Praten ze in Spanje sneller, of lijkt dat alleen maar zo?

Brent Egberts uit Rotterdam zag laatst een interview met een Spaanse wielrenner. Er werd zo snel gepraat, dat hij zich afvraagt of het aan de taal zelf ligt. „Praten Spanjaarden echt sneller, of lijkt dat maar zo”, wil hij weten.

Een taal die wij niet spreken en begrijpen klinkt in onze oren altijd sneller dan de eigen taal. Dat schrijft Koen Kuipers, professor in de linguïstiek aan de universiteit van Canterbury in Nieuw-Zeeland. Je focust je bij een vreemde taal namelijk niet op de betekenis van de woorden, want die weet je gewoon niet. Dus ben je je alleen nog maar bewust van de snelheid waarmee die woorden naar buiten komen.

Maar betekent dat ook dat geen enkele taal sneller is dan een ander?

Moeilijk te zeggen, volgens Esther Janse, onderzoeker bij het Utrecht institute of Linguistics OTS. Janse: „Talen zijn bijna onmogelijk met elkaar te vergelijken omdat ze niet dezelfde structuur hebben.” Toch, zegt ze, is er een Engelse onderzoeker die zijn hele carrière heeft gewijd aan spraakperceptie. Deze professor, Peter Roach, heeft zich ook gebogen over deze specifieke taalkwestie en zijn conclusie is: er zijn geen significante verschillen te zien tussen talen onderling, als je kijkt naar de klanken per seconde in normale gesprekken. De gemiddelde prater spreekt vijf lettergrepen per seconden uit. Bij snelle sprekers zoals sportcommentatoren en veilingmeesters kan dat oplopen tot tien lettergrepen per seconde.

Volgens een klassieke indeling zijn talen syllable-timed (alle lettergrepen duren even lang) of stress-timed (een eenheid wordt bepaald door de klemtonen en kan dus lang of kort zijn). Germaanse talen zoals het Nederlands en Engels zijn stress-timed. Frans en Spaans, zegt Janse, behoren volgens deze indeling tot de groep van talen met lettergrepen die even lang zijn. Dat is waarom het Spaans voor ons Nederlanders als „een soort machinegeweer klinkt: ratatatat”. Dit ritmische verschil in talen wordt vervolgens uitgelegd als tempoverschil.

Volgens deze theorie zijn het Russisch en Arabisch juist weer makkelijker te volgen voor ons.

hanina Ajarai