'Perk ook politieke macht van de bankiers in'

Het debat over het financiële toezicht op banken is in volle gang. „Ik snap heel goed dat mensen boos zijn op bankiers”, zegt de prominente Amerikaanse econoom Daron Acemoglu.

De Amerikaanse handelsbank Goldman Sachs heeft in het tweede kwartaal 2,7 miljard dollar winst gemaakt. Moet je daar blij mee zijn, als een teken dat in ieder geval de Verenigde Staten uit het dal van de financiële crisis aan het krabbelen zijn? Daron Acemoglu, een prominent Amerikaans econoom, heeft er twijfels over.

Hij herinnert eraan dat Goldman Sachs vorig najaar gevaar liep en voor miljarden steun kreeg van de Amerikaanse regering. Tien miljard dollar, inclusief rente, is onlangs terugbetaald.

„In zekere zin is die winst van Goldman Sachs goed’’, zegt de 41-jarige professor Acemoglu. „Door winst komt er kapitaal in de samenleving. Dat hoort bij het banksysteem. Maar is het ‘faire’ winst?” Niet als je volgens hem beseft dat die winst onmogelijk was geweest zonder staatssteun, die bovendien kwam op een moment dat niemand anders Goldman Sachs te hulp wilde schieten. Dat er zo snel zo veel winst wordt gemaakt, dat er weer bonussen worden betaald en dat banken nu weer willen overgaan tot de orde van de dag, baart hem zorgen. „De kredietcrisis is een goed moment voor herstructurering van het Amerikaanse financiële stelsel. Maar dat lijkt niet te gebeuren”, zegt hij

Acemoglu, verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), was twee dagen in Utrecht voor een wereldcongres van economische historici. Hij onderstreepte daar het belang van regels en wetten voor de economie. Worden de eigendomsrechten beschermd? Bestaat er controle op het optreden van zowel de zakelijke elite als de overheid? Zo niet, dan ontstaan er volgens hem problemen.

In een vraaggesprek met deze krant trekt hij deze gedachte door. Er was vóór de crisis een politieke, ideologische keuze gemaakt om de markteconomie gelijk te stellen aan het ontbreken van regulering, zegt hij. Markt is goed in die gedachte, iets wat Acemoglu van harte onderschrijft. Regulering niet, regulering verstoort de markt, en tegen die notie protesteert hij. „Markten kunnen niet functioneren zonder instituties. Er moeten regels zijn”, zegt hij.

Hij vindt bijvoorbeeld dat er duidelijkere grenzen moeten komen aan wat je kunt doen met geleend geld. Hij pleit er ook voor om depositogaranties te beschouwen als overheidssteun die controle en invloed door de overheid rechtvaardigen. En als de overheid met de boodschap komt dat sommige financiële instellingen too big to fail zijn, moeten daar ook toezicht en regulering tegenover staan. Acemoglu: „Waarom is Goldman Sachs niet gered zoals de Amerikaanse auto-industrie is gered? Geef banken geen miljarden om mee te doen wat ze willen, maar neem aandelen in de banken. Dan houd je controle.’’

Acemoglu vindt ook dat er moet worden gekeken naar de politieke macht van Wall Street: „We moeten niet alleen de financiële wereld reguleren, we moeten ook de politiek van de financiële wereld reguleren.’’ Daarbij denkt hij niet alleen aan campagnebijdragen voor politici. „Het systeem is ontworpen om de stem van de financiële sector een zo groot mogelijke invloed te geven. De Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, maakt in veel opzichten deel uit van de financiële sector. Het toezicht ligt bij de Federal Reserve Board en de leden van de grote financiële instellingen. Dat is op zichzelf geen verkeerd idee, want daardoor is er veel contact tussen de verschillende mensen in de sector. Maar het betekent ook dat ze niet de juiste dingen doen als die zouden ingaan tegen het belang van de financiële industrie.’’

Zo was Henry Paulson, de laatste minister van Financiën van de regering-Bush, eerder de topman van Goldman Sachs. „Dat Paulson gedaan heeft wat hij deed en voor miljarden steun gaf aan de banken, was niet alleen omdat dit economisch gezien juist was, maar ook omdat het politiek goed uitkwam. Hij kwam van Wall Street. Dat Geithner als minister van Financiën van Obama die lijn doorzet, is niet vreemd. Ook hij werkte binnen het bestel. Hij was president van de centrale bank van New York, de belangrijkste onder de centrale banken. Het was voor hen ondenkbaar om dat financiële systeem in stukken uit elkaar te laten vallen.’’

