Hervorm de oeroude democratie

De Nederlandse burger wil meer betrokken worden bij de politieke leiding van het land.

Het is hoog tijd om hun vertrouwen terug te winnen.

In 1848 vreesde koning Willem II voor zijn positie. In verschillende Europese hoofdsteden kwamen de bevolkingen in opstand tegen de zittende monarchen. Burgers twijfelden openlijk aan de legitimiteit van de vorst en zijn regenten. Ze eisten inspraak. Om zijn positie als staatshoofd te redden, riep koning Willem II Thorbecke bij zich en gaf hem opdracht tot het schrijven van een grondwet en het ontwerpen van een modern, democratisch stelsel.

Anno 2009 lijkt onze maatschappij in bijna niets meer op het ‘moderne’ 1848. Ter vergelijking: de eerste Nederlandse trein reed in 1839 en de elektrische telegraaf is in 1841 uitgevonden. Grote delen van Nederlands-Indië moesten in 1848 nog worden veroverd. Nederland verbood de slavernij in 1863. Enzovoort.

Nederland is sinds 1848 enorm veranderd. Alleen de inrichting van de democratie is in grote lijnen hetzelfde gebleven. En dat achterstallige onderhoud wreekt zich nu. De opkomst van Wilders toont dat een steeds groter wordende groep Nederlanders het vertrouwen in het democratisch functioneren van de overheid verliest. In feite is het gevoel dat ‘de regenten in Den Haag’ niet luisteren naar ‘de man in de straat’ een negatieve reactie op een positief verlangen: burgers willen meer betrokken worden bij de politiek. Het is dan ook onbegrijpelijk dat onder politici het decenniaoude debat over meer democratisering niet weer is opgelaaid. Is het niet de hoogste tijd dat de in essentie 161 jaar oude staatsinrichting wordt aangepast aan de eisen van deze tijd?

In 1848 was de stap van een absolute monarchie naar een vertegenwoordigende democratie enorm. Het is vooralsnog een eindpunt gebleken. Natuurlijk, het stemrecht dat aanvankelijk was voorbehouden aan ongeveer 10 procent van de mannelijke bevolking is in 1919 algemeen geworden en we zijn van een districtenstelsel naar een evenredige vertegenwoordiging gegaan. Maar het aantal democratisch gekozen gezichtsbepalende functies bij de overheid is ongewijzigd laag. Burgemeesters en commissarissen van de koningin worden benoemd. De Eerste Kamer hoeft geen verantwoording af te leggen aan het electoraat en we kennen bij belangrijke besluiten geen bindende referenda. De premier wordt niet rechtstreeks gekozen en de koningin maakt nog steeds onderdeel uit van de regering.

Even leek de opkomst van de Leefbaren en Pim Fortuyn in 2001-2002 de gevestigde orde duidelijk te maken dat het de hoogste tijd is voor verdergaande democratisering van de Nederlandse overheid. Er kwam zelfs een minister voor Bestuurlijke Vernieuwing. Het werd een façade. Uiteindelijk bleken de traditionele machthebbers niet bereid hun macht te delen met de bevolking.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat het vertrouwen van de Nederlandse burger in de politiek ongewijzigd laag is. Het verleden heeft talloze malen uitgewezen dat een gebrek aan vertrouwen in de politieke leiding van een land in combinatie met een economische crisis tot explosieve situaties kan leiden. Vooralsnog is Nederland stabiel, maar de onstuitbare groei van Wilders is een duidelijk signaal dat een deel van het electoraat radicaliseert.

Sommigen zien in de opmars van Wilders het bewijs dat bestuurszaken niet aan ‘het volk’ kunnen worden overgelaten. Behalve dat dit een nogal badinerende visie op de belastingbetaler is, is het ook niet waar. Uit onderzoek blijkt dat het draagvlak voor noodzakelijke impopulaire overheidsmaatregelen juist toeneemt op het moment dat burgers wordt gevraagd actief mee te helpen met het zoeken naar oplossingen. De uitdaging is om burgers meer bij de overheid te betrekken, want ‘het volk’ is te slim geworden om nog langer dom te houden.

In de tijd van Thorbecke en Willem II was het door de gebrekkige infrastructuur en de primitieve communicatiemiddelen voor de overheid veel moeilijker om direct contact met de bevolking te onderhouden. Het organiseren van verkiezingen en het informeren van de kiezers was veel ingewikkelder dan nu, waardoor een vertegenwoordigende democratie de effectiefste regeringsvorm was. Tegenwoordig hebben we tv, radio, kranten, tijdschriften en internet. Bovendien is er vanuit Den Haag geen stad of dorp meer waar je als politicus niet binnen drie uur kunt zijn. De overheid en beleidsmakers kunnen op ieder moment uitleggen waarom bepaalde keuzes wel of niet belangrijk zijn.

Waarom houden we dan nog vast aan vierjaarlijkse verkiezingen voor gemeenteraad, provinciale staten en de Tweede Kamer? Waarom leggen we belangrijke beslissingen en benoemingen niet voor aan de bevolking? Zou de positie van Aboutaleb als eerste islamitische burgemeester van een grote Nederlandse stad aan glans verliezen als de Rotterdammers hem democratisch hadden gekozen? Zou het de legitimiteit van het koningshuis schaden als het volk zich mag uitspreken over het al dan niet voortzetten van de constitutionele monarchie?

De opkomst van Wilders toont aan dat de onvrede over de afstand tussen burger en overheid groeit en toch spreekt niemand over verdergaande democratisering van de overheid. De enige manier waarop de politiek het vertrouwen van de burgers kan herwinnen, is als het de burger bij belangrijke beslissingen en benoemingen durft te vertrouwen. Democratie is nu eenmaal niet voor bange mensen.

Sander Heijne is historicus en freelancejournalist