President onder druk

Terwijl elders in Teheran een klassiek ‘showproces’ wordt gevoerd, een proces dat door hardhandig afgedwongen zelfbeschuldigingen gelijkenis vertoont met bekentenisprocessen in totalitaire staten, is Ahmadinejad vandaag in het parlement geïnstalleerd als president van Iran.

Op straat werden demonstranten in elkaar geslagen en in enkele gevallen ook gearresteerd. Binnen trok Ahmadinejad van leer. „We zullen niet blijven zwijgen. We zullen geen disrespect, inmenging en belediging tolereren”, zei hij.

Dat klonk dreigend. Maar de vraag is of Ahmadinejad deze dreiging kan waarmaken. De president, die zich met gratis kunstmest en goedkope leningen voor boeren profileert als pleitbezorger van de armen, heeft het zwaar te verduren. Niet alleen hogergeschoolde jeugd en burgerlijke middengroepen in Teheran keren zich, ondanks alle gewelddadige en juridische intimidatie, tegen hem. Ook in conservatievere kringen neemt de weerstand toe. Zo heeft ex-presidentskandidaat Rezaie gisteren gewaarschuwd voor een „religieuze dictatuur”. Dat is een omineus teken voor Ahmadinejad, omdat Rezaie ooit commandant was van de Revolutionaire Garde, de paramilitaire onderneming op wie deze president juist moet kunnen bouwen.

Sociaal-economisch moet Ahmadinejad bovendien alle zeilen bijzetten. Iran, waarvan de schatkist voor 85 procent teert op de export van olie en gas, kampt officieel met een werkloosheid van 10 procent en een inflatie die, ondanks de dalende energieprijzen, nog altijd 15 procent is. Door de bevolkingsopbouw – een derde is tussen de 15 en 30 jaar oud – zoeken jaarlijks 800.000 jongeren een plaats op de arbeidsmarkt. Materieel hebben die weinig aan de antisemitische teksten over de Holocaust waarmee de president de rest van de wereld bedreigt.

Ahmadinejad wordt nog gesteund door Khamenei. Maar de vraag is: in welke mate? Gedwongen door de geestelijk leider moest hij zijn vicepresident ontslaan. Bovendien is de clerus verdeeld, zoals belichaamd door de ayatollahs Rafsanjani en Khatami, die de inauguratie vandaag hebben geboycot.

De Europese landen zijn niet zover gegaan. Ze beperkten zich tot het niet-feliciteren van de president. Anders dan de meeste lidstaten van de EU liet Nederland zich in het Iraanse parlement niet door de ambassadeur maar een lagere gezant vertegenwoordigen. De Tweede Kamer had aangedrongen op zo’n vorm van protest. Een boycot van westerse kant zou ook zinledig zijn geweest. „Nederland erkent landen, maar geen regeringen of verkiezingen”, zoals minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) vorige maand opmerkte.

Maar daarmee is de kous niet af. Het lot van het huidige bewind wordt primair in Iran bepaald. De buitenwereld heeft daarom marginale invloed. Maar omdat de macht in Teheran nu zo heftig en langdurig wordt bevochten, is het van belang dat de vrije krachten zich gesteund weten. Bijvoorbeeld door steun aan vrije persorganen.

Europa moet met die hulp in woord en daad doorgaan.