Ik wil bij de voorvaderen in een goed daglicht komen

Het begint met de messen. Maar daar wil Mqonci liever niet aan worden herinnerd.

En als het straks allemaal is afgelopen, krijgt hij misschien een nieuwe mobiele telefoon.

Een man word je niet zomaar. Eerst moest de familie overtuigd, toen de traditionele Xhosa-leider. En nu herstelt Mqonci Athenkosi tussen de bosschages nabij de rivier alweer drie weken van zijn pijnlijke volwassenwording. „Op een dag weet je het: je bent geen kind meer”, zegt hij. „Ik wil een gezin stichten en verantwoordelijkheid nemen. Ik wil bij de voorvaderen in een goed daglicht komen.”

Mqonci is zeventien jaar oud, maar vanaf volgende week heeft die leeftijd geen betekenis meer. Buitenspelen of kattekwaad uithalen zit er voor de iele, schuchtere jongen dan niet meer in. Bij zijn terugkomst in het dorp viert de familie de geboorte van een volwassen man. Een groot feest wordt het. „Heerlijk om naar uit te kijken”, zegt hij. „Misschien krijg ik wel een nieuwe mobiele telefoon.”

Maar eerst nog even afzien. Net buiten het dorpje Border Post, op de grens van het tijdens de apartheid semi-autonome ‘thuisland’ Ciskei in de Zuid-Afrikaanse Oost-Kaapprovincie, hangt Mqonci met drie leeftijdgenoten achterover in de struiken. Hij probeert een beetje op te warmen in de flauwe winterzon. Vannacht nog viel er sneeuw. Het vriest en de jongens slapen op de grond in een van takken en golfplaten opgetrokken hutje. Ieder een eigen hut, afgezonderd van familie en vooral vrouwen.

Want vrouwen zijn bij de mystieke Xhosa-jongensinitiatie niet welkom. Ze mogen nooit te weten komen wat zich hier in het kamp bij de rivier afspeelt. „Koud ja, dat was het”, zegt Mqonci. „Maar anders zal je nooit een man worden.” De provisorische huisjes en de speciale wit-rode deken, waaronder geslapen wordt, moeten aan het eind van het ritueel worden verbrand.

Het begon met de messen. Voor de buitenlandse bezoeker heeft de traditionele geneesheer de in keukenpapier gerolde werktuigen weer even meegebracht. Mqonci deinst terug. „Hier wil ik niet graag aan herinnerd worden. Een verdoving krijg je niet, als je besneden wordt. En je kunt niet laten zien dat het pijn doet. Een man kent geen pijn.”

Daarna begint het heroïsche herstel. „Een week geen druppel water, slapen doe je nauwelijks. Niet alleen omdat het koud is en je herstelt van de operatie, maar ook omdat je ervoor moet zorgen dat het vuur niet dooft. Droge mais is het enige dat we te eten krijgen. En daar krijg je dan weer behoorlijke dorst van. Maar al het vocht moet uit je lijf, anders heelt de wond niet. Zeggen ze.”

Mqonci’s huid is bedekt met een witte, klei-achtige substantie. Alleen een wollen rokje beschermt de wond tegen de elementen. Om zijn nek draagt hij een ketting gemaakt van de staart van een geit die voor de besnijdenis geslacht is om de voorvaderen te eren. „Via de ketting staan we permanent in contact”, zegt Mqonci. Onder het rokje draagt hij een paar sneakers uit een andere wereld.

Twee keer per jaar, tijdens de schoolvakanties in juli en december, draaien de Xhosa-initiatiescholen op volle toeren. En ieder jaar weer staan de kranten vol berichtjes over illegale scholen waar de jongens met botte messen onderhanden genomen worden. Volgens het ministerie van Volksgezondheid zijn er in de provincie dit seizoen alweer 53 doden gevallen.

Maar Mqonci heeft zich via zijn familie laten aanmelden bij een officiële school. Dat betekent dat de jongens eerst door een reguliere arts gekeurd moeten worden, om te zien of ze de ontberingen wel aankunnen. En verder dat de traditionele dokter die de besnijdenis uitvoert door het ministerie is voorzien van desinfecterende middelen en hygiënische handschoenen.

Zuid-Afrika is een land van vele snelheden. Jongeren als Mqonci groeien op met één been in de moderne tijd en één been in door de overheid gereguleerde tradities. In het primitieve padvinderskamp aan de rivier mist Mqonci de andere wereld: „Televisie ja, ik kijk graag televisie. De soaps over rijke mensen in Johannesburg zijn geweldig. En ik heb de besnijdenis gelukkig wel zo kunnen plannen dat ik de voetbalwedstrijden om de Confederations Cup nog heb kunnen zien.”

Nu, na drie weken vindt hij het wel heel moeilijk om geen sms en internet te hebben. „Normaal vertel ik mijn vrienden alles wat ik doe. Maar als ik nu zou breken met de traditie, dan zullen de voorvaderen me dat niet in dank afnemen. Ongeluk zal mijn lot zijn.” Alle mannen in zijn cultuur hebben dit moeten doorstaan, zegt hij. „Ook Nelson Mandela. Dat hij zo’n grote leider is geworden, is te danken aan zijn weken in de bush. Daar leerde hij hoe hij verantwoordelijkheid moest nemen.”

Na de zware eerste week wordt alles beter. Er mag water worden gedronken en een oudere Xhosa-jongen, die door de traditionele geneesheer als verzorger is aangesteld, onthult bij het vuur de geheimen van het man-zijn. „Je hoort hoe je een huishouden draaiend kunt houden, hoe je je kinderen op het rechte spoor moet krijgen en hoe je je dient te gedragen. Niet te veel alcohol drinken, natuurlijk. En je vrouw zo behandelen dat ze het een eer vindt voor je te zorgen.”

Maar eerst moet de school afgemaakt. „Ik wil dokter worden. En dan niet zo’n traditionele”, lacht Mqonci. „Er zijn zoveel mensen met aids. Die wil ik helpen.” Het liefst wil hij naar Londen. Daar werkt zijn moeder als verpleegster. „Het geld kan ik dan terugsturen naar mijn familie. Zuid-Afrika zal ik missen, maar ze zeggen dat er in Londen geen criminaliteit, armoede en racisme is. Daar moeten wij van leren. Ik zou liever in Zuid-Afrika blijven, maar er zijn mensen die er een puinhoop van maken. Hoe zij ooit weer met de voorvaderen in het reine komen, is mij een raadsel.”