Kubushostel zat al twee weekeinden vol

3,9 miljoen Nederlanders brengen dit jaar hun zomervakantie in eigen land door, 100.000 meer dan vorig jaar. Waar gaan ze naar toe? In Rotterdam staat een vierkant hostel.

Door de geopende raampjes van de Stayokay in de Rotterdamse kubuswoningen roepen Lieke en Kars Hofstra naar hun ouders beneden. Ha ha, papa en mama horen hen wel, maar zien hen lekker niet, want door al die scheve gevels weten ze niet waar ze moeten kijken. Lieke (9) en Kars (6) wonen zelf in Rotterdam – Lieke blijft ook slapen in de Stayokay, bij haar vriendinnetje uit Leiden dat een nachtje in het hostel logeert. Kars moet weer naar huis, al heeft hij daar weinig zin in. Maar eerst kunnen ze ravotten in het netwerk van kronkelige gangen, in de glazen liften en op de kamers met stapelbedden. Het management van het hostel vindt het kindervertier prima.

Het nieuwe hostel in de kubuswoningen ging op 15 juni open – het oude hostel in Rotterdam ging op dezelfde dag dicht. Helemaal klaar is het nog niet – bouwvakkers zijn hier en daar nog aan het klussen – maar het stoort de gasten niet. Het was niet eenvoudig de kubus, voorheen de faculteit bouwkunde van de Hogeschool Rotterdam, om te bouwen tot een hostel, zegt manager Pieter Bas van Litsenburg. De kubussen zijn oorspronkelijk gebouwd als eengezinswoningen. Voor een hostel waren de brandvoorschriften veel strenger en moesten er speciale brandwerende materialen worden aangebracht.

Van Litsenburg gaat ervan uit dat zijn hostel veel publiek zal trekken. „Veel mensen kennen de kubuswoningen van buiten al en willen ook wel eens ervaren hoe het is om er in te slapen”, zegt hij in het restaurant. De ruimte is voorzien van de nieuwe huiskleuren van Stayokay: felle rode tafels, oranje tafels, rode lampjes en mozaïek vloeren. Makkelijk is het niet om te beginnen met een nieuw onderkomen in tijden van crisis. Het North Sea Jazz Festival en het Zomercarnaval zorgden er in elk geval voor dat het hostel in juli voor twee weekeinden was volgeboekt. „Nu maar hopen dat het verder goed gaat”, zegt de manager. Een van de problemen voor de Stayokay in Rotterdam en de 29 zustervestigingen in Nederland is dat de ‘lead time’ (het moment tussen boeking en aankomst) veel korter is dan voorheen, waardoor het moeilijker is om te plannen, legt Van Litsenburg uit.

De economische crisis is niet ongemerkt aan de keten van Stayokays voorbijgegaan, bevestigt directeur Marijke Schreiner. De eerste helft van 2009 daalde het aantal overnachtingen met 8 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar en ook de maand juli was minder dan juli 2008. „Het zijn zenuwachtige tijden.” Vooral het aantal buitenlandse gasten (met name uit de Verenigde Staten, Spanje en Groot-Brittannië) daalde. Het aantal Nederlanders groeide hierdoor relatief, met 10 procentpunt naar 60 procent. De hostels aan de kust lopen het beste, zegt Schreiner. „We merken dat zodra het weer mooier wordt het aantal boekingen toeneemt.”

De neergang heeft ook gevolgen gehad voor het personeelsbestand van Stayokay. Er zijn geen ontslagen gevallen, maar het aantal seizoenwerkers is lager dan in voorgaande jaren. „We wachten met spanning af wat de tweede helft van 2009 gaat opleveren”, zegt Schreiner. „De vraag is: gaan mensen ook nog een korte tweede of derde vakantie in eigen land vieren of houden ze de hand op de knip?” De directeur rekent nog steeds op een stijging van het aantal overnachtingen voor het hele jaar naar 1,1 miljoen (van 1 miljoen in 2008), maar dat baseert ze meer op hoop dan op feiten.

Stayokay profileert zich tegenwoordig als een budgethotel. Op sommige dagen in augustus kost een overnachting, bij voorbeeld in het hostel te Rotterdam, 17 euro per persoon, inclusief ontbijt. De tijd van alleen maar jeugd en grote slaapzalen is allang voorbij, de meeste kamers bieden plaats aan twee tot acht personen en sommige hostels hebben tweepersoonsbedden. Een kamer delen of gemengd slapen (met onbekenden) kan nog wel.

De keten wil graag uitbreiden, zegt Marijke Schreiner. Zo is er in belangrijke studentensteden als Utrecht en Groningen en in de hele provincie Drenthe nog geen hostel. Schreiner denkt dat daar wel vraag zal zijn naar goedkoop onderdak. „Maar ons budget om te groeien is beperkt. Bovendien willen we niet willekeurig elk pand hebben. Het moet een gebouw met uitstraling en historie zijn, zoals de kubuswoningen, of het kasteel van Domburg waar we een hostel in hebben. Maar van dat soort gebouwen zijn er niet zo veel.”