderzoeksjournalist Stieg Larsson, die in 2004 overleed, voordat zijn misdaadtrilogie een internationale bestseller werd. Zijn boeken gaan over troebele machinaties door Zweedse zakentyconen, maar bovenal over vrouwenhaat en seksueel geweld. Dat komt samen in de clan Vanger, Zweedse industriëlen met een nazistisch verleden. Maar voordat ze zich in het onderzoek stort, moet Lisbeth afrekenen met een seksueel roofdier in haar eigen omgeving: een chanterende voogd, omdat ze onder curatele is gesteld.

Rapace: „Lisbeth is in haar leven steeds opnieuw verkracht, vernederd en mishandeld, maar ze veert op en slaat terug. Vrouwen richten na seksueel geweld de energie naar binnen. Ze straffen zichzelf, worden depressief, haten zichzelf. Ze laten het als kanker voortwoekeren. Mannen niet. Die handelen, die slaan terug. Dat bevalt mij veel beter.”

Oplev: „Toen ik het boek las, wist ik dat ik all the way moest gaan. We hebben die verkrachtingsscènes eindeloos doorgesproken. Ik zag er in mijn leven al honderden. Er zit vaak een element van seksuele exploitatie in. Je ziet de filmmakers denken: we maken hier mooi drama van. Maar verkrachting is geen mooi drama, het is afschuwelijk. Daarom focussen we op wat eraan vooraf gaat. Hoe hij haar verrast, neerslaat, vastbindt. Hoe ze terugvecht. De duivel zit in de details: dat machteloze rukken aan die handboeien. Geen seks, maar geweld.”

Wat opvalt in de relatie in het onderzoeksduo Blomkvist-Salander de sekserollen zijn omgedraaid. De vrouw is agressief, briljant, een wreker. De man is begrijpend, moralistisch, passief.

Rapace: „Lisbeth weigert te accepteren dat omstandigheden een moordenaar vrijpleiten. Op de set genoot ik tijdens de scènes waarin Lisbeth haar monster loslaat en anderen pijn doet. Ik denk dat de voogd haar verkracht omdat hij bang voor haar is. Mag een vrouw dan terugverkrachten? Ik vind van wel.”

Waarom levert Scandinavië zoveel misdaadromans en -films op?

Oplev: „Zweden kent een traditie van misdaadliteratuur met een onderstroom van sociale kritiek. Die traditie legitimeert het voor literatoren om tussen hun oeuvre voor de Nobelprijs door een misdaadroman te schrijven.”

Dat geldt ook voor films?

Oplev: „Het is ook de corruptie van Duits geld. De Scandinavische filmindustrie zit vol Duits geld, Duitsers zijn dol op het genre.”