New York is vlakbij, Berlijn ver weg

Het wordt allemaal weinig spectaculair: verkiezingen in Duitsland op 27 september. Dat komt voor een klein gedeelte doordat het niet erg spannend lijkt te worden. De sociaal-democratie krijgt de klappen en Angela Merkel kan verder regeren. Haar persoon heeft er ook mee te maken dat het er zo lauw aan toegaat. Al vier jaar lang tart ze de wijsheden van alle mediagoeroes: het ontbreekt haar aan elk charisma, haar privéleven blijft een gesloten boek en haar optredens lijken weloverwogen alledaags.

De beste biograaf van Merkel, Evelyn Roll, vermoedt zelfs dat zij een zekere onhandigheid voorwendt als bewuste enscenering. Roll noemt als voorbeeld de manier waarop Merkel bij internationale ontvangsten een militair appèl afneemt: ze stapt dan stevig, maar tamelijk consequent uit de maat, hetgeen voor iemand met haar achtergrond bepaald niet gemakkelijk moet zijn. Aldus Roll. Kleding, make-up, het is allemaal onopvallend en terloops. Wat Duitsers noemen schlicht.

Angela Merkel heeft op bewonderenswaardige wijze een onmogelijke coalitie van de twee traditionele tegenstanders in Duitsland – de sociaal-democraten en de christen-democraten – vier jaar lang overeind gehouden. Met betrekkelijk weinig risico’s of experimenten en met een christen-democratische middenkoers die heel dicht in de buurt van de SPD uitkwam. Zo dicht dat deze partij bijna onzichtbaar is geworden. Als het ging over pensioenen of gezondheidszorg verraste de CDU geregeld met standpunten die linkser waren dan die van de SPD. SPD-lijsttrekker Frank Steinmeier probeert de christen-democraten nu nog wel een beetje de schuld van de financiële crisis te geven, maar het blijft te doorzichtig.

Voor Europa is het ook weinig spectaculair. Merkel heeft de afgelopen vier jaar geen stempel op Europa kunnen drukken. De urgentie tot verdere Europese integratie is ook in Duitsland minder geworden, de illusies over Europa zijn dat ook.

Voor Merkel zelf – opgegroeid in de vroegere DDR en vaardiger in het Russisch dan in het Engels – heeft de Europese Unie ook nooit een betekenis gehad als veilige haven voor een onbemind naoorlogs Duitsland, zoals dat voor de West-Duitse kanseliers Adenauer, Erhard, Brandt, Schmidt en Kohl nog had gegolden. Sterker nog: aan zijn oostgrens heeft Duitsland nu een medelidstaat, Polen, van waaruit sinds jaar en dag te horen valt dat Duitsland eigenlijk niet deugt. Duitse politici laten dit overigens meestal met een bewonderenswaardige gelatenheid over zich heen komen.

Het gebrek aan spektakel en spanning verklaart voor een deel de geringe belangstelling voor deze verkiezingen buiten Duitsland. Maar dat is desondanks maar een deel van het verhaal, want zelfs bij Amerikaanse verkiezingen waar lang tevoren vaststaat hoe het zal aflopen, staat heel Europa vooraan. Logisch is de geringe belangstelling ook niet: Duitsland is goed voor een kwart van de hele Europese economie, veruit het grootste land van de Europese Unie en het zijn de eerste grote verkiezingen in het welvarende deel van Europa na de grote financiële crisis. Naar het zich laat aanzien, vluchten kiezers er niet in groten getale naar extreme antwoorden op de crisis, maar zoeken ze het in de voorzichtigheid. Dat is interessant en vraagt om nadere toelichting.

In de grote wetenschappelijke instituten van de politieke partijen, zoals de Friedrich Ebert Stichting (SPD) en de Konrad Adenauer Stichting (CDU) wordt nagedacht over nieuwe vormen om kapitalisme met sociale cohesie en maatschappelijk belang te verenigen. Fascinerend eigenlijk en toch ook niet geheel onbelangrijk na de excessen van het Westen en de nu heersende kater.

Kortom, logisch is de betrekkelijk lauwe interesse niet, hooguit enigszins verklaarbaar. Brede en gedeelde publieke belangstelling voor het buitenland is er bijna uitsluitend voor Amerika. Nederland is daar zeker niet uniek in, al geldt het hier wel in het bijzonder. De niet-autochtone televisieprogramma’s zijn bijna allemaal Amerikaans, bioscopen vertonen bijna uitsluitend Amerikaanse films. Zelfs in Frankrijk legt de Franse film het royaal af tegen Hollywood. Vertaalde boeken zijn in Nederland voor tweederde tot driekwart uit het Engels, de rest moeten Spanje, Frankrijk, Duitsland en nog een paar taalgebieden met elkaar delen. In Frankrijk is het iets gunstiger, maar de trend is niet anders, zoals Margot Dijkgraaf afgelopen vrijdag in het Boekenbijvoegsel nog beschreef.

De jongere generatie Amerikaanse schrijvers ligt op verkooptafels van de boekhandel (Jonathan Safran Foer, Jhumpa Lahiri, David Sedaris, Malcolm Gladwell), met verder af en toe eens een toevalstreffer uit een ander land. Niet alleen in Nederland, maar op alle grote vliegvelden. Dat Bernhard Schlink het prachtige Der Vorleser schreef weten sommigen, The Reader met Kate Winslet in de hoofdrol kent inmiddels half Europa. Met dank aan de Disney-productiemaatschappij Miramax uit Hollywood.

Duitsland valt kortom niet (meer) in een vertrouwde context, het is zelfs vanuit Nederland beschouwd ver weg. Het doet er meer toe, maar het is verder weg.

Als de vakantie voorbij is, zal de aandacht ongetwijfeld toenemen. De publieke omroep zal reportages maken, want ook daar weet men: Duitsland is belangrijk. Maar hele reeksen live-uitzendingen vanuit Berlijn, zoals in november in Amerika gebeurde? En een halve redactie die tijdelijk onderdak zoekt in de Duitse hoofdstad? Ik zou er niet op rekenen.

New York is vlakbij, Berlijn ver weg.

Reageren kan op nrc.nl/knapen