Sentimentele Sphinx

Sentimenten horen tot de menselijke natuur, maar hebben de onhebbelijke gewoonte dat ze rationele beslissingen in de weg staan. Dat lijkt het geval bij het besluit van de gemeente Maastricht en sanitairfabrikant Sphinx van enkele jaren geleden om een nieuwe fabriek in het industriegebied Beatrixhaven te bouwen. Dat gebeurde gedeeltelijk met geld (45 miljoen euro) dat de gemeente op tafel had gelegd voor de aankoop van het oude Sphinx-complex in de binnenstad. In 2007 werd de nieuwe fabriek geopend. Maar dit jaar werd bekend dat Sphinx na 175 jaar uit Maastricht zal verdwijnen.

Gevoelsmatig horen Sphinx en Maastricht bij elkaar, net zoals de Maas, de Sint-Janskerk, het Vrijthof, de Mastreechter Staar, voetbalclub MVV en nog veel meer onlosmakelijk met de hoofdstad van Limburg verbonden zijn – of lijken te zijn. Maar de gemeenteraad was al eens zo verstandig en moedig om de zoveelste financiële steunaanvraag van MVV, ‘us MVV’ke’, af te wijzen. De raad trotseerde toen woede en sentimenten van de aanhang van de voetbalclub.

Sphinx begon als groothandel in glas, aardewerk en kristal. Breidde uit, nam over of werd overgenomen, kalfde af, verkreeg het predicaat ‘Koninklijk’ en was een begrip. Al was het maar omdat menige toiletgang aan de naam herinnert.

Toen de twee jaar geleden aangetreden productiedirecteur Everts de boeken bij Sphinx eens nauwgezet ging bestuderen, ontdekte hij, zo bleek uit zijn woorden gisteren in deze krant, berekeningen die onvolledig waren. Ze gaven een ondeugdelijk beeld van de kostenstructuur. De levensvatbaarheid van Sphinx was er te rooskleurig voorgesteld.

Het was destijds al een teken aan de wand dat het Finse moederconcern Sanitec alleen tot nieuwbouw in Maastricht bereid was als de gemeente en Sphinx die zelf voor hun rekening zouden nemen. Bedrijfseconomisch waren er kennelijk onvoldoende zelfstandige argumenten voor deze investering. En vanuit Finland bezien zullen er weinig redenen aan te voeren zijn waarom wastafels, douchebakken en badwanden per se ergens in het zuiden van Nederland moeten worden gefabriceerd.

Maastricht steunde Sphinx niet direct – dat zou de gemeente niet mogen. De aankoop van de Eiffel, het witte fabrieksgebouw in de binnenstad, maakte stadsvernieuwing mogelijk. Maar uiteraard was het gemeentebestuur er veel aan gelegen Sphinx voor de stad te behouden. Bijvoorbeeld om de werkloosheid (en de sociale nadelen daarvan) te voorkomen, die een vertrek van het bedrijf zou veroorzaken. En om de kosten te vermijden die dat na verloop van tijd in de vorm van bijstandsuitkeringen zou vergen.

Dus de wens van de gemeente was begrijpelijk, maar daarmee nog niet verstandig. Dat is een les voor de zeer nabije toekomst, waarin onder druk van de economische crisis diverse gemeenten met dreigende bedrijfssluitingen zullen worden geconfronteerd. Het heeft geen zin een bedrijf dat niet levensvatbaar is, kunstmatig overeind te houden. Rationeel handelen is geboden, hoe hardvochtig dat ook lijkt.