Hebben Paulson en Geithner dan de verkeerde besluiten genomen?

„Dat weten we niet. We weten nog steeds niet wat er precies is gebeurd. Hoe lag binnen de grote instellingen de echte macht? Hoe was de relatie met de overheid? Zouden die financiële instellingen anders echt bankroet zijn gegaan? En zou dat echt zo dramatisch zijn geweest? Alles bij elkaar denk ik dat in grote lijnen de juiste keuzes zijn gemaakt. President Obama heeft zich als een staatsman opgesteld en mensen voorlopig gerust weten te stellen. Maar onder de oppervlakte bestaat veel onvrede. Ik begrijp heel goed dat mensen boos worden over een zeer kostbare reddingsoperatie met het geld van de belastingbetaler, ontworpen door bankiers en bedoeld om bankiers te helpen en de schade voor de verantwoordelijken te beperken.’’

Hoe krijg je dat voor elkaar, meer aandacht besteden aan de politieke macht van de financiële sector?

„Bij ontwikkelingslanden is dit inmiddels standaard. We zijn ons ervan bewust dat je niet kunt praten over de ontwikkeling van bijvoorbeeld Indonesië zonder aandacht te besteden aan de politieke en institutionele factoren. Maar in Europa en de Verenigde Staten worden dergelijke factoren nauwelijks in aanmerking genomen. Daar wordt eigenlijk gesuggereerd dat het gaat om apolitieke oplossingen, om ‘technische’ maatregelen. Zo krijg je de situatie dat Goldman Sachs tegen zijn ex-toplieden die nu regeringsbeleid maken, zegt dat een kostbare reddingsactie economisch gezien de enige mogelijke oplossing is. Dat komt je natuurlijk erg goed uit, als je dat zo kunt presenteren.’’

Wat zijn andere lessen uit de crisis?

„We hebben betere econometrische modellen nodig, zowel theoretisch als in de praktijk van financiële instellingen, om risico’s beter te kunnen beoordelen. Dat zwakke bedrijven instorten, hoort bij de dynamiek van het kapitalisme. Het is een vorm van herallocatie – de econoom Joseph Schumpeter noemde dat ‘creatieve vernietiging’. Dat begrip is al meer dan een halve eeuw oud en het is de kern van een kapitalistische economie, maar we weten er nog steeds niet veel van.’’

U pleit ook voor herallocatie van mensen.

„We hebben een probleem als onze beste mensen allemaal naar de financiële sector gaan. Als een student van MIT met een graad in de computerwetenschap of de fysica gaat werken voor Microsoft, Apple of Google is het salaris de eerste tien jaar eentiende van wat je kunt krijgen bij Morgan Stanley of Goldman Sachs. Zijn ze daar productiever? De winsten die Goldman Sachs de afgelopen maanden heeft gemaakt, komen voort uit het feit dat zij snel kunnen handelen in aandelen, opties en futures. Hun computerprogramma’s zijn beter. Wat is de waarde daarvan? Zijn alle financiële innovaties wel innovaties? Betekent het niet alleen maar dat Goldman Sachs in plaats van een andere instelling de winst heeft gemaakt? Hoe prettig dat ook is voor de betrokkenen, het wordt een probleem wanneer je ambitie zo wordt gericht en gekanaliseerd dat het er louter om gaat winst af te pakken van anderen. Terwijl je als je een zoekmachine verbetert of in de biotechnologie uitvindingen doet en toepast, bijdraagt aan echte innovatie, aan economische groei, aan maatschappelijk nut.’’

Hoe kan die bankencultuur veranderen?

„We moeten nadenken over onze beloningsstructuur. Er moet een grens komen aan de beloningen voor handelaren en bankiers op Wall Street. Het is goed dat mensen worden betaald naar prestatie. Maar als dat gebeurt op basis van kortetermijnprestaties, en ook nog zonder risico’s als het misgaat, is er iets grondig mis. Kun je dat veranderen zonder tussenkomst van de regering? En als de regering toch moet ingrijpen, kan dat zonder gevolgen voor innovaties in de financiële sector? We kunnen dat in elk geval niet meer overlaten aan de financiële wereld.’’

Voor meer zie nrc.nl/economie